Onfatsoenlijk eindspel van CDA

Je ziet het wel eens bij een kind. Op school gaat het niet goed, maar om het zelfrespect te handhaven worden de toekomstdromen almaar fantastischer.

Kleine Gerard blijft zitten op de MAVO, maar wil nu zeker straaljagerpiloot worden, want na de MAVO zal hij alsnog HAVO en het VWO gaan halen. Je wenst hem het beste toe, maar spoort de ambitie nog wel met de realiteit? Ook volwassenen lijden er onder: de verlegen vrijgezel die geen meisje durft aan te spreken, maar in zijn fantasieen steeds hogere eisen stelt en droomt dat hij een televisiester verovert. In de psychologie is er stellig een term voor: plannen die niet meer in verhouding staan tot de werkelijkheid.

Is dat ook niet het probleem met onze regering? De miljarden uit de 'Tussenbalans' moeten nog steeds worden ingevuld. Het laatste wat we daarover hoorden van minister Ritzen van onderwijs was dat hij kon bezuinigen door de vergoeding voor ziektekosten niet, zoals tot nog toe, op 22 december 1991 uit te betalen, maar op 2 januari 1992. Meer serieuze plannen liepen stuk op fundamentele kritiek van de Raad van State of besluiteloosheid bij de bewindsman. Met veel andere ministers lijkt het al niet beter.

De Tussenbalans vertoont meer witte vlekken dan een wereldkaart uit 1600, maar intussen hebben de ministers zich op een breder thema gestort. Omdat het maken van een sluitende begroting boven hun macht gaat, verliezen vooral de CDA-ministers zich nu in fantasieen over een steeds radicalere hervorming van de verzorgingsstaat. Alle boven-minimale uitkeringen in de WAO worden tijdelijk, het minimumloon kan misschien met 30 procent omlaag, er is honderd miljard te vinden bij de pensioenfondsen, 'passend werk' krijgt een andere betekenis, of nieuwe WAO'ers krijgen voortaan nog slechts het minimum.

Hoe langer de besluiteloosheid van deze coalitie duurt, des te gedurfder worden de fantasieen. Sommigen vinden dat niet erg: dit kabinet kan de discussie losmaken, en dan moet er volgend jaar maar een ploeg nieuwe ministers komen die oogst wat nu aan ideeen wordt uitgezet. Dat lijkt een tactisch verstandige opstelling voor de oppositie van VVD en D66. Die hoor je nauwelijks in het verbale geweld van ministers en Kamerleden van de twee regeringspartijen. Hun tijd komt wel, en hoe meer er nu 'bespreekbaar' wordt, des te gemakkelijker zijn straks de onderhandelingen over een nieuw regeerakkoord.

Helaas is er meer aan de hand dan het 'bespreekbaar' maken van heikele zaken en het doorbreken van taboes in het sociale debat. Politici spelen de laatste weken een ruw eindspel. De minister-president bijvoorbeeld vertelde vorige week dat er wordt gewerkt aan een wetsvoorstel om de duur van de uitkering voor WAO'ers te bekorten. De uitkering voor sommige gedeeltelijk gehandicapten wordt dan volgens hem geheel afgeschaft.

Misschien, maar misschien ook niet. De afgelopen anderhalf jaar was de daadkracht van deze regering zo gering dat we nog moeten zien wat er nu echt aan wetgeving wordt ingediend, aangenomen en ingevoerd. Een ruime dosis scepsis is terecht, maar intussen is wel maximale onzekerheid geschapen. Nu is veel onzeker in dit leven. Niemand heeft er een probleem mee om in de krant te moeten lezen dat er misschien wel en misschien ook niet een Japanse school komt in Rotterdam, of een dubbele spoorbaan tussen Gouda en Utrecht. We zullen wel zien of de gemeente Rotterdam weet wat haar eigenbelang is en of de NS meer geld krijgen voor investeringen. Maar voor onze invalide achterbuurman is het wat anders om in de krant te lezen dat er misschien, maar misschien ook niet, een wet komt die zijn uitkering op termijn stelt, dan wel afschaft. Zo slordig ga je in vredestijd niet met mensen om.

Ik houd niet van politici die beweren: “alles staat ter discussie”. Zulke politici zijn ook niet consistent. Als ABN en AMRO willen fuseren, of als een groot bedrijf in moeilijkheden komt, dan steunen ze direct de eis van de vakbeweging dat er geen gedwongen ontslagen komen, of dat tenminste boven een bepaalde leeftijd iedereen de kans krijgt op vervroegd pensioen. Nu zeggen diezelfde politici: “alles is bespreekbaar” wanneer het gaat om de sociale sector die aan hen is toevertrouwd.

'Alles is bespreekbaar' mag gelden voor de keuze van wettige middelen om een afgesproken doel te bereiken, maar het geeft geen pas om 900.000 WAO'ers en hun gezinsleden vogelvrij te verklaren. Invaliden hebben even goed recht op bescherming als huizenbezitters met een hypotheek. Het moet niet zo zijn in Nederland dat alleen wie een grote stem heeft in Den Haag met succes kan staan op verworven rechten en dat de anderen maar moeten afwachten hoe met hun belangen wordt omgesprongen.

Tien jaar discussie om de winkels een half uur later te sluiten; een weekend druk van Brinkman en de premier gaat hardop denken over de duur van de WAO. En volgens minister De Vries werkt tweeenhalf procent bezuinigingen op de departementen zo veel 'verzet', dat dan maar minimumloon en WAO op de helling moeten. Maar de berichten zijn zo vaag en tegenstrijdig dat maximale onzekerheid wordt gewekt, ook bij mensen die bij een fatsoenlijk beleid niets te vrezen hebben voor hun uitkering.

Het begin van een behoorlijke discussie over de WAO zou er bij voorbeeld zo uit kunnen zien: (1) Iedereen die zwaar lichamelijk invalide is, krijgt de garantie van een welvaartsvaste uitkering (volledige koppeling). (2) Geen enkele andere uitkering wordt verlaagd of tijdelijk gemaakt, tenzij uit een deugdelijke herkeuring is gebleken dat betrokkenen mogelijkheden heeft op de arbeidsmarkt. (3) De overheid geeft het goede voorbeeld en belast iedere overheidsdirectie voor een belangrijk deel van de uitkeringskosten van alle invaliden die van die directie afkomstig zijn, dit om het 'lozen' van mensen voortaan heel duur te maken. (4) CAO's die de kosten van ziektewet of WAO omslaan over een bedrijfstak worden verboden door de minister van sociale zaken, zodat ook bedrijven weten wat het ze kost als ze onzorgvuldig omgaan met personeel.

In serieuze discussies over ziektewet en WAO zijn deze vier principes algemeen geaccepteerd. Dan blijft nog alle ruimte voor een open debat over de uitvoering, maar wel binnen een behoorlijk kader. Ik zou wensen dat ook de politici in hun eindspel de regels van fatsoen zouden handhaven en geen nodeloze angst wekken bij 900.000 betrokkenen en hun gezinsleden. De kans op succes bij de noodzakelijke hervorming van ziektewet en WAO - zo niet voor dit kabinet, dan voor het volgende - zou trouwens ook een stuk groter zijn.