Spong plaatst zich volgens Justitie buiten de rechtsorde

AMSTERDAM, 30 APRIL. De Haagse advocaat mr. G. Spong heeft zich volgens de procureur-generaal bij het Amsterdamse gerechtshof mr. R.J. Manschot “gediskwalificeerd als lid van de rechtsorde”.

In een ongebruikelijk fel requisitoir zei Manschot gisteren dat Spong “zich op een betreurenswaardig niveau heeft geplaatst” door zich in november vorig jaar tegenover deze krant triomfantelijk te tonen over de vrijspraak door de Amsterdamse rechtbank van zijn Colombiaanse client. De man is volgens Justitie een zeer belangrijke cocanehandelaar. Spong ontkent door zijn gedrag “zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid als burger”, zo verklaarde Manschot tijdens de behandeling van het hoger beroep tegen de overigens niet verschenen Colombiaan. Tegen de verdachte werd gisteren, evenals eerder voor de rechtbank, een gevangenisstraf van twaalf jaar geeist.

De verdachte werd in november vrijgelaten, omdat volgens de rechtbank de rechter-commissaris mevrouw mr. M.J.C. van Kamp een verhoor van een getuige in Brazilie niet op de juiste wijze zou hebben gehouden. De vragen die de advocaten hadden opgegeven waren namelijk niet allemaal gesteld.

In een reactie op dat vonnis verklaarde Spong tegenover NRC Handelsblad dat hij de uitspraak had zien aankomen, omdat de rechter-commissaris over het hoofd zou hebben gezien dat een advocaat conform de laatste Europese jurisprudentie altijd vragen moet kunnen stellen. Spong, die destijds ook naar Brazilie was gereisd, zei dat hij “handenwrijvend in mijn zwembroekje aan de rand van het zwembad”

had zitten hopen dat hij niet gebeld zou worden. De rechter was “met huid en haar” in zijn 'val' gelopen.

Manschot zei hierover dat het de taak is van een advocaat om binnen wettelijke grenzen alles te doen in het belang van zijn client. Maar het past een advocaat niet zich publiekelijk “de buik vast te houden van het lachen” over een vrijspraak. Spong gedraagt zich volgens de procureur-generaal op ongepaste wijze “als tegenstander van het strafrechtelijk apparaat hoewel hij hiermee zijn brood verdient”.

Spong zelf woonde het requisitoir niet bij. 's Ochtends was hem door het hof de mogelijkheid ontnomen het woord te voeren als raadsman van de Colombiaan. Aleen als er “klemmende redenen” zijn mag een advocaat het woord voeren indien de verdachte zelf niet verschijnt.

Spong voerde als reden aan voor de afwezigheid van zijn client de “vele duizenden guldens aan reis- en verblijfkosten” die de Colombiaan zou hebben moeten maken om te komen. Het hof wees dit argument af, omdat men zei “niet de indruk te hebben dat dit een armlastige verdachte is”.

Tijdens het requisitoir deed zich een incident voor toen de Maastrichtse advocaat mr. M. Moszkowicz - die een medeverdachte bijstaat - Manschot onderbrak, omdat de procureur-generaal te ver zou gaan. Moszkowicz zei de aanval bij afwezigheid van Spong “niet chic”

te vinden. Het hof wees zijn bezwaren af. Spong zegt desgevraagd de kritiek op hem “hypocriet” te vinden.

“Over het interview zelf is geen klacht ingediend. Kennelijk wordt het mij alleen verweten dat ik publiekelijk van mijn grote vreugde blijk heb gegeven.”

Manschot vroeg het hof gisteren ook expliciet te verklaren dat Justitie juist heeft gehandeld door het verslag van een afgeluisterd telefoongesprek tussen Spong en een Antilliaan toelaatbaar te achten als bewijsmiddel. Via dat gesprek vernam Justitie dat Spong de Colombiaan een briefje van zijn vader had gegeven terwijl dat niet mocht. Een tuchtzaak die tegen Spong loopt op verzoek van het openbaar ministerie in Amsterdam, is aangehouden in afwachting van het oordeel van het hof. Manschot betoogde dat het afgeluisterde gesprek ging tussen een derde en Spong die niet als zijn advocaat optrad en dat is toelaatbaar.

Rechter-commissaris Van Kamp werd gisteren uitgebreid verhoord over haar verhoor van een belastende getuige in Brazilie. Ze zei dat de Nederlandse advocaten niet tot dat verhoor werden toegelaten, omdat volgens Justitie in Brazilie door toedoen van inlichtingen die advocate mr. C. van den Brule - die ook een verdachte bijstond - had verstrekt aan een Braziliaanse advocaat de getuige met de dood was bedreigd. Van Kamp beklemtoonde evenwel dat de relevante vragen die advocaten haar hadden opgegeven in haar ogen tijdens het verhoor wel waren gesteld. De getuige sprak volgens haar de waarheid “al beefde hij als een riet van angst”.

Manschot zei dat de vrijlating van de Colombiaan “grote deining in de Braziliaanse justitiele wereld” heeft veroorzaakt. Volgens Manschot zijn de Brazilianen alsnog bereid een nieuw bezoek van de rechter-commissaris desnoods in gezelschap van de Nederlandse advocaten toe te staan als dat nodig is voor een veroordeling. Als het hof van oordeel is dat er nog niet voldoende bewijsmateriaal is, wil Manschot dat het hof in een tussenvonnis besluit een nieuw bezoek aan Brazilie te brengen. President van het hof mr. J.H.M. Willems zei daarop een bezoek eventueel zelf te willen afleggen.

Manschot noemde zo'n “niet ongevaarlijke reis” het “laatste redmiddel”. “Er mag bij de buitenwereld niet de indruk ontstaan dat deze Colombiaan de dans ontspringt.”

Tegen een Braziliaan die ook lid zou zijn van de organisatie die 600 kilo cocane in Nederland wilde invoeren, werd tien jaar geeist. Deze verdachte is door de rechtbank al tot een zelfde straf veroordeeld.

Uitspraak over veertien dagen.