Zeldzame auto's bij Super Car Show; Ferrari's, kevers en een Trojan Heinkel

Een knalrode Chevrolet Corvette draait behoedzaam de wei in en komt tot stilstand aan de rand van het surfstrand. Het acht-cilinder wegmonster, bouwjaar 1964, met een topsnelheid van 210 kilometer per uur, kost (f) 69.500. Even verderop, losjes geparkeerd tussen de Vietnamese loempia's en de aanhangwagen van het 'Boxmeer Bruiningscentrum', staat een witte Classic Tiffany van zeker zeven meter. Nee, deze wagen is niet te koop. Maar voor 145 gulden per uur mag ik hem wel even proberen. “Ideaal voor een bruiloft, meneer.” Pas achter de gebakkramen ontvouwt zich het ware spektakel van deze zaterdag. Zover het oog reikt staat er rollend materieel van het type Ferrari, Lamborghini, Excalibur en Thunderbird.

Zijn we hier bij de openbare verkoop van het door de FIOD geconfisqueerde wagenpark van een hasjbende? Integendeel, dit is een bijeenkomst “voor het hele gezin” die de bezoeker een blik gunt op “de fascinerende wereld van auto's waar de meeste mensen alleen maar van kunnen dromen”. Die bezoeker moet wel beschikken over een gewone auto, want recreatieterrein De Grote Siep, twaalf kilometer ten zuiden van Nijmegen, is per OV-kaart onbereikbaar.

Waarom stellen op een zachte zaterdagmiddag zo'n tweeduizend gezinnen zich op in een file die aanhoudt tot Malden? “Omdat de auto een symbool is voor vrijheid”, verklaart Henny Janssen, organisator van de Super Car Show. “Kijk, ikzelf kan bij voorbeeld sowieso niet zonder. Ik moet elke dag van Nijmegen naar Rotterdam. En dan sta ik graag in m'n dieseltje in de rij voor de Van Brienenoord, want de trein, dat is pas echt ellende.” Om de kosten te drukken verplaatst Janssen zich alleen in het weekeinde per Rolls Royce Silver Shadow.

Zijn interesse gaat eerder uit naar “de lijn van een wagen” dan naar diens topsnelheid of acceleratievermogen. Omdat Janssen uit eigen ervaring weet dat die autoverslaving meestal beperkt blijft tot het gezinshoofd, heeft hij gezorgd voor zeshonderd meter braderie. “Anders loopt je vrouw met zo'n gezicht. Dus er moet iets te doen zijn.” Ook het kroost komt aan zijn trekken: er is gelegenheid om te crossen met een gemotoriseerde driewieler door een kunstig opgeworpen heuvellandschap.

Het publiek vergaapt zich aan de Rolls Royce Silver Wraith Landaulette die ooit behoorde aan Juliana “toen zij nog Koningin was der Nederlanden”. Even verderop kan men op de foto met Batman in een van tal van vleugels voorziene gitzwarte Batmobile. Voor (f) 9.142 ('aanbieding!') kan ik zelf een Kever ombouwen tot racewagen. Stukken duurder wordt het voor degene die per se naar huis wil in een aluminium De Lorean 1981 ((f) 67.500). En ach, daar staat een viertakt Trojan Heinkel 200 uit 1962, een driewieler voor een persoon (je kunt instappen door de hele voorkant weg te draaien). Het ding (“acceleratie 0 tot 100: n.v.t.”) is helaas niet te koop. Wel te koop ((f) 100.000) is een BMW 327 uit 1936 met “authentiek neusje” (de achterkant is verbouwd). De wagen dook onlangs op in Oost-Duitsland. Volgens de verkoper is het een “zeldzaam model dat indertijd als oorlogsbuit naar de DDR is gesleept, maar ja, dat werd toen door de Russen bezet”.

Naar het oordeel van de bezoekers, die het aanbod onveranderlijk als “wijs” kwalificeren, vormt de auto “gewoon een stuk mobiliteit”, waarvan de emotionele waarde niet wordt aangegeven op het prijskaartje. Een eigen auto staat immers voor 'vrijheid'. Een vrijheid die beleden kan worden in een Ford Thunderbird 1956 ((f) 100.000), maar dat hoeft niet. Het is al voldoende als de eigen vierwieler er anders uitziet dan die van de buren. “Je baalt natuurlijk als de buurman ook een BMW 323i heeft. Dan moet je gaan 'tunen'.

Dan heb je toch weer iets speciaals.'' De bezoekers reageren getergd als de naam Maij-Weggen valt.

“Waarom pakt ze de auto's aan en niet de industrieen?” Files zijn maar een aspect van een nationaal complot dat tot doel heeft de forens uit zijn auto te treiteren: “Waarom laat dat mens de automobilist niet in zijn waarde?”

Deze dag is bij uitstek bestemd voor mensen die “een stuk vrijheid” weten te waarderen. Waarschijnlijk niemand van de aanwezigen zal de thuisreis aanvaarden in een Muntz Jet 1952, maar daar gaat het ook niet om: particulier vervoer “gaat om oude mensen die net een autootje kunnen betalen”. Een zekere naastenliefde is deze automobilisten toch al niet vreemd, want “stel dat iedereen de bus neemt. Dat kan het openbaar vervoer niet bolwerken.”

Om vijf uur vormt zich een nieuwe file in de richting Malden. Menig vrijheidsstrijder gromt van geluk, spelend met het gaspedaal van zijn Toyota.