Industrielanden: laveren tussen recessie, inflatie en geldtekort

WASHINGTON, 30 APRIL. De industrielanden staan voor de uitdaging om hun economieen tussen de risico's van recessie en oplevende inflatie door te laveren. Tegelijkertijd moeten ze het hoofd bieden aan het dreigende internationale tekort aan kapitaal door hun besparingen te vergroten. Dat kan het beste gebeuren door de ontsparingen van overheden in de vorm van begrotingstekorten te verminderen.

Met deze conclusies is een tweedaagse serie van vergaderingen van ministers van financien van arme en rijke landen afgesloten. De conclusies zijn opgenomen in de slotverklaring van het Interim Comite, het beleidsbepalende orgaan van het Internationale Monetaire Fonds, dat vandaag wordt gepubliceerd. Tot verregaande coordinatie van het beleid om deze doelstellingen te bereiken, zijn de ministers niet gekomen. Daarvoor lopen de economische omstandigheden vooral in de grootste industrielanden op het ogenblik te ver uiteen.

De zoektocht naar de juiste mengverhouding van begrotingsbeleid en monetair beleid die een internationaal economisch herstel zal bevorderen zonder de inflatie aan te wakkeren, zal worden voortgezet tijdens de top van de zeven machtigste industrielanden in juli in Londen. De komende weken zal duidelijk moeten worden in hoeverre de besprekingen van de afgelopen dagen zullen leiden tot beleidsaanpassingen in Duitsland en de VS.

Evenals in de bijeenkomst van de ministers van financien van de zeven machtigste industrielanden (G-7) op zondag hebben de ministers in het Interim Comite elkaar de ruimte gelaten voor eigen opvattingen over de wenselijkheid van een renteverlaging. Duitsland en de VS, twee tegenpolen in de discussie over de rente, zijn niet nader tot elkaar, maar wel tot een wederzijdse erkenning van elkaars standpunten gekomen. De VS hebben geen steun gekregen voor hun streven om via een gecoordineerde, internationale beweging van lagere rente de economie in de VS te stimuleren. De overige landen hebben de VS gewezen op de gevaren die aanwakkering van de groei met goedkoop geld met zich meebrengt voor de inflatie.

Duitsland presenteerde zich als motor van economische groei en als stabiliteitsanker in Europa. De Duitse autoriteiten hielden vast aan de noodzaak van een strak monetair beleid in verband met de financiele gevolgen van de Duitse eenwording. Vrijwel alle industrielanden erkenden dat prijsstabiliteit in Duitsland van zo groot belang is, dat daarmee geen enkel risico mag worden gelopen. Anderzijds zou Duitsland hebben laten doorschemeren dat het een verdere renteverhoging zal trachten te voorkomen in het besef dat de hoge rente het economische herstel in de wereld in gevaar brengt.

Japan speelde een rol op afstand maar voelde zich ongemakkelijk omdat het het enige overgebleven grote industrieland is met een overschot op zijn betalingsbalans. Uit vrees dat Japan de komende jaren onophoudelijk zal worden aangeslagen ter financiering van investeringen elders in de wereld, heeft Japan voorgesteld om nieuwe liquiditeiten in omloop te laten brengen door het IMF. Dit voorstel kreeg gisteren slechts beperkte steun tijdens de vergadering van het IMF.

De Britse minister van financien Norman Lamont beklemtoonde dat hij geen tegensteling ziet tussen bevordering van de groei en beteugeling van de inflatie. Volgens Lamont zal de Britse recessie tegen het einde van het tweede kwartaal op zijn einde lopen.

Algemeen werd de mening gedeeld dat het tekort aan besparingen de komende jaren een van de grote uitdagingen voor de wereld zal zijn. De enige manier om kapitaal vrij te maken voor een nieuwe investeringsgolf in de industrielanden, voor de financiering van de hervormingen in Oost-Europa, voor het herstel van de oorlogsschade in het Midden-Oosten en voor de Derde wereld, is verhoging van de besparingen. Het IMF legde daarom sterke nadruk op de vermindering van de begrotingstekorten in de industrielanden, omdat zij verreweg de grootste bron van ontsparingen vormen.

Over de koers van de dollar is de afgelopen dagen nauwelijks gesproken. Wel werd duidelijk dat een groeiend aantal industrielanden, niet alleen Frankrijk maar ook Duitsland, zich zorgen maakt over de voortdurende koersstijging van de Amerikaanse munt. Minister van financien Kok zei dat hij naast de nadelen ook een paar voordelen voor Nederland zag: de concurrentiepositie verbetert en op termijn nemen de aardgasbaten voor de staat toe omdat de aardgasprijs is gekoppeld aan de dollarprijs voor olie. Hij had de gevolgen van een 25 procent hogere dollar sinds het begin van dit jaar vast op een kladje uitgerekend, zei hij.