Vakbondsmuseum in de geest van Henri Polak

Koningin Beatrix opent morgen in Amsterdam het Nederlands Vakbondsmuseum. Het museum is ondergebracht in de 'Burcht van Berlage', ooit hoofdkwartier van de bond van diamantbewerkers van Henri Polak.

Op 11 februari 1895 vroeg Henri Polak - voorzitter van de zojuist opgerichte 'Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkers Bond' (ANDB) - de architect H. P. Berlage een 'fraaie kop' te tekenen voor het Weekblad van deze bond. “Daar ik niet alleen de lieden op hunne materieele belangen wil attent maken, doch ook de schoonheidszin bij mijne vakgenooten zoo veel mogelijk wil opwekken”, luidde Polaks opmerkelijk commentaar bij dit verzoek.

Vijf jaar later zette Berlage voor de ANDB, die zich inmiddels ontwikkeld had tot Nederlands rijkste en meest succesvolle vakbond, op de Amsterdamse Plantage Franschelaan (nu Henri Polaklaan) een kloek gebouw neer: als vakbondsbehuizing op dat moment enig in zijn soort.

Nog eens vijf jaar later werd op initiatief o.a. van de ANDB in ditzelfde gebouw het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen (NVV) opgericht, dat in 1978 met de katholieke vakcentrale het NKV opging in de FNV.

In deze 'Burcht van Berlage', zoals het ANDB-gebouw met zijn roemrucht maar ook tragisch verleden vaak werd genoemd, zal koningin Beatrix morgen - op de Dag van de Arbeid - het Nederlands Vakbondsmuseum openen. Een semi-permanente tentoonstelling over leven en werk van Henri Polak - de man die de ANDB in 1894 hielp oprichten en deze zonder onderbreking bleef leiden tot de komst van de Duitsers in 1940 - staat als eerste belangrijke manifestatie op het programma van het nieuwe museum.

Geen wonder: Henri Polak, zoon een joodse diamantslijper, is de grondlegger van de moderne vakbeweging. Hij werkte aan het einde van de vorige eeuw als briljantsnijder in Londen. Polak raakte ervan overtuigd dat hecht georganiseerde vakbonden meer bereikten dan het syndicalisme.

Terug in Nederland werd Polak aanhanger van de parlementaire richting in het socialisme. Hij ontwikkelde zich tot vooraanstaand lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij en werd de eerste socialist in de Amsterdamse gemeenteraad en in de Eerste Kamer.

Polak werd in 1906 gekozen als eerste voorzitter van het in dat jaar opgerichte Nederlands Verbond van Vakverenigingen. Het NVV was ontstaan uit de behoefte onder landelijke vakbonden aan een sterke federatie.

Het NVV was sterk met de SDAP gerelateerd, maar Polak bleef ijveren voor behoud van eigen identiteit om ook wervingskracht onder niet-socialistische arbeiders te hebben.

Polak overleed in 1943 aan een longontsteking. Zijn gezondheid was sterk achteruit gegaan nadat hij in 1940 door de Duitsers gevangen was genomen en anderhalf jaar onder slechte omstandigheden moest doorbrengen in een rusthuis in Wassenaar. Zijn vrouw Emily stierf in '43 in kamp Westerbork.

Aan de stichting van het vakbondsmuseum is een lang rijpingsproces vooraf gegaan in vakbondskringen en in kringen van sociaal-historici.

Het begrip voor de maatschappelijke betekenis van het eigen verleden - zowel wat betreft de sociaal-economische als de culturele aspecten - is bepaald niet uit de lucht komen vallen. In 1958, toen de ANDB bij gebrek aan diamant-industrie als zelfstandige bond haar activiteiten moest staken en het gebouw overdroeg aan de Metaalbewerkersbond afdeling Amsterdam, was de Nederlandse vakbeweging - trouwens vrijwel de hele Nederlandse samenleving - geheel gericht op het verhogen van de materiele welvaart. De Partij van de Arbeid pleitte toen voor flinke uitbreiding van het autowegennet, terwijl Joop den Uyl als Amsterdams wethouder Standard Petroleum naar de hoofdstad probeerde te lokken.

Museum-directeur Willem van der Stokker bivakkeerde ooit als bestuurder van het district Amsterdam van de Industriebond FNV in het bondsgebouw. Hij raakte er net als andere FNV-functionarissen verliefd op. Bezield door dit gevoel kwamen zij op de gedachte in deze schepping van Berlage een museum te vestigen gewijd aan verleden, heden en toekomst van de Nederlandse vakbeweging. Anders gezegd: via de stenen van de 'Burcht' werd de geest van Polak en Berlage over hen vaardig.

Pag. 14:

Polak ijverde voor 'brede' vakbeweging

De Metaalbewerkersbond - niet afwijkend van het algemeen 'cultureel'

patroon - veranderde het bondsgebouw, een ware tempel van de Art Nouveau, in een doelmatig, fantasieloos, up-to-date kantoorgebouw. Een aantal bijzondere elementen, zoals Berlages magnifieke trappenhuis en de wandschilderingen van Richard Roland Holst in de bestuurskamer zijn intact gebleven. In 1971 en de daarop volgende jaren - toen het district Amsterdam van de Industriebond NVV het gebouw overnam van de Metaalbewerkersbond - moest de leiding van deze afdeling alle zeilen bijzetten om de averij voor haar leden, opgelopen door door het verdwijnen van praktisch de hele industrie in Amsterdam-Noord, tot het minimum te beperken. In deze periode was er geen tijd voor reflectie op het eigen verleden en zijn cultuurgoed.

De omslag kwam, aldus museum-directeur Van der Stokker, in de jaren tachtig toen de vakbeweging zich opnieuw op haar rol orienteerde.

Naast het streven naar behoud van materiele zekerheden, wilden vakbonden zich manifester inzetten voor het welzijn van werknemers.

Daarmee werd de draad van het verleden weer opgenomen: immers Henri Polak - de grondvester van de moderne vakbeweging - ijverde vanaf het moment dat hij in november 1894 de Amsterdamse diamantarbeiders organiseerde voor een 'brede vakbeweging'. Een vakbeweging die zich zowel richt op directe belangenbehartiging als op immateriele zaken zoals de verhoging van het geestelijk welzijn van de werknemers. Het museum past - als ondersteunend instituut van de vakbeweging - geheel in de lijn van deze ontwikkeling.

Een eerste belangrijke aanzet tot de oprichting van het museum was de stichting in 1983 van de Vakbondshistorische Vereniging (VHV). Het initiatief hiertoe ging uit van de vakbeweging zelf. Van meet af aan kreeg de vereniging belangrijke steun van sociaal-historici. De historica Wietske van Agtmaal, secretaresse van de VHV, bracht een uiterst bonte collectie vakbondsobjecten bijeen en legde daarmee de basis voor de huidige museumcollectie. Diverse tentoonstellingen over het verleden van de vakbeweging kwamen onder haar leiding tot stand in samenwerking met onder andere de drie in sociaal-economische geschiedenis gespecialiseerde instituten, die Nederland rijk is: het Internationiaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam, het Sociaal Historisch Centrum in Nijmegen en het Katholiek Documentatie Centrum in Maastricht.

Een en ander culmineerde in de oprichting op 8 mei 1988 van de Stichting Nationaal Vakbondsmuseum door de toenmalige voorzitter van de Industriebond FNV Dick Visser en professor Eric Fischer, directeur van het IISG. De oprichting van de Stichting was mogelijk omdat inmiddels bekend was geworden dat het district Amsterdam van de Industriebond FNV door fusie met het district Noord-Holland, gevestigd in Velsen, het pand op de Henri Polaklaan zou verlaten. Visser en Fischer waren ervan overtuigd dat diverse belangrijke bonden en centrales financiele middelen beschikbaar zouden stellen voor vestiging en exploitatie van een vakbondsmuseum in het ANDB-gebouw.

In oktober vorig jaar ging het bondsgebouw over in handen van de Stichting. De VHV zal als museum ondersteunende instelling blijven bestaan.

Het museum staat in de eerste plaats in dienst van de drie grote vakcentrales - FNV, CNV en MHP (middelbaar- en hoger personeel). Het wil dat bij voorbeeld doen door het organiseren van semi-permanente tentoonstellingen in het gebouw en door cursussen, onder andere dagcursussen voor scholieren over geschiedenis en betekenis van de vakbeweging.

Vanaf januari 1992 zullen in het literair cafe 'De Koperen Steel' - dat gevestigd wordt in het souterrain van het museum - literair-culturele bijeenkomsten worden gehouden. De eerste is gewijd aan leven en werk van de Vlaamse schrijver Louis Paul Boon. Verder komen er symposia en forumdiscussies over belangrijke sociaal-economische onderwerpen. Twee maal per jaar bij voorbeeld zullen de voorzitters van de drie grote vakcentrales met prominente Nederlanders discussieren over thema's als de internationalisering van het arbeidsvoorwaardenoverleg. Dat onderwerp is actueel met het oog op de Europese eenwording.

Een wetenschappelijke studie over de geschiedenis van de vakbeweging in Amsterdam staat op stapel. Het plan bestaat om binnenkort aan een Nederlandse universiteit een bijzondere Henri Polak-leerstoel voor de bestudering van vakbondsvraagstukken in te stellen.

Geprobeerd zal worden het ANDB-gebouw zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen. Op het programma staat onder andere de restauratie van het prachtige plafond in de zaal van de bondsraad: het parlement van de ANDB. Dat zou tevens een daad van pieteit zijn tegenover de overwegend joodse ANDB-leden, waarvan er - zoals een inscriptie in de entreehal van het gebouw meldt - tweeduizend met hun gezinnen tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers werden vermoord.