Werkloze joden uit Sovjet-Unie zijn een tijdbom in Israel

KARMIEL, 30 APRIL. Edi Eldar, de burgemeester van de ontwikkelingsstad Karmiel (28.000 inwoners) in de bergen van Galilea, is zeer bezorgd. “Ik kan de Sovjet-immigranten toch geen bloemen of gras laten eten”, roept hij uit. “Over de huisvesting voor de aanhoudende stroom immigranten maak ik me geen zorgen. Daar komen we wel uit. Tweeduizend woningen staan in de steigers. Als ik het over een tijdbom onder de stad heb doel ik op de werkgelegenheid. Die is er niet.”

De burgermeester is bang dat demonstraties van werkloze immigranten de rust in Karmiel zullen verstoren en de goede naam van zijn fraai aangelegde stad, met haar grote parken en in dit jaargetij schitterend bloeiende bomen, zullen besmeuren. “Voor de toekomst van Galilea is het belangrijk dat zich hier Sovjet-joden vestigen. Dat is de enige manier om de demografische explosie bij de Arabieren, die al een kleine meerderheid vormen, bij te benen”, zegt hij.

Voor Edi Eldar is het onbegrijpelijk dat de Likud-regering Galilea verwaarloost en zich om ideologische redenen blindstaart op het uitbouwen en stichten van nederzettingen in de bezette gebieden. “Er is geen grotere verkwisting denkbaar”, stelt hij vast. “Iedere cent die daarnaar toegaat is verloren, want het is een droom te denken dat we die gebieden kunnen behouden”. “Dat geld zou hier en op andere plaatsen in Israel gebruikt moeten worden om werkgelegenheid voor de Sovjet-immigranten te scheppen.” De regering van Yitzhak Shamir is echter stokdoof voor deze klacht.

Sedert de massa-immigratie uit de Sovjet-Unie begin vorig jaar op gang kwam is de bevolking van Karmiel met ruim twintig procent gegroeid, en Karmiel blijft een trekpleister, ook al is de immigratie wat teruggelopen. Indien het huidige groeitempo aanhoudt zal de bevolking zich er binnen vier a vijf jaar verdrievoudigen.

Op de heuveltoppen wordt driftig gebouwd. Er staan grote borden waar de nieuwe woonwijken zullen verrijzen. Maar als er parallel aan deze bevolkingsgroei in het industriepark van Karmiel niet op grote schaal in nieuwe industrieen wordt genvesteerd, ziet de toekomst van de stad er heel naargeestig uit. Dan zal Karmiel in een zee van werkloosheid verpauperen of leeglopen als de immigranten weer vertrekken. De harmonie in Karmiel tussen de verschillende bevolkingsgroepen zal er dan op de schrijnende sociale tegenstellingen kapotlopen.

Edi Eldar is het roerend eens met het alarmerende rapport dat Michael Bruno, de directeur van de bank van Israel, een dezer dagen over de immigratie-problematiek heeft gepubliceerd. Deze doorgaans zeer behoedzame econoom voorspelt over een jaar of vier een stijging van de werkloosheid van 10,7 tot 18 procent, als gevolg waarvan 200.000 Sovjet-joden Israel zullen verlaten. Uitsluitend een op diepte-investeringen gericht beleid kan een catastrofe volgens het rapport voorkomen. Daarvoor is de komende vier jaar ten minste 25 miljard dollar nodig, geld dat zonder vooruitgang in het vredesproces zijn weg naar Israel niet zal vinden.

De werkloosheid drukt al een zwaar stempel op Karmiel. “Ik weet dat ik hier geen werk kan krijgen”, zegt de 24-jarige elektricien Michael Tservil uit Riga. Twee weken geleden is hij uit de Sovjet-Unie in Karmiel aangekomen. Hij is door zijn grote pet op het bleke hoofd onmiddellijk herkenbaar als een nieuwe immigrant. Op veel immigranten heeft Michael een streepje voor omdat hij in Riga twee jaar lang intensief Hebreeuws heeft gestudeerd en zelfs in Israel naar een uitgever zoekt voor een door hem geschreven grammatica-boekje. Na twee weken rondkijken heeft hij begrepen, dat er voor hem niets in Karmiel te doen is. En dus gaat hij voorlopig naar een kibbuts in de hoop over een tijdje toch ergens anders in zijn vak aan de slag te komen. “In Rusland weten alle joden ondertussen wel dat er grote werkloosheid in Israel is ”, vertelt hij. “Familieleden en vrienden die al in Israel zijn, geven in brieven de raad voorlopig weg te blijven. Ik denk dat voornamelijk daarom minder Sovjet-joden naar Israel zullen emigreren dan aanvankelijk werd gedacht.”

Die trend is al zichtbaar in de immigratiestatistiek. Er komen per maand geen 25.000 Sovjet-joden meer aan, maar 7.000 minder. Meer dan honderdduizend joden die alle emigratie formaliteiten achter de rug hebben, wachten in Moskou, Leningrad, Riga en elders op betere tijden in het beloofde land.

Ruim 38 procent van de nieuwkomers in Karmiel is boven de 50 jaar. Volgens de Israelische wet maken ze geen aanspraak op pensioen. “Dat is een pijnlijke situatie”, zegt de gemeentewoordvoerster. “Geen enkele fabriek neemt die mensen. Ze moeten leven van het geslonken bedrag dat ze bij aankomst krijgen, Als dat op is komen ze aan de hongergrens.”

Vaak gaat het om immigranten die in de Sovjet-Unie belangrijke functies vervulden en nu in Karmiel verpauperen. Huren van 650 dollar voor een flat van drieeneenhalve kamer kunnen ze niet opbrengen. Om toch het hoofd boven water te kunnen houden zijn heel wat families bij elkaar ingetrokken. Maar dan nog is er niet veel geld voor voedsel.

(In de Israelische pers verschijnen al verhalen van Russische immigranten die op vuilnisbelten naar voedsel zoeken en uit wanhoop in supermarkten stelen.) Om in de ergste nood te voorzien versterkt de gemeente Karmiel in het geheim warme maaltijden aan de ergste gevallen. Uit de gaarkeuken worden de maaltijden aan huis bezorgd omdat de immigranten uit schaamte het eten niet komen halen.

Aron Chagioshivi emigreerde in 1973 uit Georgie naar Karmiel. Hij heeft in het kleine commerciTREMA NA AFBREKING ONDERDRUKT ele centrum van de stad een goed lopend cafe. Maar zijn taartjes van tweeeneenhalve gulden verkoopt hij bijna nooit aan de Russen. “Daar hebben ze geen geld voor”, zegt hij. “Als ze al besluiten iets te gebruiken, kiezen ze het allergoedkoopste”.

Hij heeft een wat optimistischer kijk op de immigratieproblematiek dan de directeur van de bank van Israel. “In het begin zijn de problemen voor nieuwe immigranten altijd groot. Maar als ik terugkijk en zie hoe bijna 200.000 in de jaren zeventig gekomen Sovjet-joden zijn geslaagd, heb ik geen reden tot pessimisme. Karmiel groeit als kool. Werk komt er ook wel.”