HET ONVERMOGEN VAN DE ANTI-RACISTISCHE WETENSCHAP

Inzicht in alledaags racisme door Philomena Essed 376 blz., Aula 1991, vert. Rita Gircour (Understanding everyday racism, 1990), f 39,90 ISBN 90 274 2703 8

Op grond van vraaggesprekken met vijfenvijftig zwarte vrouwen in de leeftijd van twintig tot vijfenveertig jaar, woonachtig in een aantal grote steden in Californie en Nederland, komt Philomena Essed in het zojuist verschenen Inzicht in alledaags racisme, de handelseditie van haar proefschrift Understanding Everyday Racism, tot een aantal opmerkelijke conclusies. Zo stelt de uit Suriname afkomstige doctor bijvoorbeeld dat ten aanzien van zwarte vrouwen 'er in Nederland sprake (is) van volledige uitsluiting van posities met een hoge status.' Niet minder opmerkelijk is haar stelling dat 'zwarten in Nederland aan een hogere mate van repressie (worden) blootgesteld dan vrouwen in de VS'.

Waarom is nooit op deze uitspraken gereageerd? Als het waar is wat deze universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam te berde brengt, zou dat de Nederlandse samenleving toch ernstig blameren.

Stemt iedereen stilzwijgend in met wat Essed schrijft? En als het grote zwijgen rond haar proefschrift niet uit instemming verklaard kan worden, wat verklaart dat zwijgen dan wel? Maar laten we eerst naar het boek kijken.

Essed baseert zich niet uitsluitend op haar vraaggesprekken. De jonge doctor baseert haar inzicht ook op haar eigen kennis van de Nederlandse samenleving. Zo verklaart zij de uitsluiting van Surinaamse vrouwen uit allerlei niet nader aangeduide organisaties uit het feit dat 'Christenen (in Nederland, H.M.) wettelijk het 'recht'

hebben om andersdenkenden te discrimineren in aanstellingen aan christelijke instituten.' Zij verwijst hier niet naar protestants-christelijke of rooms-katholieke scholen, maar in algemene zin naar 'christelijke instituten'. En vervolgt: 'Wanneer culturele elementen, in dit geval godsdienst, worden gezien als acceptabele gronden om leden met specifieke achtergronden uit te sluiten, dan heeft men weinig fantasie nodig om te begrijpen dat het redelijk lijkt om een Surinaamse vrouw uit te sluiten omdat ze niet binnen de (Europese) cultuur van de organisatie past.'

Een wijze van redeneren die we niet onmiddellijk in de wetenschap zouden verwachten. Als A) godsdienst een cultuur element is; en we nemen aan B) dat er zoiets bestaat als een Surinaamse cultuur; en het blijkt C) dat iemand op grond van het cultuur-element godsdienst buiten een organisatie gehouden kan worden; kunnen we dan dus aannemen dat D) iemand op grond van het Surinaamse cultuur-element buiten een organisatie gehouden zal worden? Daar is integendeel vrij veel fantasie voor nodig.

STRAFRECHTER

Als het waar zou zijn wat Essed suggereert, dat Surinamers op grond van 'hun cultuur' (bosneger-, indi-aanse-, Javaanse- of Hindoestaanse cultuur?) uitgesloten worden van bepaalde organisaties, lijkt mij dit een zaak voor de strafrechter. Helaas komen we er in het boek niet achter om welke organisatie of organisaties het hier gaat. Bij wijze van gezelschapsspel kunnen we ons slechts bezighouden met de vraag wie het nu precies redelijk zou lijken een Surinaamse vrouw uit te sluiten. De christenen in Nederland, alle blanke Nederlanders? Of de mensen die Surinamers niet binnen hun organisatie willen?

Voor wie niet automatisch Essed gelijk geeft, levert haar proza vele vraagtekens op. Haar boek staat bol van de tendentieuze uitspraken die in vage beschuldigingen uitmonden. Het tendentieuze zit bijvoorbeeld in de weglating van het gegeven dat in Nederland niet alleen christenen het vermaledijde 'recht' hebben anderen buiten de laatste resten van hun zuil te houden. En dat het een recht is waar nog steeds het nodige om te doen is. We denken slechts aan de commotie rond de halfjoodse leerling die zich op een joods lyceum aanmeldde.

Inzicht in alledaags racisme zit vol stellingen die niet onderbouwd zijn. Zo zou de door Essed ontwaarde 'volledige uitsluiting van posities met een hoge status' verdedigd worden 'met als argument dat zwarte vrouwen minder competent zouden zijn.' Maar ieder concreet voorbeeld van mensen die dit argument gehanteerd hebben, ontbreekt.

Ook poneert Essed dat 'kennis van de dominante cultuur zwarte vrouwen in staat (stelt) onderscheid te maken tussen maatschappelijk acceptabele en onacceptabele praktijken.' Dus wie ervaring heeft met discriminatie, die kan acceptabele van onacceptabele praktijken onderscheiden. Dat opent interessante perspectieven. Even afgezien van de vraag hoe vaak zwarte vrouwen nu precies slachtoffer van racisme worden - ik begrijp dat dat heel vaak is - zouden slachtoffers als vanzelfsprekend een superieur moreel onderscheidingsvermogen hebben.

Daar zal menigeen in de geschied- en sociale wetenschappen van opkijken.

Waar wij Nederlanders het alvast mee kunnen doen is de conclusie dat 'De gegevens aan(tonen) dat witte Nederlanders vaak grof zijn in de manier waarop ze reageren op 'verschil' '. Essed staaft haar aanklacht op niet mis te verstane wijze met het voorbeeld van een vrouw die een docent had 'die er een gewoonte van maakte haar op een penetrante manier 'recht in het gezicht te staren' '. Daarnaast presenteert Inzicht in alledaags racisme ons het onaangename feit dat 'verschillende vrouwen situaties (rapporteren) waar 'ze aangestaard worden' omdat ze 'heel donker' zijn'. Na deze onweerlegbare bewijzen confronteert Essed ons genadeloos met de slotsom: 'Het eruit pikken van zwarte vrouwen duidt erop dat ze niet worden beschouwd als normaal onderdeel van de situatie.'

'HEE, EEN ZWARTE'

Dus, nog los van de vraag of het hier misschien om excessief aantrekkelijke vrouwen handelde (hetgeen uiteraard ook niet als verzachtende omstandigheid mag gelden, integendeel!): wie naar een zwarte vrouw kijkt, discrimineert haar. Het is een gezichtspunt dat tot nadenken stemt.

Er komen ook ernstiger zaken aan de orde. Essed laat een vrouw aan het woord die vertelt: 'Als je winkels binnenkomt komen ze gelijk op je af en vragen wat je wilt hebben. Weet je, zo van 'Hee een zwarte, even kijken wat er gebeurt'.' Deze vrouw meent dat haar huidskleur haar in de ogen van anderen tot dievegge bestempelt en is daar verontwaardigd over. Wie het wel eens heeft meegemaakt dat zijn uiterlijk tot wantrouwen leidde, weet dat dat vervelend is.

Een andere zwarte vrouw met eenzelfde ervaring reageert echter met 'Ik heb er begrip voor. Want 't gebeurt vaak dat als van die zwarte vrouwen binnenkomen, er wordt gejat. (..) Ze kunnen niet van mijn gezicht aflezen dat ik niet een van die (zwarten) ben die dan iets jat.' Persoonlijk vind ik dat een grootmoedige reactie. Maar volgens Essed heeft laatst genoemde vrouw 'noch voldoende kennis over racisme, noch voldoende situationele kennis'. Daar kijkt de lezer dan toch even van op, want juist daarvoor constateerde de jonge doctor nog: 'Ervaringen zijn een goede bron van informatie.' Sommige ervaringen zijn dus meer dan andere 'een goede bron van informatie'.

Zoals ook sommige 'animals more equal than other animals' zijn. Essed laat niet na de alarmklok te luiden. Zo stelt zij vast dat 'na jaren van onderzoek (..) in recente publikaties de bezorgdheid (wordt) uitgesproken over de afwezigheid van evenwichtig samengestelde informatie over racisme.' Zij verwijst in dit verband naar de bekende tekstcriticus Teun van Dijk die zij uitvoerig in haar voorwoord voor zijn inspirerende steun bedankt. Een evenwichtige samenstelling van informatie over racisme, zo voorspelt Essed ons, zal nog enige tijd op zich laten wachten vanwege 'het anti-antiracistische gevoel bij andere wetenschappers, journalisten en beleidsmakers', die hun meningen maar vrijelijk in de media kunnen verkondigen en 'deel uitmaken van de intellectuele aanval op het antiracisme.' A.J.F.

Kobben, Lodewijk Brunt en Herman Vuijsje hebben het verbruid bij Essed. De door haar geprezen professor Van Dijk is momenteel onderwerp van strafvervolging vanwege zijn op wetenschappelijke analyse gestoelde beschuldiging dat Gerrit Komrij de derde-rangs racistische pamflettist 'Rasoel' is.

STOUTSTE DROMEN

Het is in Nederland allemaal erger dan de lezer in zijn stoutste dromen kan voorstellen. Want dat de strijders tegen het racisme van alle kanten worden belaagd, kon vermoed worden, maar dat 'er politieofficieren (zijn) die weigeren om klachten zelfs maar op te schrijven en die zwarten beschuldigen van het overdrijven van racisme,' is nagenoeg onvoorstelbaar!

Inzicht in alledaags racisme is een somberstemmend werk. Racisme is een belangwekkend onderwerp. Het is bedroevend dat de behandeling van dit onderwerp wordt gemonopoliseerd door pretentieuze warhoofden a la Essed. Waarom zwijgt de wetenschappelijke goegemeente wanneer Essed haar proefschrift presenteert? Is men bevreesd voor racist te worden uitgemaakt? Natuurlijk zal Essed iedereen die het niet met haar eens is voor racist uitmaken, dat is nu eenmaal een reflex van haar en de haren.

Zij promoveerde bij Chris Mullard, hoogleraar aan het met opheffing bedreigde Centrum voor Raciale en Etnische Studies. Tegen deze hoogleraar was onder meer ingebracht dat zijn werk onvoldoende wetenschappelijk was. Mullard cum suis verweerden zich tegen de aanval op hun instituut met het argument dat hun tegenstanders zich schuldig maakten aan racisme. Tegen die onzin moet toch een keer opgetreden worden?