Nieuw initiatief voor drama eigen bodem

AMSTERDAM, 29 APRIL. In Amsterdam is deze week de stichting Schrijverstoneel opgericht die zich ten doel stelt de ontwikkeling en uitvoering van Nederlandstalig drama voor toneel, televisie en film te stimuleren. Daartoe is een redactie van schrijvers, regisseurs en dramaturgen gevormd die schrijfopdrachten gaat uitdelen en auteurs gaat begeleiden tijdens het schrijfproces.

Verder wil de stichting twee toneelprodukties per jaar uitbrengen, die later voor televisie kunnen worden bewerkt.

Bij het ministerie van WVC is een aanvraag ingediend voor een structurele subsidie voor 1993-1997 van 475.000 gulden per jaar.

Het Schrijverstoneel is een initiatief van de acteurs en toneelschrijvers Edwin de Vries en Haye van der Heyden en impresario Gislebert Thierens, die gezamenlijk de dagelijkse leiding van de stichting voeren. De redactie wordt gevormd door regisseur Mette Bouhuys, schrijver en dramaturg Flip van Duijn, Gerben Hellinga, Judith Herzberg, Peter Oosthoek, Willem Jan Otten, dramaturge Helen de Zwart en De Vries en Van der Heyden.

Een eerste initiatief van het Schrijverstoneel is de produktie van zes eenakters in samenwerking met de Vara. Zes schrijvers hebben daarvoor inmiddels een synopsis ingeleverd. In januari 1993 zullen de eenakters tijdens een festival in het Nieuwe de la Mar Theater en Theater Bellevue worden opgevoerd, om daarna op lokatie te worden opgenomen voor televisie.

“Het Schrijverstoneel moet een soort thuishaven worden voor schrijvers, zowel voor jong talent als voor mensen die zich al hebben bewezen, die er deskundig kunnen worden begeleid,”

zegt Edwin de Vries. “Dramaturgen en regisseurs van gezelschappen zijn niet gespecialiseerd in zo'n begeleiding en zien dat ook niet als hun taak. Schrijvers kennen het creatieve proces van schrijven en kunnen elkaar daardoor beter stimuleren.”

De stichting is opgericht in een periode dat de publieke belangstelling voor Nederlands drama groeit. Gislebert Thierens: “Er is een markt voor nieuw Nederlands toneel, zeker ook in de provincie waar grotere gezelschappen als Toneelgroep Amsterdam, het Nationale Toneel of de Blauwe Maandag Compagnie niet meer komen. Wij willen met een relatief gering bedrag aan subsidie, per seizoen twee produkties uitbrengen die zeventig tot honderd keer worden gespeeld, juist ook in de grote schouwburgen in de provincie. Door de subsidie zouden die produkties niet hoeven te voldoen aan de voorwaarden die nu gelden voor vrije produkties, namelijk een klein aantal rollen, een sterbezetting van de hoofdrollen en een minimaal decor.” Met de televisiebewerkingen achteraf, waarmee vooraf al rekening wordt gehouden, hoopt men uiteindelijk een zeer groot publiek te bereiken.