Kok als een routinier in monetaire wereldje

WASHINGTON, 30 APRIL. Te oordelen naar het zelfverzekerde, ontspannen optreden van minister van financien Wim Kok op de bijeenkomst van het Internationale Monetaire Fonds dit weekeinde in Washington voelt hij zich uitstekend op zijn gemak in dit wonderlijke wereldje ver van het Binnenhof. Dit was de derde keer dat Kok een IMF-vergadering bijwoonde en hij beheerst de onderwerpen die aan de orde zijn als een routinier.

Kok is niet zo genteresseerd in monetaire vergezichten of in abstracte beschouwingen over de hervorming van het internationale monetaire systeem, maar hij is praktisch gericht. Hij komt snel tot de kern van de zaak. “Kok snijdt door onderwerpen heen”, zegt een waarnemer, “hij schuift de flauwekul terzijde en is wars van schimmige formuleringen.”

Dat bleek uit de toespraak die Kok gisteren hield in het Interim Comite, het beleidsbepalende orgaan van het IMF. In hardheid deed Koks tekst niet voor die van Ruding onder; in helderheid won Kok op punten van de soms omstandige formuleringen van zijn voorganger.

Kok gaf voor het gezelschap van 22 ministers van financien van industrie- en ontwikkelingslanden een expose over het meest wenselijke economische beleid en dat bevatte onderdelen die Nederland zelf zich ter harte kan nemen. Over arbeidsmarkten: “arbeidsmarkten zijn flexibeler geworden dan ze waren in veel van onze landen, maar ze functioneren nog niet goed genoeg”. Over de risico's van een soepel geldbeleid: “monetaire stimulering leidt tot een opleving van de inflatie. Dat gevaar is nog even groot als vroeger”.

Kok betoogde dat een structurele aanpak nodig is om de economie weer op het groeipad te krijgen en om geld vrij te maken voor investeringen. Dat betekent: de besparingen moeten omhoog. En: “vermindering van begrotingstekorten is daarom de eerste taak voor veel van ons.” Waar het begrotingstekort onvoldoende wordt aangepakt, blijft de rente bijgevolg onnodig hoog.

Ontwikkelingslanden kregen van Kok de raad meer aandacht te besteden aan handelsliberalisatie en de schuldenlanden moeten beginnen met hun eigen huis op orde te stellen. Alleen voor de armste landen stelde hij schuldverlichting in het vooruitzicht.

Voor Oost-Europa had Kok de sobere boodschap dat de omvorming van een commando- in een markt-economie langer zal duren en meer zal kosten dan aanvankelijk werd verwacht. Zonder te vervallen in de simpele tegenstelling tussen geleidelijke aanpak en een schokprogramma zei Kok: “Ik ben het eens met de analyse van het IMF dat een geleidelijke aanpak heel gemakkelijk kan ontaarden in een gedeeltelijke aanpak met vermoedelijk nog hogere kosten. De sleutel tot hervormingen is alomvattendheid.”

Deze opmerkingen stemmen overeen met de gevestigde opvattingen van het IMF en de Wereldbank. Ze geven ook uitdrukking aan de zorgen van een minister die een schatkist te beheren heeft in een land met een hardnekkig begrotingsprobleem in deze tijd van hoge rente.