G-10 bezorgd over financiering Oost-Europa; 'Niet verwachten dat tekorten eindeloos worden aangevuld'

WASHINGTON, 30 APRIL. De Westerse industrielanden hebben de landen in Oost-Europa gewaarschuwd dat ze niet moeten rekenen op onbeperkte officiele financiering van het economische hervormingsproces. De beschikbaarheid van geld van officiele instellingen is beperkt en Oost-Europa moet niet verwachten dat tekorten tot in lengte van dagen zullen worden aangevuld. De Oosteuropese landen moeten er bovendien voor waken dat ze schulden aangaan die over enkele jaren onbetaalbaar blijken te zijn.

Deze boodschap is verwoord in een rapport van de Groep van Tien (industrielanden) dat gisteren is behandeld in een vergadering van het Internationale Monetaire Fonds. In het rapport laten de rijke industrielanden zich voor het eerst bezorgd uit over de financierbaarheid van de hervormingen in Oost-Europa. Hulp zal langer noodzakelijk blijven en meer geld vergen dan in het optimisme van vorig jaar werd verwacht, maar gezien de schaarste aan besparingen in de wereld moet Oost-Europa niet op onbeperkte steun rekenen.

De Groep van Tien bestaat uit de rijkste westerse industrielanden, waaronder Nederland. In de afgelopen jaren heeft de Groep van Tien nauwelijks een rol gespeeld maar het rapport over Oost-Europa heeft de G-10 weer enige prominentie gegeven.

“De middelen waarover de internationale instituties beschikken, zijn beperkt. Daarom is het nodig te komen tot een zo goed mogelijke coordinatie van de hulp”, zei de Belgische minister van financien Philippe Maystadt die voorzitter is van de G-10. De landen in Oost-Europa zullen geleidelijk moeten overstappen van officiele steun afkomstig van het IMF en de Wereldbank, naar het aantrekken van particuliere investeringen.

Het rapport gaat niet in op de situatie in de Sovjet-Unie, maar behandelt de economische hervormingen in de zes Oosteuropese landen die zich hebben losgemaakt uit het Sovjet-blok. De G-10 legt sterke nadruk op handhaving van de rol die het IMF en de Wereldbank spelen bij de vaststelling van de voorwaarden voor de financiele steun aan de hervormingen. “Deze organisaties moeten de centrale rol blijven spelen in de formulering van de hervormingsprogramma's en de voorwaarden die aan het economische beleid worden gesteld”, aldus de Italiaanse onderminister van financien en voorzitter van de werkgroep die het rapport heeft opgesteld.

Het rapport beklemtoont dat de grootste verantwoordelijkheid voor de hervormingen bij de landen zelf ligt en dat de Westerse landen slechts kunnen helpen met steun en met de opening van hun markten voor produkten uit Oost-Europa. Verder moeten de Oosteuropese landen er naar streven hun binnenlandse besparingen te vergroten ter financiering van hun hervormingen.

De steun die de rijke industrielanden, de Europese Gemeenschap en het IMF geven sinds het begin van het hervormingsproces, kunnen “slechts beperkt en tijdelijk zijn”, aldus het rapport. Deze hulp moet niet beschouwd worden als een onbeperkt middel om tekorten op de betalingsbalans van landen te dichten. Deze waarschuwing geldt in het bijzonder de steun van het IMF. aangezien IMF-programma's per definitie kortstondig zijn, zal over twee a drie jaar de rol van het IMF zijn uitgespeeld en moeten Oosteuropese landen beginnen met de aflossing van de leningen die ze nu van het IMF ontvangen.

Wel kunnen de Wereldbank en de nieuwe Europese ontwikkelingsbank hun hulp vergroten. Maar, waarschuwt de G-10, deze steun moet worden gebruikt voor de financiering van hervormingen en niet voor de financiering van consumptieve uitgaven of van inkomensoverdrachten.

Uit het rapport blijkt de groeiende bezorgdheid in de donorlanden over de omvang van de overdrachten aan Oost-Europa. De ministers van financien in vrijwel alle rijke landen zien zich geconfronteerd met begrotingsproblemen en ze zijn duidelijk beducht voor de kosten die de steun aan de hervormingen in Oost-Europa met zich meebrengen. Minister Kok (financien) zei dit weekeinde in dat verband dat de EG moet oppassen met de toezegging van financiele hulp en dat zij erop moet toezien dat de overige Westerse industrielanden daaraan ook blijven bijdragen. Tegelijkertijd erkende hij het politieke dilemma dat de EG-landen hun solidariteit met Oost-Europa niet moeten loslaten.

De steunverlening via de zogenoemde Groep van 24 rijke landen, gecoordineerd door de Europese Commissie, is volgens het rapport eveneens tijdelijk van aard want deze is in 1989 opgezet vanwege de noodzaak politieke steun te verstrekken aan het democratiseringsproces. De ministers van financien vinden dat ze een grotere stem moeten krijgen, omdat deze hulpinspanning directe gevolgen heeft voor hun begrotingen en vanwege het beroep dat wordt gedaan op kapitaalmarkten.

De Groep van Tien biedt zich aan om op te treden als coordinator van de hulp die landen, de Europese Commissie en internationale organisaties aan Oost-Europa verstrekken. Coordinatie moet er toe leiden dat de beperkte middelen die beschikbaar zijn, beter worden besteed. Voor 1991 schat het IMF de totale financiele behoeften van Polen, Hongarije, Tsjechoslowakije, Bulgarije en Roemenie op 23 miljard dollar.

Gisteren publiceerde de Wereldbank een studie naar de stand van de hervormingen in Oost-Europa. “Oost-Europa is niet aan het einde, ook niet aan het begin van het einde maar aan het einde van het begin van de hervormingen”, parafraseerde Lawrence Summers, de top-econoom van de Wereldbank, Sir Winston Churchill. De Wereldbank concludeert in zijn rapport dat er geen alternatieven voor hervormingen bestaan en dat de hervormingen allesomvattend dienen te zijn. Halfslachtige hervormingspogingen zijn gedoemd te mislukken.

Ook de Wereldbank waarschuwde voor euforie. Oost-Europa zal eerst nog een verdere, drastische daling van zijn levenstandaard moeten doormaken voordat de markteconomie herstel zal brengen.“Pas tegen het einde van de jaren negentig zal het bruto nationale produkt in Oost-Europa zich weer op het niveau van 1989 bevinden. Het zal nog veel langer duren voordat de levensstandaard in Oost-Europa die van West-Europa zal evenaren. Dat is een kwestie van tientallen jaren”, zei Summers.