Weg met de Etiquette

Als er iets is dat ik verafschuw (naast een toupet, onnodige afkortingen, een interlock en gebrek aan relativeringsvermogen) is het het soort mensen dat zich via zelfgemaakte normen tracht te bewijzen. De generatie Nieuwe Golfers, met Geruite Broeken, Burberry Hoedjes en Zegelringen. Zelden - het is zeker iets te generaliserend - draagt werkelijk patriciaat, dat van huis uit leert omgaan met traditionele normen en waarden, een zegelring. Die wordt veelal getoond door degenen die ingaan op advertenties als: “Ook uw familie heeft een wapen - vraagt uw juwelier.”

Ze rijden vaak in Mazdas of Hondas, die echter - hoe snel en aerodynamisch ook - niet de status verspreiden die zij zo graag zouden bezitten. En hun Duitsopgetuigde vrouwen (trui met te veel glitters, franjes, leer en wat niet al), gaan in Amsterdam een nieuwe deo-stick kopen of een peperduur truitje ruilen voor hetzelfde truitje in een iets andere kleur, in een treurige Safari-jeep met jerrycan.

Op Etiquette zijn ze zeer gesteld. Etiquette is een liefhebberij geworden van de Nieuwe Rijken. De verplichte foeilelijke vrijetijdsschoen, de altijd veilige blazer, een serie versleten kwinkslagen, een altijd keurig gewassen auto en in de boekenkast Het Beste Boek voor de Weg en een handje van de vakantie overgebleven detectives, met een glaasje lachend in het clubhuis; de voorhoede van de zojuist ontstane kaste van etiquette-connoisseurs.

Mijn beminde vader zaliger kon al treurig opmerken: “Zolang ze maar niet over OSM (Ons Soort Mensen) praten, of MZW (Mensen Zoals Wij), dan is het nog te dragen. Zorg anders dat je je snel uit de voeten maakt.”

Wat hij bedoelde was: manieren zie je niet, die ruik je. Merkwaardig is het te constateren dat op de achterzijde van Van Lenneps boek Fatsoen staat gedrukt: “Fatsoenlijkheid kan weer in Nederland! In alle lagen van de bevolking is er een opleving van welgemanierdheid en wellevendheid te bespeuren. Boeken over goede manieren zijn populairder dan ooit, de spijkerbroek is uit, het maatpak in en welgemanierd eten is niet langer uitzonderlijk.”

Maar welgemanierd eten is nooit uitzonderlijk geweest! De enige verandering is dat het een weldenkend mens een zorg zal zijn met welke vork of welk mes hij voortgaat te eten. Ja, vanaf buiten naar binnen, ik weet het. Maar mag je dat grote, handige mes dat niet exact in de rij ligt, niet gebruiken als het praktisch ter zake is? Het zou mij verbazen.

Wie zich herkenbaar probeert te maken als 'net persoon' is in principe al ondeugdelijk. Voornaam volk herken je niet. Of toch: ze zullen altijd beminnelijk zijn tegen bedienend en winkelpersoneel (in een interview zei de auteur van Het dialect van de Adel, Agnies Pauw van Wieldrecht, op de vraag wat haar vader deed als ze iets heel ergs had gedaan: “Iets heel ergs? Ja, iets heel ergs... Als je bijvoorbeeld de deur niet openhield voor het personeel dan kon je een flinke klabots voor je derriere krijgen”).

Nooit zullen ze in te opzichtige auto's rijden, nooit te modern of anderszins opzichtig gekleed zijn en vooral: zuinig zonder kinderachtig te zijn tegenover anderen. Soms kun je het nettere volk herkennen aan de iets te rechte benen, wat vooruitstaande tanden, borstelige wenkbrauwen en een forse, rechte neus. Terwijl de dames graag multi-functionele korte, groene tuinlaarsjes dragen en de heren het liefst een ruim versleten, wat tintloze broek aantrekken. Het is en blijft een kwestie van (niet)opvoeding: het gaat vanzelf. Daar waar manieren werkelijk bestaan, spreken ze voor zich.

Het is als met geld: je praat er niet over.