Kalmeringsmiddelen

In Groot-Brittannie zijn tenminste een miljoen mensen die niet meer kunnen leven zonder hun dagelijkse portie kalmeermiddelen (tranquilizers). Een aantal heeft zich verenigd, en gaat nu processen aanspannen tegen de firma's die die stoffen verkopen (NRC Handelsblad, 19 april).

Sedert een jaar of twintig vertel ik mijn studenten - onder wie die van de geneeskunde en de farmacie - met grote nadruk dat die middelen snel - in de loop van een paar weken - kunnen leiden tot 'verslaving'.

Er zijn dan twee dingen gebeurd. Die stoffen hebben de stofwisseling in de zenuwcellen (neuronen) van de desbetreffende hersensystemen gewijzigd; inbegrepen de overdracht van informatie (via neurotransmitters) tussen de neuronen. Dat heet lichamelijke afhankelijkheid.

Tegelijkertijd hebben zich verwachtingen, verlangens, onzekerheden, gewoontes ontwikkeld met betrekking tot het innemen van die middelen die niet meer zomaar van de ene dag op de andere uitgewist kunnen worden. Dat heet geestelijke afhankelijkheid.

Je moet aannemen dat alle psychiaters en huisartsen toch ook al minimaal twintig jaar op de hoogte zijn van het bestaan van die gevaren; al onderschatten sommigen misschien nog steeds de snelheid en hardnekkigheid waarmee die afhankelijkheden zich ontwikkelen. Er bestaat in Belgie al een aantal jaren een vereniging of zelfhulpgroep van aan kalmeerders verslaafde vrouwen.

Afhankelijk zijn van die stoffen, of van andere psychofarmaka, ook wel drugs genoemd, kan natuurlijk vreselijk zijn. Afhankelijk zijn van nicotine of alcohol is ook niet echt leuk. Maar om je leven gezelliger te maken, dus meer onafhankelijk, moeten die verslaafden in de eerste plaats bij zichzelf en hun medische verzorgers te rade gaan om er achter te komen hoe en waarom hun probleem zulke dramatische afmetingen heeft kunnen aannemen. Ik voel geen behoefte om de farmaceutische industrie te verdedigen. Die kan dat zelf als de beste.

Maar ik denk dat de slachtoffers van hun eigen gedrag de vraagstukken vertroebelen en zichzelf niet erg doelmatig helpen door nu ineens onaangenaam verrast te doen en boos te worden op de bedrijven die hun die stoffen geleverd hebben.

Maar hou er rekening mee dat de vraag naar die stoffen blijft bestaan, en ook het aanbod.