Herrmanns Zauberflote zet standaard voor magie

Voorstelling: Die Zauberflote van W.A. Mozart door de Nationale Opera Brussel o.l.v. Sylvain Cambreling. Met o.a. Reinhard Hagen, Laurence Dale, Elizabeth Norberg-Schulz, Ernst Theo Richter, Judith Vindevogel, Alexander Oliver en Robert Holl. Decors, kostuums en belichting: K.E. Herrmann; regie: Karl-Ernst en Ursel Herrmann. Gezien: 25-4 Muntschouwburg Brussel.

De Brusselse Opera verwierf zijn wereldfaam gedurende de afgelopen tien jaar onder leiding van de voortreffelijke intendant Gerard Mortier vooral met de lucide serie Mozart-ensceneringen van Karl-Ernst Herrmann. Ze waren niet alleen exemplarisch voor de vernieuwende en compromisloos toegewijde Brusselse operapraktijk, ze betekenden ook vrijwel alle een opzienbarend hoogtepunt in de omvangrijke uitvoeringshistorie van Mozart.

Soms leek het er in Brussel zelfs op dat Mozart op zijn minst een deel van zijn faam te danken had aan Karl-Ernst Herrmann, die in deze voorstelling wordt geassisteerd door zijn vrouw Ursel. Dat was bijvoorbeeld zeker het geval bij die briljante enscenering van La Finta Giardiniera, een schromelijk verwaarloosde opera die sinds de Brusselse produktie in 1986 eindelijk herwaardering heeft gekregen in de vele theaters waarlangs Herrmanns triomftocht voerde. En van een even superieur niveau is de zevende Mozart-enscenering van Herrmann, Die Zauberflote, een nieuwe co-produktie die eerder dit jaar in Salzburg ging en nu is te zien in Brussel.

Geen opera is lastiger te ensceneren dan Die Zauberflote. Deze Mozart-opera is immers een confrontatie van naeve dommigheid (Papageno) en jeugdige zwarigheid (Tamino), van zwartgallige wraakzucht (de Koningin van de Nacht) en verlichte edelmoedigheid (Sarastro), van natuur en beschaving, van goed en slecht, van zon en duisternis, van moederlijke emotie en mannelijk verstand, van alchemie en wetenschap, van religie en ratio, van realiteit en vrijmetselaarssymboliek, van verleden en heden, van beproeving en bevrijding.

De diepste wijsheid wordt in Die Zauberflote beantwoord door stupide achteloosheid, de prachtigste muziek door eindeloos doorbabbelende spreekteksten. En nooit heb ik een uitvoering gezien waarin niet op zijn minst een aspect van de opera stuitend knullig, vreselijk ongeloofwaardig of tenenkrullend genant werd uitgebeeld. Terwijl Tamino en Papageno slechts in een scene worden onderworpen aan de water- en vuurproef wordt het publiek meestal een hele voorstelling lang gekweld met slecht gebrachte teksten en hinderlijke typetjes, alsof de opera bedoeld zou zijn voor kleuters.

Het zal duidelijk zijn waarom ik deze voorstelling een van de beste en mooiste vind die ik ooit zag: Karl-Ernst Herrmann maakt aan al die ellende een definitief einde. Dat is onder andere de vrucht van een maandenlange Sangerakademie in Salzburg voor de cast van deze Zauberflote, waarin alles perfect is. De voortreffelijke gesproken acteerprestaties leveren zulke natuurlijke en boeiende personages op dat ik voor het eerst niet heftig naar de muziek verlangde.

Robert Holl (wat een luxe hier!) maakt een intrigerende belevenis van zijn kleine rol van eerste priester. De Tamino van Laurence Dale (die in het Holland Festival optreedt in Idomeneo) is gewoon levensecht.

Wat een genot is het hem te zien temidden van de wilde beesten die zo met hem meeleven: de aap en het stekelvarken, de rinoceros en de krokodil, die zich de medelijdende tranen uit de ogen wist.

Reinhard Hagen als een Sarastro in de kracht van zijn leven lijkt hier de broer van die andere nobele Mozart-held, Bassa Selim in Die Entfuhrung aus dem Serail. En de hartveroverende Papageno van Ernst Theo Richter moet een rencarnatie zijn van Emmanuel Schikaneder zelf, de tekstschrijver en eerste vertolker van de rol.

Deze Papageno in zijn rijk bevederde vogelpak is werkelijk een geloofwaardig dubbel-personage: natuurmens en vrije vogel. Hij fluit en kwinkeleert, hij schreit als Pamina zingt van haar tranen: Fuhlst du nicht der Liebe sehnen, So wird Ruh im Tode sein! Wat een hartverscheurend moment, zo'n moment om tegelijkertijd mee te huilen en in lachen uit te barsten. En als Papageno zijn liefdesduet zingt met Papagena, goochelen zij eieren uit elkaars veren.

Dat voortreffelijke sprekende acteren is de basis voor een overweldigende voorstelling die niet ophoudt te verbazen met een onstuitbare stroom verbeeldingskracht, liefdevol uitgewerkt tot in de kleinste en verbazingwekkende details, zoals het klokkenspel dat hier een eigen leven gaat leiden.

Het inventieve decorontwerp en het gebruik van veel telkens opnieuw spectaculaire theatertechniek maakt deze Zauberflote tot een bloemlezing van elementen uit de zes vorige Mozart-voorstellingen van Herrmann. Natuurlijk is de handeling weer gesitueerd in een besloten ruimte: een zwarte doos, de inversie van de witte dozen waarin zich bij voorbeeld La Clemenza di Tito en Le nozze di Figaro afspeelden.

De scenische rijkdom daarbinnen is ongelooflijk. Van alle kanten, van opzij, van achteren, uit de lucht en vanonder het podium dringen decorstukken telkens weer die doos binnen. Zo komt er een paar keer een heel bos van tien meter hoge palmbomen voorbij, zomaar, vanzelf: een verwijzing naar de tuin van La Finta Giardiniera. Papageno's eetscene herinnert aan het souper in Don Giovanni en speelt zich af voor een schilderij van een landschap dat binnen de lijst net zo voorbijrolt als dat 180 meter lange achterdoek in Cosi fan tutte.

De speelse fantasie en het technisch vernuft van Herrmann zijn onuitputtelijk. Hij vervolmaakt de trucs van het antieke baroktheater in de eerste verschijning van de Koningin van de Nacht. Zij komt tevoorschijn uit een golvend voortrollende zwarte zee, iets dat mij deed denken aan die versregel uit Schonbergs Gurrelieder: “aus den Fluten der Nacht”. De symboliek - met sfinxen en piramides - sluit aan op klassieke voorbeelden. En wat er niet met vuur gebeurt!

Vlammenwerpers, dwaallichten, vuurtjes op de helmen van de Geharnasten: dat dat allemaal mag van de Brusselse brandweer!

Prachtig wordt er door iedereen gezongen, door Dale en Richter als Tamino en Papageno, door Elizabeth Norberg-Schulz (Pamina) en Judith Vindevogel (Papagena). De lyrische sopraan Elzbieta Szmytka is een heel bijzondere Koningin van de Nacht, dramatisch met onwaarschijnlijk lichte coloraturen. En in de orkestbak laat dirigent Sylvain Cambreling ook al wonderen gebeuren: zijn musici lijken met hun warme en doorzichtige klanken wel een authentiek orkest te imiteren. Af en toe is Beethoven zelfs in aantocht. Het slotkoor - een lofzang op schoonheid en wijsheid - klinkt al bijna als het Alle Menschen werden Bruder, de ode An die Freude uit Beethovens Negende symfonie.

Deze Zauberflote moet de historie ingaan als een zeldzaam monument van operakunst, een topstuk dat niet lijkt te evenaren. Het ideaal presenteert zich hier met een volmaaktheid waarbij alles als vanzelf op de juiste plaats valt en dan een voorstelling vormt die zich afwikkelt als was zij volkomen vanzelfsprekend. Maar het is allemaal bedacht en verzonnen door Karl-Ernst Herrmann. Tijdens het applaus doet hij zich voor als bescheiden en verlegen, in werkelijkheid is hij de meest veeleisende regisseur die men zich kan voorstellen. Zijn Zauberflote is pure tovenarij, een magische explosie als van duizendvoudig vonkend vuurwerk. Volgens mij is Herrmann na Mozart en Schikaneder de beste theatermaker van de wereld.

Alle voorstellingen zijn volledig uitverkocht. In het volgende seizoen is er een reprise in Brussel.