Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Muziek

Componiste Marion de Laat op zoek naar nieuwe geluiden; Een piano van negen tegels

Componiste Marion de Laat groeide op met de Kermisklanten en John Woodhouse, maar de behoefte om zich af te zetten tegen haar verleden is al lang verdwenen. Ze houdt nog steeds van kermis en carnaval. “Ik durf nu ook wel eens een walsje te spelen.” Haar compositie '.,is punt komma.,' wordt uitgevoerd op het festival Vrouwen en Muziek dat eind mei plaatsvindt. Een belachelijk festival, vindt Marion de Laat.

Beyond Biography, internationaal congres over vrouwen en muziek. 29 mei t-m 2 juni in Muziekcentrum Vredenburg. (.,is punt komma., van Marion de Laat wordt uitgevoerd op 30 mei, 20.15u) Informatie: 020-6947317

Marion de Laat weet alles van ballonnen. Haar compositie Air is geschreven voor acht musici, die in plaats van 'gewone' instrumenten ballonnen bespelen. Ze verdeelde het octet in de gebruikelijke groepen: sopraan, alt, tenor en bas. Wekenlang struinde De Laat winkels af op zoek naar ballonnen, vooral bassen waren moeilijk te krijgen. In de zakjes gemengde ballonnen van V&D zaten meestal wel een paar alten, maar de rest was voor haar onbruikbaar. Bassen vond ze tenslotte in een carnavalswinkel in Den Bosch, sopranen in een speelgoedwinkel in haar woonplaats Den Haag, waar ze worden verkocht als 'waterbommetjes', vliesdunne ballonnen die met water gevuld worden en uit elkaar spatten als ze ergens tegenaan slaan. “De toonhoogte van een ballon wordt bepaald door de dikte van de 'huid' en door de grootte,” vertelt Marion de Laat. “ In het begin spelen alle musici op een alt, die een hoge pieptoon moet geven door het mondstuk tijdens het opblazen samen te knijpen. Dat lukt alleen als de alten een vrij dunne, doorzichtige huid hebben.” Marion de Laat beschouwt Air als een serieuze compositie. “Als mensen ballonnen zien is het al gauw van 'ha, ha, ha'. Maar voor mij is Air een normaal muziekstuk. Er zijn acht musici en er is een dirigent. Op een podium lijkt het net een klein blaasorkestje. Er is een volledig uitgeschreven partituur, met een orkestrale lay out, compleet met solofragmenten, ritmisch uitgecomponeerde passages, herhalingen en tempoversnellingen. Aan het eind staat er bij alle acht stemmen: pak speld. De ballonnen worden doorgeprikt, en dat wordt herhaald. Twee ferme slotakkoorden, net als bij Beethoven.” Het verschil met andere muziek is volgens De Laat de keuze van de 'instrumenten'. De klankwereld van ballonnen was nog onontdekt, waardoor ze als componist veel materiaalonderzoek moest verrichten. De Laat onderzocht op welke manieren men een ballon kan opblazen en kan laten leeglopen, en hoe stevige, halfopgeblazen of 'slappe' ballonnen klinken, waaraan wordt getrokken, waartegen wordt geslagen of waarover op diverse manieren wordt gewreven. Ze bedacht een notatiesysteem om al die mogelijkheden op een begrijpelijke manier voor musici leesbaar te maken.

FEESTMUZIEK

Marion de Laat (32) schreef Air in 1988, tijdens het eerste jaar van haar studie compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Voordat ze naar Den Haag kwam, studeerde ze accordeon, aanvankelijk in Tilburg en later in Maastricht. “Het is raar dat dat in Den Haag niet kan,” aldus De Laat. Ze is niet opgevoed met klassieke muziek, maar met De Kermisklanten en John Woodhouse. Eigenlijk wilde ze vroeger liever viool spelen, maar dat was volgens haar ouders veel te duur. Bovendien vonden zij een accordeon bruikbaarder tijdens feestjes. Marion de Laat moest echter niets hebben van vrolijke deuntjes en feestmuziek en op het conservatorium richtte ze zich voornamelijk op het snel groeiende hedendaagse repertoire voor haar instrument. Zelf schreef ze ook composities voor accordeon, waaronder Tweeling, een 'solitair duet' waarin De Laat de ene partij live uitvoert en de andere op video. De Laat: “Een grap, ik ben er namelijk zelf eentje van een tweeling.” Bovendien heeft ze zo de uitvoering geheel in eigen hand en dat is een voordeel, want componeren is voor haar meer dan alleen nootjes schrijven. “Bij het componeren hoort ook het organiseren, zorgen dat je muziek wordt gehoord, zo nodig zelf een ensemble bij elkaar brengen. Ik ben niet het soort componist dat alleen thuis zit te prutsen met pen en papier en vervolgens gaat wachten tot er een werk wordt uitgevoerd.” De behoefte om zich af te zetten tegen het verleden is al lang verdwenen. De Laat: “Ik durf nu ook wel eens een walsje te spelen. In Air komen in feite veel elementen uit mijn jeugd terug. Ik ben gek op clowneske dingen en hou van kermis en carnaval. Daarmee worden ballonnen altijd geassocieerd.” In 1987 deed De Laat toelatingsexamen voor compositie in Maastricht en Den Haag. Toen ze in Den Haag werd aangenomen, om bij Gilius van Bergeijk elektronische muziek te studeren, stond de keuze meteen vast. Het compositie-klimaat in Maastricht vond ze te behoudend. De Laat: “In de opdrachten voor harmonieleer en contrapunt, die een onderdeel zijn van de accordeonstudie, deed ik vaak iets anders dan de strenge regels voorschreven. Wanneer ik met een nieuw stukje aankwam, zag ik docenten al denken: 'daar heb je haar ook weer'. Een stuk schrijven voor ballonnen zou in Maastricht waarschijnlijk niet geaccepteerd zijn. Gilius nam me juist heel serieus. Hij heeft me er bij voorbeeld van overtuigd, dat de eerste opzet van Air verkeerd was. Ik had er een walsritme van gemaakt. Als ik het daarbij had gelaten, was het toch een soort uitgeschreven grap geworden, een parodie en geen echte compositie.” Elektronica Aan het eind van dit schooljaar sluit Marion de Laat haar studie af. Naast Van Bergeijk zijn haar docenten Louis Andriessen (vooral voor als ze 'gewone' noten schrijft) en Dick Raaymakers. Ze werkt aan haar laatste compositie voor het examen, een stuk voor strijkorkest. De Laat: “Ik wilde het effect van een transpositieknop van een keyboard, waarmee je de toonhoogte van een toets en het vooraf ingestelde ritme kunt veranderen, gebruiken in een stuk voor gewone instrumenten. Ik heb een eenvoudig tonaal muziekje geschreven, in de toonsoort d-klein. Door dat volgens het principe van zo'n transpositieknop te veranderen, klinkt het ineens heel modern. Het moet wel de sfeer houden van dat oorspronkelijke stukje, een beetje droevig en bijna kinderlijk.” Marion de Laat knutselt met geluiden. Ze bedenkt graag nieuwe klanken en nieuwe manieren om die te verwezenlijken. Vandaar dat ze tijdens het componeren veelvuldig gebruik maakt van elektronica. Ze is bij voorbeeld van plan om een soort computergestuurde accordeon te bouwen. Daarover wil ze voorlopig nog niets kwijt, uit angst dat anderen haar idee overnemen. In de compositie Step-In, gebaseerd op een gecompliceerd elektronisch procede, is een danser tevens uitvoerend musicus. Aanvankelijk wilde De Laat een soort reuze-xylofoon bouwen waarop een melodie 'gedanst' kon worden. Het werd tenslotte een vierkant vloertje met negen tegels waaronder sensoren zijn bevestigd die een computer aansturen. Iedere tegel geeft zijn eigen geluid, wanneer de danser hem aanraakt. Trapt hij hard, dan wordt er een extra klank toegevoegd. Zo zitten er uiteindelijk onder iedere tegel negen verschillende geluiden. De Laat: “Eigenlijk zou ik de vloer een permanente plaats moeten geven, want het is net als met een piano: je moet veel studeren om een instrument goed te leren bespelen. In de toekomst wil ik samen met een balletdanser en een choreograaf een bepaald danspatroon verder uitwerken.” Elektronica biedt de mogelijkheid om klank en beeld met elkaar te verbinden. In .,is punt komma., ('poetische titel, he?'), voor klavecimbel en geluidsband heeft De Laat het modern vormgegeven instrument van claveciniste Annelie de Man aangepast aan haar compositie. Aan de voorkant van de kast zit een zogenaamde lichtkrant, waarop voortdurend de woorden 'is punt komma' voorbij rollen en er steken drie lange, gekleurde kunststof staven uit naar boven. De Laat: “Ik heb het klavecimbel als het ware geabstraheerd tot zijn basisvorm, de driehoek. Het getal drie speelt in de compositie een belangrijke rol.” Annelie de Man zal .,is punt komma., uitvoeren tijdens het festival 'Vrouwen en muziek', dat eind mei plaatsvindt in het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg. Een belachelijk festival, volgens Marion de Laat. Hoe is het dan mogelijk dat ze toch meewerkt? De Laat: “Ik kreeg een folder waaruit bleek dat een stuk van mij werd uitgevoerd. Het congres is bedoeld voor vrouwelijke componisten, maar ik wist nergens van. Ik ben niet eens uitgenodigd. Misschien krijg ik wel helemaal geen vrijkaartjes. Bovendien worden vrouwen door zo'n festival weer in hun eigen hokje geduwd, alsof ze een aparte soort zijn. Het is waar dat het componistenwereldje voornamelijk wordt bevolkt door mannen. Bij mijn eindexamen zit in de commissie aan de andere kant van de tafel niet een vrouw. Maar zo'n congres houdt dat alleen maar in stand. “Misschien zijn er wel verschillen tussen het componeren van mannen en vrouwen. Wij hoeven die eeuwenoude muziektraditie niet als een blok aan ons been mee te zeulen. Veel mannen willen de geschiedenis kennen en alles erover lezen. Maar volgens mij draag je de geschiedenis toch al met je mee. Daar hoef je je dus niet zo druk over te maken.”