L.C. Brinkman, kroonprins; Springerig, koel en ontspannen als fractieleider

Vorige week kon de gedoodverfde kroonprins voor het CDA-partijleiderschap zijn ongeduld niet langer bedwingen. Hij stelde het kabinet in gebreke. Brinkman nam enig gas terug na een interpellatie van D66, maar had toch de buit binnen: premier Lubbers deed toezeggingen over de WAO. De meest besproken en beschreven CDA-politicus na Lubbers dringt zich naar voren. Stevent hij op een kabinetscrisis af? Of is Brinkman een ongeduldig man die het getreuzel van “de broedende kippen in de Treveszaal” niet langer kan aanzien? Een momentopname van een fractieleider die als minister over de bijzondere eigenschap beschikte niet nat te worden terwijl het toch regende.

De eerste belangrijke aanval op het leiderschap binnen het CDA is vorige week door mr.drs. L.C. Brinkman tot een succesvol einde gebracht. In de fractie wordt zijn “tweedaagse veldtocht”, zoals D66-leider Van Mierlo het noemde, druk nabesproken. Heeft Brinkman zich als kopman bewezen of demarreerde hij te vroeg? Bracht hij de val van het kabinet nodeloos naderbij of doorbrak hij op een cruciaal moment de impasse in het kabinet? De fractie is vooralsnog als een man om haar leider heen gaan staan.

Ruim een jaar sart de fractieleider van het CDA al zijn partijleider Lubbers en diens vice-premier Kok met de tegenvallende resultaten van hun kabinet. Met een dreigement in een dagbladinterview wist hij begin vorige week een Kamerdebat te forceren en Lubbers toezeggingen te ontlokken.

Zeker, er zou de komende weken wat gebeuren aan de WAO. Welnee, het kabinet ging absoluut niet zitten wachten op het SER-advies dat 12 juli wordt verwacht. Zo wist Brinkman weer beweging in het kabinet te krijgen en de discussie in de PvdA over de WAO los te wrikken.

Op crisis is Brinkman niet uit, zo heet het officieel. Dat lost toch de problemen niet op? Maar hij speelt hoog spel.

Onmiskenbaar kiest de gedoodverfde kroonprins positie voor een doorbraak naar het CDA-lijsttrekkerschap. Door voortdurend aan de zijlijn het kabinet onder druk te houden, doet hij wat Lubbers en Kok maar niet wil lukken: hij stelt het kabinet op scherp. Bij de algemene beschouwingen in oktober wilde Brinkman de begroting voor 1991 alleen “onder voorbehoud”

steunen. De echte keuzes zou het kabinet bij de Tussenbalans moeten maken - dan ziet het CDA verder. Maar bij het debat over de Tussenbalans in maart schortte hij zijn oordeel weer op. Hij zag de heren Kok en Lubbers “graag terug” met meer definitieve plannen; een eindoordeel velt de CDA-fractie pas in september op Prinsjesdag.

Zo laat Brinkman het kabinet keer op keer bungelen. In de Kamer toont hij de ene gele kaart na de andere. In de media houdt hij een litanie over het gebrek aan daadkracht. Zo groeit het profiel van de premier-in-spe. Brinkman heeft voortdurend het initiatief.

De andere kanshebber voor het leiderschap is hij steeds een stap voor: Onno Ruding, ex-minister, thans werkgeversvoorzitter in deeltijd. Niemand in de Kamer wil hardop zeggen hoe de kansen liggen. “Anders kan ik m'n eigen ambities ook meteen bijstellen”, zegt een Kamerlid. Over Ruding wordt genuanceerd gedacht - de een vindt hem een autoritaire gelijkhebber die zich te goed voelde voor het Kamerwerk. Dat de Amro-Bank Ruding niet weer in dienst nam wordt daar niet vreemd gevonden. Brinkman was daarentegen wel bereid om het dagelijkse handwerk in de Kamer te leren. Een ander roemt Rudings gemakkelijke manier van omgaan met mensen: hij behoort tot de meest ontspannen campagnevoerders van het CDA. Op verkiezingsmarkten is hij heel wat beter dan de andere 'runner-up', minister van buitenlandse zaken Hans van den Broek. Alles wat Van den Broek tot een succes maakt in het diplomatieke circuit, zit hem aan het Binnenhof in de weg.

Afstand, reserve en een zekere onthechtheid. “Hij is Nederland ontgroeid”, zegt een bron. Dat Van den Broek in dit kabinet geen minister van justitie wilde worden, was daarvan een uiting. Daarmee heeft hij zich voor een belangrijk deel van de CDA-top buitenspel geplaatst voor een binnenlands politieke loopbaan.

Intussen komt met elk ultimatum dat Brinkman het kabinet stelt, ook het moment van afrekenen dichterbij. Bij de komende algemene beschouwingen zal Brinkman hom of kuit moeten bieden, anders wordt de besluiteloosheid van het kabinet ook zijn besluiteloosheid, luidt de verwachting. “Het kabinet doet in september eindexamen bij Elco”, zegt een Kamerlid. En Elco doet eindexamen voor het leiderschap. Als het kabinet deze zomer daadkracht weet te ontwikkelen, dan redden ze het, is de taxatie in de CDA-fractie. Blijft het beeld van stagnatie, dan moeten ze weg.

Maar kunnen ze wel weg? En zou Brinkman dat wel bedoelen? Als minister van WVC stond hij bekend om zijn ongeduld en zijn springerigheid. “Als minister riep hij al voortdurend van alles. Prompt donderde de hele wereld dan over 'm heen, maar het deerde hem uiteindelijk niet”, zegt een bron. Maar het is nog maar de vraag of dat ook geldt als hij met de hele fractie op avontuur is. Brinkman zegt gewoon wat hij vindt en is nog altijd verontwaardigd als daar een geheime agenda achter wordt vermoed, zegt een fractielid. Het kabinet moet opschieten, niet omdat Brinkman de zaak stuk wil hebben, maar omdat ze talmen. Dat is alles, meent deze bron.

In de fractie kan Brinkman een potje breken. Hij is niet zo'n kruidenier als 'Bert-norm' de Vries. En niet zo'n binnenvetter als Lubbers. Brinkman kan delegeren, hij vertrouwt zijn mensen. Hij is ontspannen. Dat Elco halverwege het Tussenbalans-debat tijd nam om de premiere van Les Miserables te bezoeken... Prachtig vinden de fractieleden dat. En volstrekt onverantwoordelijk natuurlijk, want toen kon Thijs Woltgens met niemand meer afspraken maken. De fractieleider is ook niet gebonden aan een bloedgroep. Lubbers was KVP, De Vries AR. Brinkman is gereformeerd, maar werd nooit lid van het jenever- en sigarencircuit in het CDA. Hij behoort tot de nieuwe generatie CDA-politici, bloedgroep christen-democraat.

Niet dat ze alles aan hem waarderen. Brinkman struikelt soms over zijn eigen woorden - 'aanstellers' noemde hij WAO'ers voor de radio, waarna zijn politieke boodschap in het rumoer verloren ging. Zelden worden zijn toespraken onderbroken door applaus. Daarvoor is Elco te snel en te veel op afstand voor de partijgenoten in het land. Op de televisie heeft Brinkman een koele uitstraling - pas als hij lacht, krijgt de kijker houvast. Kan hij in het televisietijdperk wel het CDA-gezicht vormen?

Er zijn legio argumenten in omloop die pleiten voor het afremmen van Brinkman. Zo is er geen alternatieve coalitiepartner voor de PvdA. De VVD is nog niet genezen van de vorige twee kabinetten-Lubbers. De opening naar de PvdA op het VVD-congres dit weekeinde is daarvan een teken. In de peilingen is het CDA niet meer onoverwinnelijk - vijf zetels verlies. De opmars van D66 is voor het CDA een tegenvaller.

Een CDA-VVD meerderheid is erdoor uit het zicht verdwenen. Zou Van Mierlo bereid zijn een VVD-CDA-D66 kabinet te vormen? Het tegenovergestelde lijkt eerder waarschijnlijk. Er hangt een 'rancune'-kabinet in de lucht van VVD, D66 en PvdA, gevormd uit een gedeeld verlangen om het CDA in de oppositie te manoeuvreren. Als D66 bovendien de PvdA in omvang overtreft, dan wordt het ondenkbare denkbaar - premier Van Mierlo. Die optie moet de kiezer nog maar even onthouden worden. Van de gemakkelijke vorming van het VVD-PvdA-D66 college van gedeputeerden in Zuid-Holland is de partij flink geschrokken.

Met het CDA als “machtsbeluste en arrogante partij die naar willekeur coalities vormt” is verrassend afgerekend. We moeten ervoor oppassen dat we hier straks alleen vijanden hebben, heeft Brinkman zijn fractie voorgehouden.

Dan is er Lubbers. De laatste fractievoorzitter die een 'eigen' premier wegzond heette Schmelzer, wiens politieke loopbaan daarna was beeindigd. Brinkman kan het zich niet veroorloven de man die het CDA in de jaren tachtig groot maakte en groot hield, te beschadigen. Bovendien maakt hij het Lubbers zo moeilijker om in 1993 Delors op te volgen als voorzitter van de EG-commissie. Die baan bereikt men het beste vanuit een positie van gezag - als premier.

Tegelijk begint de weerstand tegen Lubbers in de fractie te groeien. Zeker nu de premier zijn laatste termijn heeft aangekondigd, wordt er steeds minder van hem genomen. Bij machtsposities geldt immers: wie zegt dat hij weg wil, is daarmee al weg. Voor de manier waarop hij de fractieleden Van der Linden (geen commissaris van de Koningin), Eversdijk (geen Kamervoorzitter) en partijgenoot Braks (minister af) behandelde, is de tolerantie in de fractie afgenomen. Ook zijn slagkracht als premier is verminderd. Wie aan de laatste loodjes werkt kan motivatie tekort komen om het kabinet op cruciale momenten door de meningsverschillen heen te duwen.

In het CDA is ook de afwezigheid van Jan de Koning in het kabinet een gemis. Hij was de 'denktank' van de premier. De man die Lubbers corrigeerde en inspireerde. Achter de aanvoerder Mozes stond de denkkracht van Aaron, zeggen de protestanten in de fractie. Maar nu staat achter Mozes Wim Kok.

Tegen een crisis pleit ook de staat van het kabinet - niet alleen Kok bracht zwakke ministers in, ook Lubbers leunde te veel op oude getrouwen. De vorige kabinetten-Lubbers bevatten zware, nieuwe mensen als Van den Broek, De Koning, Braks, Ruding en Brinkman zelf. In Lubbers III gaapt een groot gat tussen de pupillen en de senioren. Bukman, Andriessen, De Vries - het zijn beproefde routiniers uit de jaren tachtig, op weg naar het einde van hun politieke loopbaan. De nieuweling Maij-Weggen valt zwaar tegen, Hirsch Ballin is voor het grote publiek nog onzichtbaar.

Lubbers III dreigt een tussenkabinet te worden - zowel wat resultaten betreft als qua personeel. Moet Brinkman daar nu premier tussen worden? Dit kabinet moet maar rustig uitsterven, wordt in het CDA gezegd. Geen enkele politieke partij is de komende jaren toch gediend met crisis? Bij iedereen sluimert een leiderschapsprobleem - Kok, Bolkestein, Van Mierlo, Beckers. Echt goed gaat het nergens. Allemaal moeten ze omkijken naar een nieuwe generatie leiders.

Zouden de sociaal-democraten met achttien zetels verlies in het verschiet de kostbare regeringsmacht wel uit handen geven?

Het lijkt niet waarschijnlijk. Zou Brinkman het zelf moeten opknappen? Dat gebeurt alleen, zo zeggen ingewijden aan het Binnenhof, als concurrent Ruding zich uit het peloton losmaakt en gaat jagen op de kopman. Dan moet Brinkman reageren en de moord op Caesar plegen. De partij wordt zo voor een voldongen feit gesteld: Brinkman is partijleider. Ook Lubbers kwam zo aan de macht. Van Agt trok de lijst tijdens de verkiezingen, was onderhandelaar in de formatie en haakte vervolgens af.

Vice-fractievoorzitter Lubbers, de man met wie de CDA-top voor geen goud de verkiezingen had ingedurfd, nam het dezelfde dag over en werd op 4 november 1982 premier.