Luchtmobiele brigade te veel gezien als 'speeltje'

De in maart gepresenteerde Defensienota kreeg als motto mee 'kwaliteit voor kwantiteit'. Ofschoon deze spreuk verscheidene associaties oproept (de plannen werden ook in het verleden maar zelden waargemaakt), moet de nota het voordeel van de twijfel worden gegund. Zij probeert immers een serieuze vorm te geven aan de kwaliteitsgedachte. Lang gekoesterde wensen, zoals de aanschaf van een amfibisch transportschip voor de marine en strategisch luchttransport voor de luchtmacht gaan nu in vervulling. Uitgestelde investeringen worden realiteit.

De krijgsmachtdelen, die niet ingrijpend worden gereorganiseerd, zoals de marine en luchtmacht, kunnen hun wensen omzetten in nieuw materieel. Hierbij geldt dan niet als uitgangspunt de operationele noodzaak of de door de minister vastgestelde prioriteiten (die ontbreken helaas), maar het toebedeelde budget op basis van de formeel losgelaten, maar in de praktijk nog toegepaste verdeelsleutel (de verdeling van het geld tussen de krijgsmachtonderdelen).

Geheel anders ligt het bij de luchtmacht. Hier wordt ingrijpend gereorganiseerd. Dit is ook terecht, gezien de gewijzigde situatie in Europa en het afgesloten akkoord over de beperkingen van de conventionele bewapening (CSE).

Herstructurering betekent in dit geval fors inkrimpen en de organisatie afstemmen op het nieuwe operationele concept van de NAVO (de politieke goedkeuring moet formeel nog worden gegeven). Hier helpt geen kaasschaafmethode maar gaat 'de beuk erin'. Herstructurering kost geld. Ook andere grote reorganisaties, zoals die bij Philips, tonen dit aan. De financiele middelen voor deze ingrijpende operatie, leggen op de korte termijn een onevenredig beslag op het beschikbare budget. Het geld om te investeren in kwaliteit komt pas vanaf 1996 vrij, als de afslanking bijna is voltooid (veel materieel zoals de Leopard 1V tank is tegen die tijd afgestoten en de uitgaven voor personeel zijn dan gedaald van 56 procent naar 46 procent).

Door het ontbreken van prioriteiten in de Defensienota wordt bij de landmacht wel de afslanking gerealiseerd maar de kwaliteitsverbetering staat op de tocht. Waar gaat het om? In het nieuwe operationele concept van de NAVO moeten in vergelijking met de oude situatie met minder eenheden, in een gebied waarvan de omvang niet is gewijzigd, dezelfde taken als tot voor kort worden uitgevoerd. Men kan het vergelijken met de vroegere wijkagent, die te voet zijn dienst verrichtte, maar bij de uitbreiding van de wijk een fiets, wellicht zelfs een auto verlangde. Waar in de oude situatie de eenheden voor de verdediging van een bepaalde sector 'schouder aan schouder stonden', staat men in de nieuwe situatie alleen.

Flexibiliteit en mobiliteit zijn dus vereist. En daar wringt de schoen. In de nieuwe organisatie, waarin meer dan een derde van de huidige capaciteit is verdwenen, wordt de kwaliteit in de vorm van flexibiliteit en mobiliteit, ingebracht door de luchtmobiele brigade. Geen 'speeltje' dus voor crisisbeheersing buiten het NAVO-verdragsgebied, maar een vereiste om in een nieuw concept de hoofdtaak van de landmacht (optreden bij een grootschalig conflict in de Centrale Sector), geloofwaardig te kunnen uitvoeren.

Vanaf het moment dat de Defensienota werd gepresenteerd richtte alle kritiek zich op de luchtmobiele brigade. Te duur?

Noodzakelijk? Politiek verstandig? Helaas moet worden vastgesteld dat de Defensienota hier debet aan is. In de nota wordt een zwaar accent gelegd op het aspect crisisbeheersing.

Het lijkt wel of de huidige minister van defensie 'Neerlands Glorie' op deze aardbol wil herstellen. De Gouden Eeuw is echter voorbij en er dienen zich andere problemen aan. Hier ligt dus niet de noodzaak voor een luchtmobiele brigade. De operationale noodzaak wordt echter ingegeven door onze taakuitvoering in bondgenootschappelijk verband. In het nieuwe concept, zoals eerder vermeld, zijn de ruimtelijke aspecten gewijzigd. Hiervoor is flexibiliteit en mobiliteit vereist.

Een luchtmobiele brigade voldoet aan deze voorwaarden. Hierin is Nederland, in vergelijking met andere NAVO landen, geen koploper maar 'hekkesluiter'.

Alternatieven zijn er niet. Handhaven van een groter deel van de huidige capaciteit (tanks, artillerie) als doekje voor het bloeden, biedt zeker geen financieel perspectief. Een luchtmobiele brigade is op termijn veel goedkoper dan een brigade 'oude stijl'. Handhaving van meer bestaande capaciteit betekent ook het in bedrijf houden van de Leopard 1V tank. Ook dit is niet aantrekkelijk. Bovendien mag niet uit het oog worden verloren, dat onafhankelijk van de luchtmobiele brigade, er toch behoefte blijft bestaan aan gevechts- en transporthelikopters. Evaluatie van het optreden van de landstrijdkrachten in de Golfoorlog heeft dat wederom aangetoond. Financieel wordt men er dus niet veel wijzer van.

Het oprichten van een luchtmobiele brigade-eenheid biedt, zowel uit operationeel als financieel oogpunt, voordelen.

Daarnaast kan dezelfde eenheid desgewenst, zowel binnen als buiten Europa, worden ingezet voor crisisbeheersing. Het benodigde luchttransport moet dan wel zijn gegarandeerd. Zo heeft men dubbel waar voor zijn geld.

foto: Helikopters van het Amerikaanse leger in Saoedi-Arabie. Aan de grond een zware Chinook-transporthelikopter, in de lucht een Blackhawk van de 101ste luchtlandingsdivisie. (Foto AP)

    • M. van den Doel