Potters Beesten tonen humor en bloeddorst

Toneelvoorstelling: Potters Beesten. Toneelschuurproduktie voor volwassenenen kinderen vanaf 8 jr. Regie en vormgeving: Rieks Swarte; dramaturgie: Eva Mesker; spel: Ferdi Janssen, Servaes Nelissen, Rieks Swarte en Hans Thissen. Gezien: 23-4 Toneelschuur Haarlem. Tournee t- m 15 juni.

Zijn de dierenverhaaltjes van Beatrix Potter wel zo zoetsappig als dikwijls wordt beweerd? Uit de voorstelling Potters Beesten van Rieks Swarte blijkt eerder het tegendeel. Niet alleen de eigenzinnige en speelse vormgeving is verre van zoetsappig, ook de verhalen zelf wekken niet die indruk.

Neem nu de das uit het verhaal Mr. Tod, dat is een echte uitvreter. Hij komt bij opa konijn met nare verhalen over wie nu weer allemaal wie hebben opgegeten in het dierenrijk. De das heeft zichtbaar plezier in zijn misselijkmakende verhaaltjes, maar ja, hij is zelf net zo. Opa konijn knikt daarentegen afwezig, hij weet hoe het toegaat in het leven maar kan er niet veel aan veranderen. En neem nu de charmante vos uit het verhaal Jemima Puddle-Duck, die de titelheldin - een naeve eend - verleidt tot een Kerstdiner voor twee. Nee, het is oorlog in Potters Beesten, maar die oorlog wordt op het toneel met zo veel rake humor en gekkigheid uitgevochten dat je dat bijna zou vergeten.

In den beginne is daar een kleermakersatelier, geheel opgetrokken uit karton. Er is zelfs een kartonnen open haard met bewegende, rode vuurtongen. De piano in de hoek lijkt eveneens te knipogen: als hij bespeeld wordt blijken sommige snaren vervangen door klokken. De kleding en de pijpen van de vier acteurs refereren nostalgisch aan Potters tijd. Met poppen, objecten en decorstukken spelen de mannen vijf verhalen van de schrijfster na. Zij trekken zelf net zo hard de aandacht als de poppen die zij manipuleren. Als een groep muizen op Kerstavond de zieke kleermaker helpt, weet je niet waar je kijken moet: naar de piepkleine muizen die met hun armpjes naaibewegingen maken, of naar de mannen die vol overgave het triviale geklets van de dieren ten gehore brengen.

Verfrissend aan het theater van Rieks Swarte is dat hij de sfeer van het repetitielokaal meebrengt op het toneel. Theater is hier niet heilig; het is een ambacht dat met zichtbaar plezier wordt volvoerd.

De mannen geven elkaar aanwijzingen, lichten het publiek in en wisselen zelf de decors, waarbij de trucages duidelijk zichtbaar worden.

En trucages zijn er genoeg. De das, een prachtig pluche dier, gaat er met de baby-konijnen vandoor. Het dier blijft echter op dezelfde plaats; voortgang wordt gesuggereerd door het voortdurend verwisselen van zetstukken in het decor, waardoor het landschap steeds verandert.

De vormgeving heeft de directe aantrekkelijkheid van zelfgemaakt speelgoed, een charme waartegen ook volwassenen niet zijn bestand. In de zaal waren de kreten van verbazing en meeleven dan ook niet van de lucht. Zo bezit dit pretentieloze theater toch nog een magische kracht, die van volwassenen weer kinderen maakt.