Lubbers: koppeling niet volledig te handhaven

DEN HAAG, 29 APRIL. Minister-president Lubbers verwacht dat de sociale uitkeringen niet volledig de loonontwikkeling in het bedrijfsleven zullen volgen.

Dit komt omdat de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden verslechtert. De minister-president vindt dat het tijd wordt werk boven inkomen te laten gaan, en erkent dat het beter zou zijn geweest om in de Tussenbalans al een hardere toon te zetten. Dat zegt Lubbers vandaag in een vraaggesprek met 'Onderneming', het blad van de werkgeversorganisatie VNO.

De volledige koppeling is volgens Lubbers niet meer te handhaven, omdat de loonkosten te sterk zijn gestegen. In het nieuwe wetsvoorstel over de koppeling, dat nog in de Tweede Kamer moet worden behandeld, worden twee afwijkingsmogelijkheden genoemd: de stijging van de loonkosten en de verhouding tussen actieven en niet-actieven. Nu zijn er op iedere 100 werknemers en zelfstandigen 86 mensen met een uitkering. Deze verhouding mag niet verslechteren.

Lubbers meent vorig jaar “roepende in de woestijn” te zijn geweest, toen hij waarschuwde tegen de roep van sociale partners “laat die loonkosten maar aan ons over”. De premier vreest dat er in het afgelopen halfjaar ernstige schade is aangericht. “Schade voor de werkgelegenheid en een ernstig risico voor de koppeling.”

Volgens Lubbers vormde de Tussenbalans nog niet het goede moment voor een hardere toon. Dat was toen politiek noch maatschappelijk mogelijk. “Dat kan nu wel. Ik denk dat de coalitie - niet alleen ik, ook vice-premier Kok - breeduit een harde lijn kiezen; een hard beleid met het oog op de toekomst.

Alleen een echt sober beleid is een sociaal beleid'', aldus Lubbers.

Hij prijst PvdA-voorzitter Sint, die eveneens de keuze werk boven inkomen heeft gemaakt. “Sociaal bewogen maar met de goede invalshoek.” Bijvoorbeeld door het sociale stelsel te toetsen op het doel zoveel mogelijk mensen aan de slag te houden.

Lubbers sluit spoedig centraal overleg met sociale partners niet uit, al willen de werkgevers dat beslist niet. “Ik ben het punt voorbij dat ik moeite zou hebben fouten van de overheid te verbloemen, maar sociale partners naar de mond praten doe ik ook niet. Wij moeten eerlijk toegeven dat wij ons alle drie hier en daar hebben verkeken. Het is een gemeenschappelijk belang om weer om de tafel te gaan zitten.”