Haagse wijk bindt strijd aan tegen verpaupering; Spoorwijkers zijn wachten beu

DEN HAAG, 30 APRIL. Vorig jaar waren vier broers de vervuiling zat. De vuilniszakken op de straat, de injectienaalden, het puin, de autowrakken, de oude ijskasten op de achterplaatsjes van de huizen, de zakjes en bekertjes voor de snackbar, de rotzooi in hoeken en gaten van de wijk. Ze trokken overalls aan en begonnen met een grote schoonmaak. Vijftig vrachtwagens vuil haalden ze weg. Van de gemeente Den Haag krijgen ze er volgende maand de jaarlijkse milieuprijs voor, uit handen van de echtgenote van de burgemeester.

Trots zijn de 5.800 bewoners van de Haagse Spoorwijk zeker op de prijs, maar van de gemeente verwachten ze veel meer, meer in elk geval dan de bereidwilligheid een aantal vrachtwagens beschikbaar te stellen voor de schoonmaakoperatie.

“Al twaalf jaar praten de bewoners met de gemeente over de gestaag afnemende leefbaarheid van de wijk”, zegt Piet van Goch, al bijna zestig jaar Spoorwijker en lid van het bewonersplatform. “Maar tot nog toe is er heel weinig gebeurd. Veel plannen, ja, maar de uitvoering laat op zich wachten.”

“Het geloof bij de wijkbewoners in de gemeente is weg”, zegt Kitty Bergen-Henegouwen van het platform. “Ik zie niks, ik zie niks, hoor je hier. Het duurt ze te lang.”

Vorige week behandelden burgemeester en wethouders een top-10 van klachten van de bewoners. Klacht nummer een is 'vervuiling', maar op zijn minst even belangrijk is het probleem van de veel te kleine woningen, het relatief grote aantal mensen in de wijk - in de top-10 'inplaatsingsbeleid' genoemd -, het vandalisme en de criminaliteit. Er wordt regelmatig ingebroken, men voelt zich onveilig op straat, de politie laat zich volgens de bewoners te weinig zien. Er is te weinig parkeerruimte en er wordt te hard gereden. Er zijn te weinig 'groenvoorzieningen'. Kinderen spijbelen van school. Het openbaar vervoer is gebrekkig. De wijkbewoners zijn laag tot niet geschoold, het werkloosheidspercentage ligt op 20,4 procent. De inkomens liggen ver onder het gemiddelde.

Groeiende frustratie over de situatie en onmacht om de neerwaartse spiraal te doorbreken vormen volgens de leden van het bewonersplatform voor een deel de verklaring voor de heftige reactie van de Spoorwijkers, vorige week, op het voornemen van de gemeente om gebedsruimten te bouwen voor ruwweg 1.900 Turken, Marokkanen en Surinamers van voornamelijk hindoestaanse afkomst in de wijk. Een aantal Spoorwijkers is het praten en wachten op actie van de kant van de gemeente beu. “Zij hebben gekozen voor het conflictmodel”, zegt Theo Kleijn.

Kleijn is coordinator Sociale Wijk Aanpak, een project van de gemeente om de problemen op te lossen in nauw overleg tussen bewoners en de verschillende gemeentelijk diensten. Vanaf september vorig jaar is dit overleg gaande. Daarvoor spraken de bewoners uitvoerig met Stadsvernieuwing, maar de gesprekken strandden in dat forum steeds op klachten over de leefbaarheid in de wijk en dat viel buiten de reikwijdte van deze dienst. “Pas na een artikel in een plaatselijke krant naar aanleiding van een aantal uitheemse slangen hier in een huis kreeg Spoorwijk plotseling de interesse van de politici in het gemeentehuis”, zegt Van Goch. Dat, en het relatief grote aantal stemmen dat de CentrumDemocraten er kregen.

“Dit”, zegt Kleijn, “is een vergeten wijk die tachtig jaar geleden werd gebouwd voor ambtenaren en geschoolde arbeiders. Door toenemende welvaart vanaf de jaren vijftig verhuisden zij naar nieuwere wijken.

Spoorwijk is vanaf de jaren zeventig een doorgangswijk geworden. Gezinnen die de stadsvernieuwingsgebieden moesten verlaten kregen in deze wijk, voor zestig procent bezit van de gemeente, een woning toegewezen.''

Weinig mensen wilden langer in Spoorwijk blijven dan strikt noodzakelijk en schreven zich onmiddellijk opnieuw in als woningzoekende, om na verloop van tijd weer uit de wijk te verdwijnen.

“Daardoor is in Spoorwijk geen hechte bevolking ontstaan. De bewoners voelen zich niet gebonden, er is geen sociale controle”, zegt Kleijn.

“De huizen zijn hier erg klein”, zegt Van Goch. “Gezinnen van vijf of zes mensen moeten het doen met drie hele kleine kamertjes. Door gezinshereniging zitten sommige gezinnen met z'n tienen in zo'n kleine ruimte.”

“Een hobby uitoefenen is er niet bij”, zegt Kitty Bergen-Henegouwen. “De kinderen spelen zo veel mogelijk op straat.”

Kleijn vraagt de bewoners begrip voor de trage gang van zaken in het gemeentehuis. “Er is een enorme reorganisatie aan de gang, juist om het bestuur dichter bij de bevolking te brengen. Drie tot vier maanden voor B en W om met een advies te komen voor de wijk is niet veel, hoor.” Kleijn wil later nog wel kwijt dat het hem soms moeite kost de 'paraafcultuur' bij gemeentelijke instellingen te doorbreken.

Plannen zijn er al lang voor de wijk. Vanaf 1973 wordt er gepraat over een nieuw 'voorzieningencentrum' met onder meer woningen en winkels.

Veel winkeliers hebben de afgelopen jaren Spoorwijk verlaten. Aan het voorzieningencentrum zal in juni worden begonnen.

“Het beleid is er nu vooral op gericht de woondichtheid te verkleinen”, zegt Kleijn. “Daar waar mogelijk zullen woningen worden samengevoegd. Er komt een toewijzingsbeleid op basis van een minimum aan kamers per bewoner in plaats van vierkante meters.” De gemeente wil in de toekomst bewoners ook graag langere tijd in de wijk houden.

Mensen die een 'positieve voorkeur' voor de wijk hebben krijgen faciliteiten. Nu wil minder dan een procent van de woningzoekenden in Den Haag graag in Spoorwijk wonen. Nieuwe bewoners zullen tevens worden getoetst op hun 'individueel woongedrag'.

“Prachtig”, vinden de bewoners. Maar over een van de meest netelige onderwerpen, de spanningen tussen buitenlanders en Spoorwijkers, willen bewoners noch Kleijn veel kwijt. Het bewonersplatform betreurt het heftige protest tegen de gebedsruimte in grote mate, maar doet ook zijn best om het te relativeren. Er is nauwelijks geweld gebruikt, slechts een aantal straten werd opengebroken. Echt racistisch van karakter zijn de protesten niet geweest, politici van de CentrumDemocraten werden geweerd bij een protestbijeenkomst. De bewoners waren niet tegen de ruimte zelf, maar tegen de plek die was gekozen. Dat zou blijken uit het compromis, dat snel werd bereikt, om de ruimte op de plaats te bouwen waar nu al gebedsdiensten worden gehouden. “Ik heb al met een bewoner uit die straat gesproken”, zegt Ruud Tieleman van het platform, “en die was er niet tegen.”

Er zijn spanningen in de wijk, ja, en in sommige straten met 60 tot 70 procent buitenlanders zijn die spanningen groter dan elders, volgens Tieleman omdat de bewoners elkaar niet kennen. Helemaal gerust is men er niet op dat confrontaties en heftige reacties van Spoorwijkers tegen buitenlanders verder zullen uitblijven, maar aan de wens van sommige actievoerende bewoners om bij het 'inplaatsingsbewijs' vooral rekening te houden met het percentage buitenlanders in de wijk, zal volgens Kleijn geen gehoor worden gegeven. “In ambtelijke taal zeg ik hierover: het toewijzingsbeleid zal nooit los gezien kunnen worden van het totale beleid in Den Haag. Er zijn nadrukkelijk verschillen tussen de buitenlanders en de Spoorwijkers maar ook tussen de Spoorwijkers onderling. Ik heb goede hoop dat het positieve het wint van het negatieve. De Spoorwijkers zijn ontmoedigd en weinig gemotiveerd, maar mensen worden veel toleranter als ze ruimer wonen in een betere omgeving.”