Koninklijke Variaties

Koninklijke Olie is al jaren een van de meest waardevolle en karaktervolle spelers in het beursspel. Zo een waar je als coach- beleggers op kan bouwen. Soms gaat het wel eens een beetje minder, maar als het op de beurs tegenzit blijft hij meestal recht overeind. Daarom hebben veel kleine en grote beleggers het fonds in hun portefeuille. Optiebeleggers kunnen alle kanten op met r'oil dutch.

Naast de opties die in juli, oktober en januari aflopen, zijn er meerjarige opties die in oktober van dit jaar en in 1992, 1993, 1994 en 1995 aflopen. Wie niet uit is op korte termijn profijt, kan met die opties rendabele combinaties opzetten.

Maandag noteerde het aandeel rond de 160 gulden; dertig procent boven de laagste koers in de afgelopen twaalf maanden op 24 januari. De aandelenmarkt als geheel (zonder Koninklijke Olie) ging in dezelfde periode maar 18,4 procent omhoog. Op 16 mei is de jaarvergadering en de volgende dag, of de beursdag erna, doet het aandeel ex 4,50 gulden slotdividend. Dat wil zeggen: de koers opent als regel een paar gulden lager. In de koersen van de call- en put-opties die in juli vervallen is die (tijdelijke) koersdaling al lang van te voren verwerkt.

De Optiebeurs-rubriek van 2 maart werd besloten met het volgende Olie-voorbeeld: koop de call oktober 1995 met uitoefenprijs 135 voor 27,50 (aandeel 140 gulden) en de bijpassende put voor 16,50. Samen 44 gulden. Nu, twee maanden later, doet de call 37,50, de put 9,50 en het aandeel is 20 gulden duurder op 160 gulden. De houder van de straddle (zo heet een dergelijk call- en put-paar) heeft op papier maar een schrale 3 gulden verdiend; 37,50 plus 9,50 min 44 gulden.

Een bijstelling van deze combinatie is de call-optie met 10 gulden (37,50 min 27,50) winst te verkopen en de put aan te houden tot het aandeel flink gaat dalen. Alsdan kan de put met minder verlies (dan nu) verkocht worden of de call goedkoper bijgekocht om de straddle te herstellen.

In het voorbeeld van 2 maart zijn met de straddle als dekking, om rendement te behalen, de volgende juli-1991 opties geschreven: de call 145 voor 2,80 (aandeel 140 gulden) en de put 135 op 4,40. Samen 7,20 gulden of een fraai rendement van 16,4 procent tot de derde vrijdag in juli, als de koers van Olie tussen de 135 en 145 sluit op de afloopdag. Dat kan natuurlijk nog steeds het geval zijn, maar de komende dividend uitkering dwingt de houder van de combinatie tot actie. De houder van de call-optie juli 145 (de tegenpartijvan de schrijver in het voorbeeld) heeft zijn optie zien oplopen van 2,80 op 28 februari naar 15,50 gulden op maandag 29 april (aandeel 160 gulden), een winst (verlies voor de schrijver) van bijna 13 gulden.

Wanneer de koers van het aandeel niet aanzienlijk daalt voor de jaarvergadering op 16 mei, en de optie-positie wordt niet gesloten, zal de houder net voor de ex-datum de aandelen opvragen om het dividend te incasseren.

De schrijver in het voorbeeld is niet in het bezit van de aandelen en zal die op de beurs (voor 160 gulden?) moeten kopen om aan de verkoopplicht op 145 gulden te kunnen voldoen. Een onvoordelige transactie: koop op 160 en verkoop op 145. De in waarde gestegen call oktober 1995 135 staat daar als voordeel tegenover. Evenals de in waarde gedaalde geschreven put juli 1991 135; van 4,40 naar 60 cent.

Het zit niet lekker. Hoe kom je uit zo'n lastig parket? Dat hangt af van je visie op het aandeel. Is die negatief, dan is direct sluiten (door kopen) van de call-optie nog niet aan de orde. Wel het met een winst van 3,80 (4,40 min 0,60) sluiten van de put. Daalt het aandeel een tientje, dan is de koers van de juli 145 call ongeveer 8 gulden. Op die koers, met een tijdswaarde van 3 gulden, is de kans op verplichte verkoop te verwaarlozen.

Gaat de koers van de Koninklijke nog verder omhoog, dan is sluiten aan te bevelen. Daarna kan bij voorbeeld de oktober 160 geschreven worden.

Op het huidige koerspeil van 160 gulden is de volgende tijd-spread een basis voor een meer ingewikkelde combinatie: koop de put oktober 1994 met uitoefenprijs 145 op 12 gulden en schrijf daarop de put oktober 1994 145 voor 3 gulden. Loopt die laatste optie waardeloos af, dan is het rendement (zonder kosten) 25 procent in zes maanden. Het is de bedoeling die strategie een aantal keren te herhalen. Een soortgelijke spread is denkbaar met de call oktober 1994 145 (26 gulden) en de call oktober 1991 160 (5,50), rendement 21 procent.