Dollar zakt vier cent terug na hoogterecord van 2 gulden

ROTTERDAM, 30 APRIL. De dollar is vanmorgen op de Europese valutamarkten ruim vier cent gedaald. Gisteren sloot de munt in Amsterdam nog op 2,0015 gulden, de eerste notering boven de twee gulden in bijna zeventien maanden.

Het uitblijven van concrete aanwijzingen dat de monetaire autoriteiten een verdere dollarstijging zullen afremmen, gaf de Europese handelaren gisteren moed. In New York leverde de munt de winst echter weer in uit onzekerheid over de verdere ontwikkelingen en daalde vanmorgen in Europa verder tot 1,9590 gulden.

Op 5 december 1989 sloot de dollar op 2,01 gulden waarna de koers geleidelijk afbrokkelde tot een naoorlogs dieptepunt van 1,6374 gulden op 7 februari 1991. De snelle afloop van de grondoorlog tegen Irak en een herstellend vertrouwen in de Amerikaanse economie hebben vervolgens de koers van de dollar in tweeenhalve maand met ongeveer een vijfde opgestuwd.

Een renteverlaging in de Verenigde Staten zou de opmars van de dollar kunnen stuiten omdat beleggers scherp letten op de rente die ze op een bepaalde valuta kunnen innen. De Amerikaanse regering zou de in een recessie verkerende nationale economie graag met een renteverlaging stimuleren, maar het is het afgelopen weekeinde niet gelukt de steun van de andere grote industrielanden (G-7) te verkrijgen. In een vaag communique bleef de dollar onvermeld. En gisteren namen de centrale banken niet de moeite de opmars van de dollar af te remmen met de verkoop van dollars.

Japan en Duitsland, na de VS de grootste economische machten in de wereld, hebben een flink groeiende economie die geen renteprikkel nodig heeft. Zij vrezen vooral het prijsopdrijvend effect (inflatie) dat van een dergelijke renteprikkel uitgaat en voelen niets voor een renteverlaging.

Een eenzijdige Amerikaanse verlaging van de rente zou betekenen dat rentenieren buiten de VS aantrekkelijker wordt. En de VS hebben maandelijks miljarden buitenlands kapitaal nodig om de hoge schuld te financieren. Met een renteverlaging kunnen de VS krap bij kas komen te zitten.

Maar de recessie (teruglopende bestedingen) heeft de Amerikaanse afhankelijkheid van buitenlands kapitaal teruggedrongen. De Amerikaanse burger is spaarzamer geworden waardoor de regering meer dan voorheen bij de eigen bevolking kan lenen. Bovendien leeft bij veel handelaren de verwachting dat de Amerikaanse economie spoedig zal herstellen in een jaar dat de economie van Duitsland en Japan naar verwachting gas zal terugnemen. Naast de rentestand zijn investeringsmogelijkheden belangrijk voor de koers van een munt.

Het valt daarom niet uit te sluiten dat de Verenigde Staten op een gegeven moment voldoende vertrouwen hebben in de eigen aantrekkelijkheid voor beleggers en alsnog eenzijdig besluiten tot een renteverlaging, een maatregel die de economie extra aanzwengelt en zo het investeringsklimaat verder verbetert.

Met het naderen van de presidentsverkiezingen volgend jaar is president Bush voorstander van een lager renteniveau. Binnen de landsgrenzen is het Amerikaanse stelsel van centrale banken (Fed) de grootste dwarsligger. Als hoeder van een stabiel prijspeil is de Fed bang dat een renteprikkel een prijsopdrijvend effect zal hebben zodra de economie begint aan te trekken. Die weerstand zal toenemen naarmate de economie daadwerkelijk herstelt. Een Amerikaanse renteverlaging werpt zijn schaduw over de markt.