Jan Kal vangt Sinatra in sonnetten; 'Op mijn manier'

Jarenlang leefde de dichter onwetend van het oeuvre van Frank Sinatra. Hij is van de generatie die opgroeide met Beatles, Stones en Bob Dylan, de leeftijdsgroep die gruwde toen in 1967 opeens het ouderwetse Strangers in the night op de hitparade stond en hoopte dat er snel weer iets hippers voor in de plaats zou komen. De dichter moest niets van de oude nachtclubzanger hebben; vijf jaar later, toen hij voor het eerst de Sinatra-elpee September of my years hoorde, leek hem dat een aardige plaat om aan zijn vader cadeau te geven. Het was nog steeds niet iets dat hem zelf aansprak.

Jan Kal: Mijn manier, 144 Sinatra-sonnetten. Uitg. Gerard Timmer Prods, (f) 24,50.

Tot hij op koninginnedag 1977 bij een vriendin het nostalgische It was a very good year hoorde en, puur ambachtelijk, dacht: wat zit die tekst goed in elkaar, de opbouw lijkt op die van een sonnet, daar valt iets mee te doen. Nog diezelfde dag dichtte hij de ik-figuur, die met liefde terugziet op zijn zeventiende jaar, zijn eenentwintigste en zijn dagen als mid-dertiger, om tenslotte uit te halen in: “Maar nu mijn dagen als de herfst verglijden,- wil ik het leven tot de bodem leiden- van wijn uit oude fusten, vol en klaar.”

Daarmee had Jan Kal het eerste geschreven van de 144 sonnetten, die deze week verschijnen in de bundel Mijn manier - vier odes aan Sinatra en 140 gedichten, genspireerd op teksten uit het exuberant omvangrijke repertoire van de thans 75-jarige vocalist. Hij is verslingerd geraakt aan 's mans stem, zijn timing, zijn timbre en zijn frasering en heeft intussen honderden nummers op hun poetische waarde getest. Niet alles is nog gelukt. The lady is a tramp en One for my baby zijn tot dusver te lastig gebleken, te complex van constructie, associaties en binnenrijm om te vangen in de strakke sonnetvorm van twee keer vier regels en twee keer drie. In andere gevallen bleek de tekst, eenmaal los van de meeslepende Sinatra-voordracht, te weinig te beduiden om er concreet Nederlands van te maken. All alone bijvoorbeeld, huiveringwekkend als het wordt gezongen, is inhoudelijk te mager om er iets mee te kunnen aanvangen. Moments in the moonlight was al een twijfelgeval, dat Kal toch maar in de bundel heeft opgenomen: “Momenten in het maanlicht. Hoe kan jij- die heerlijke momenten toch vergeten?- Zijn die momenten dan voorgoed voorbij,- en wil je van de liefde niet meer weten?”

Soms duurde het jaren voordat er een bruikbaar sonnet op papier stond. Langdurig heeft de dichter geworsteld met het swingende I get a kick out of you, tot op koninginnedag 1990 een nieuwe uitdrukking in de Nederlandse taal uitkomst bleek te bieden: “Champagne doet me niet uitbundig zijn.- Ik krijg geen opkikker van alcohol.- Maar een ding voel ik werken als een trein:- ik ga van jou volkomen uit mijn bol.”

Tien jaar eerder bestond die uitdrukking nog niet. Het is een genot de titels van al die bekende nummers te vergelijken met de vertalingen-in-sonnettenmetrum. Zo beschrijft Jan Kal in het ontroerende Someone to watch over me het verlangen “naar iemand die een oogje op me houdt”, het luchtige I've got the world on a string laat zich nu lezen als: “Ik heb de wereld aan een draadje hangen”, het overberoemde New York New York omvat hier de regels “Wanneer ik in New York maar eenmaal slaag,- dan slaag ik overal waar ik me waag”, terwijl het titellied My way zelfs twee sonnetversies heeft gekregen. Een daarvan eindigt met het sextet: Wat is een man? Wat stelt hij voor? Geen flikker, als hij niet eens weet waar hij zelf op doelt, en niet kan zeggen wat hij waarlijk voelt.

Nooit stelde ik me op als hielenlikker, maar incasseerde alle klappen fier, en deed het altijd weer op mijn manier.

Aanvankelijk raadpleegde de sonnettenmaker de Sinatra-collectie van Paul Haenen en Dammie van Geest, maar inmiddels heeft hij ook zelf zo'n honderd platen in de kast. De man weet hem tot tranens toe te roeren; het is bij elke tekst alsof het hem recht uit het hart komt.

Hij beseft maar al te goed dat Frank Sinatra als prive-persoon waarschijnlijk geen zachtmoedig mens is, de controversiele biografie van Kitty Kelley kwam wat dat betreft niet als een schok. In een aan Sinatra, de eindeloze opgedragen vers noemt hij hem zelfs “meer of minder mafioos”. Maar doet dat er iets toe? Niet voor de waarlijke bewonderaar, bij wie het om de zang gaat en niet om de kleine, nu grijze man met dat scherpgesneden hoofd en die verkeerde vrienden.

Zonder blikken of blozen heeft Kal zich er evenmin voor geschaamd ook enkele typische macho-teksten tot sonnet om te werken - nummers als I like to lead when I dance en A good man is hard to find waarin de man zijn eisen stelt en de vrouw die maar heeft in te willigen: “Dus mocht je er een hebben, geef dan acht.- Verwen hem 's morgens. Kus hem in de nacht.- Sta altijd met je liefde voor hem klaar.- Je kunt hem houden, maar er is een maar.- Loop altijd met een lach op je gezicht,- en hou dat grote mondje toch eens dicht.” Ze horen erbij, de dichter voelde er niets voor dat deel van het Sinatra-oeuvre te verdonkeremanen.

De bundel verschijnt in een eerste oplage van 1400 exemplaren. Daarenboven worden er veertien in een gebonden uitvoering vervaardigd, voor enkele zeer speciale personen. Bovenaan de lijst staan uiteraard de heer en mevrouw Francis & Barbara Sinatra te Palm Springs, USA, op de voet gevolgd door Sinatra's lijfdichter Sammy Cahn, woonachtig te Beverly Hills. Tot de ontvangers behoren verder de heren Haenen & Van Geest en het echtpaar Adrianus en Petronella Bergkamp, die in de Kinkerstraat in Amsterdam aan het hoofd staan van de snackbar Broodje Lecker, waar de muren zijn behangen met Sinatra-memorabilia en de stem van de zanger onophoudelijk zoete noten over de broodjeseters uitstort. Kal is er al geruime tijd stamgast, hij heeft er een eigen tafeltje.

Is zijn arbeidsintensieve project nu voltooid? Allerminst. “Terwijl ik de drukproeven corrigeerde,” zegt hij, “begon het weer te kriebelen. Ik heb alweer een stuk of tien nieuwe sonnetten klaar.

Officieel heeft Sinatra ruim 1200 nummers opgenomen, officieus komen er daar een paar honderd bij. Ik kan dus nog vooruit. Er zijn er minstens duizend die ik nog niet heb gemaakt.''

foto: Frank Sinatra, zoals hij er in de jaren zestig uitzag.

    • Henk van Gelder