AAN TAFEL MET WILHELMUS VAN NASSOUWE

Am Hofe Wilhelms von Oranien(EP) door Klaus Vetter(EP) 163 blz., gell., Edition Leipzig 1990, f 65,60(EP) ISBN 3 361 00381 0

Willem van Oranje was in zijn jonge jaren een echt Bourgondisch edelman. Voor een feestmaal ter gelegenheid van de doop van een van zijn kinderen bestelde zijn keukenmeester 30 lamsbouten om in te zouten, nog eens 18 bouten voor pasteien, 26 roerdompen, 101 trapganzen, 3 reigers, 15 zwanen, 18 pauwen, 1 hert, 51 houtsnippen, 163 patrijzen, 6 hazen, 60 konijnen , 362 pluvieren, 198 wintertalingen, 26 kalkoense hennen, 35 fazanten, 200 kippen, 92 kapoenen, 74 eenden, 4 kalveren, 1100 rivierkreeften, 33 forellen, 50 forellepasteien, 8 zalmforellen, 89 gerookte tongen, 11 Mainzer en 33 Westfaalse hammen, alsmede grote hoeveelheden specerijen, zuidvruchten, suikerwerk, marsepein, noten, en vele, vele vaten wijn. Geen wonder dat Oranje, toen hij weer eens op zijn hofhouding moest bezuinigen, geen beter middel wist te bedenken dan het ontslag van maar liefst 28 koks!(EP) Vroeger brachten zulke bijzonderheden de Oranjebiografen in verlegenheid. Hoe waren deze uitspattingen in verband te brengen met de latere Vader des Vaderlands, de leider van de strijd tegen Spanje, de calvinist, de ernstige man met het kalotje op het schilderij van Adriaan Key? En als het nu maar bij eten en drinken bleef! Er zijn echter talrijke berichten over jacht- en danspartijen, over matresses en onwettige kinderen, die de brave historici van vorige generaties voor een dilemma plaatsten. Ze zochten de oplossing meestal in de literaire werking van het contrast. Door te laten zien hoe uit de ontuchtige losbol de wijze grondvester van de Nederlandse staat groeide, beklemtoonden ze des te meer de verdiensten van de laatste.(EP) Tegenwoordig hebben historici deze moralistische houding gelukkig verlaten. Ze erkennen enkele bijzondere kwaliteiten van Willem van Oranje, maar ze willen hem ook laten zien als een produkt van zijn tijd, als een typisch zestiende-eeuws edelman. Een dergelijke sociaal-historische benadering werkt naar twee kanten. Door Oranje als exemplarisch voor een bepaalde groep voor te stellen, leren we iets over het sociale en culturele leven van de hoge adel in zijn tijd; maar tegelijk verheldert de studie van zijn sociale milieu, die al lang niet meer als petite histoire wordt afgedaan, de politieke loopbaan van de man. Zijn opvoeding en scholing, de intellectuele kringen waarin hij zich bewoog, werpen licht op zijn keuze voor godsdienstige verdraagzaamheid; studie van patronagenetwerken kan verklaren uit welke groepen hij tijdens de opstand tegen Spanje zijn medewerkers kon rekruteren, al waren zijn 'clienten' hun patroon lang niet altijd trouw tot in de dood. Een belangrijk keerpunt in Oranjes leven en in de politieke geschiedenis van de Nederlanden, zoals zijn vlucht naar de Dillenburg en zijn breuk met Philips II in 1567, kan alleen worden verklaard als de reactie van een diep in zijn eer en reputatie gekwetst edelman.(EP) Klaus Vetter, die eerder een biografie over Oranje schreef, (Wilhelm von Oranien, Eine Biographie, 1987) pakt in dit boekje smakelijk uit over het leven aan diens hof. Door de keuze voor dat onderwerp beperkt hij zich tot Oranjes jeugd, want na het uitbreken van de opstand kon van een echt adellijk hofleven geen sprake meer zijn. Vetter besteedt aandacht aan Oranjes paleizen in Breda en Brussel, patronage- en clienteleverhoudingen, zijn familiebetrekkingen, Oranjes vrouwen (wettige en onwettige), toernooien en de jacht, eten en drinken, kleding, mode en dansen, en het intellectuele leven aan het hof. Nieuwe feiten levert dat alles niet op, maar wel nieuw is dat Vetter al deze activiteiten meer dan gebruikelijk toelicht. In het hoofdstuk over de jacht bijvoorbeeld legt hij uit hoe de adel in deze tijd de jacht beoefende, in het hoofdstuk over voeding vindt men zestiende-eeuwse recepten en in de aan dansfeesten gewijde passage beschrijft hij zelfs allerlei danspassen. De auteur legt er terecht de nadruk op dat Willem van Oranje in deze tijd een typisch produkt van het herfsttij der Middeleeuwen was, bijna geobsedeerd door de handhaving (je maintiendrai...) van de eer en de hoogheid van zijn Huis.(EP) GEEN VOLKSVERZET(EP) Wanneer het echter gaat over de betekenis van dit bonte adellijke leven voor Oranjes politieke opstelling, stelt het boek teleur. Vetter is blijkbaar van mening dat de opstand in de eerste plaats een nationaal volksverzet was tegen een als vreemd ervaren Spaanse overheersing. Deze opvatting is verzonnen door de negentiende-eeuwse historicus Robert Fruin, maar is al geruime tijd geleden vervangen door een veel complexere verklaring. 'Nationaal' gevoel bestond in de zestiende eeuw immers niet of nauwelijks. Nog erger is dat Vetter Oranjes anti-Spaanse houding veel te ver terugprojecteert. Omdat Oranje, zoals Vetter goed ziet, zijn bevoorrechte positie in het staatsbestel van Philips II zeer op prijs stelde, heeft het lang geduurd voor hij uiteindelijk met zijn vorst brak. Juist die aarzelende houding tijdens de Beeldenstorm is hem door radicalere tijdgenoten kwalijk genomen.(EP) Oranje was geen erg vooruitziend politicus, en zeker geen helderziende. Hij keek dus niet vooruit naar de uiteindelijke onafhankelijkheid van de (noord-) Nederlandse gewesten, maar terug naar een semi-feodale samenleving, waarin de adel een buitengewoon geprivilegieerde positie bekleedde. Vetter duidt de Opstand, in navolging van Friedrich Engels, consequent aan als een 'vroeg-burgerlijke revolutie'. Hoe een typische grand seigneur als Willem van Oranje daarvan de leiding kon nemen, wordt in dit boek niet duidelijk.

Henk van Nierop is als historicus verbonden aan de Universiteit van Amsterdam