Oude leeuwen redden traditierijk rugby

Ons kende ons gisteren op de Nationale Rugbydag in Naarden, waar rondom de interland Nederland-Duitsland (17-4) volop de gelegenheid bestond de sfeer van Engelse kostscholen uit te dragen. Het harde - “maar faire!” - spel met de eivormige bal, volgens een van de aanwezigen wellicht ontstaan na een uit de hand gelopen gymnastiekles in het Victoriaanse tijdperk, herbergt een zekere meerslachtigheid in zich. Rugby verenigt sportieve prestaties met losbandigheid en paart grimmige gelaatsuitdrukkingen aan studentikoos gedrag. En zo kon het gebeuren dat op het complex van rugbyclub 't Gooi onder het genot van een glas bier de verhalen uit de oude doos werden opgedist.

Die sterkten met name de veteranen in hun overtuiging dat hun geliefde sport in Nederland te lang is verwaarloosd. Verenigd in de Old Lions hopen zij met financiele injecties en organisatorische verbeteringen het rugby verder te ontwikkelen. En het zou niet gek zijn als die activiteiten op de lange termijn uitmonden in een typisch Nederlandse, werelwijd herkenbare speelstijl: het Tulip-rugby.

Tegen de maatschappelijke tendens in dat de teamsporters hun heil zoeken bij de individuele disciplines boekt het rugby in Nederland jaarlijks een bescheiden ledenwinst. Thans beoefenen zo'n 5000 mensen bij honderd verenigingen de van oorsprong Britse sport. Met name aan de universiteiten, De Delftse Studenten, de Rotterdamse Studenten, Ascrum (Amsterdam) en LSRG (Leidsch Studenten Rugby Gezelschap), maar ook daarbuiten, in de gewone wereld. Het rugby is mede daarom geen elitaire sport; ingewijden schalen de sport in tussen de 'champagne- en kaviaarsporten' en de volkssporten. Wel werd gisteren met gepaste trots verhaald over het onderzoek aan de Sorbonne dat min of meer uitwees dat rugby een karaktervormende sport is. “Grof gezegd komt het erop neer dat een timmerman die aan ruby heeft gedaan het in het maatschappelijke leven verder schopt dan een timmerman die heeft gevoetbald, begrijp je wel?”, vertelt Dick de Kock, voorzitter van de Old Lions, de rood-groene verenigingsdas van RSRC om de hals.

De Kock behoort tot het groepje van oud-rugbyers die zich in toenemende mate afvroegen hoe het toch mogelijk is dat rugby in Nederland de welbekende vicieuze cirkel (geen prestaties, geringe ledenaanwas, geen prestaties) maar niet weet te doorbreken. Inmiddels reageerden tweehonderd van de duizend aangeschreven oud-collega's positief op het appel van De Kock en Dick Jansma, bestuurslid van de Nederlandse Rugbybond, om zich sterk te maken voor verdere popularisering van het rugby.

“Er is nooit gebruik gemaakt van de achtergrond van veel oud-rugbyers. Veelal hebben die een universitaire opleiding genoten, zij hebben de kennis om mensen te mobiliseren en gelden los te maken”, weet Jansma. Een financiele injectie zou van harte welkom zijn bij een bond, die het schamele subsidiebedrag van een ton over enige tijd ziet gekort met ruim twintig procent. “Heel gemeen van WVC”, zegt Jansma.

Het is daarom maar goed dat in rugbyland nog altijd het credo 'De spelers zijn er voor het rugby, het rugby is er niet voor de spelers' wordt gehanteerd. In de overtuiging dat de sport daardoor nooit verloren zal gaan wierp menigeen zich gistermiddag dan ook vol overgave in de 'derde helft', zoals het broederlijk feesten na afloop wordt genoemd. En kwamen de tongen los. Over Michel van de Loos die als de Dutch Tulip in Wales faam verwierf, over de artiesten van de Fiji-eilanden die de 7-aside variant van het rugby meesterlijk beheersen. En over het Amsterdam Heineken Rugby-7 toernooi waar ruim duizend prettig aangeschoten toeschouwers zich een voor een lieten omvallen en aldus een menselijk dominospel speelden. In het boekje 'Old Lions, een goede bal is niet rond', een poging om de jeugd wat van dit rijke rugbyverleden bij te brengen, vraagt De Kock zich af waarom de sport hem nog steeds boeit.

Maar gelukkig heeft zijn vrouw er tegenwoordig vrede mee dat hij al lang rugby speelt.