Koerden op de vlucht, uit en naar Iran

OSHNOVIYEH (Iran), 29 APRIL. Koerdische vluchtelingen in het grensgebied tussen Irak en Iran bewegen zich in twee richtingen: de ene stroom wil van Irak naar Iran, terwijl de andere stroom uit Iran al weer naar Irak terugkeert.

Of de vertrekkende en aankomende Koerden elkaar bij de grens tot andere gedachten brengen, is niet duidelijk. “De Koerden kunnen niet samenhangend denken”, zegt een Iraanse functionaris over deze merkwaardige ontmoeting van twee vluchtelingenstromen. Voor de Koerden is het leven zeer onaangenaam in Irak en in Iran: de onzekerheid is groot.

Het afgelopen weekeinde zijn duizenden Koerden na een verblijf van enkele weken in Iran naar Irak teruggekeerd. De meesten zeiden dit te hebben besloten op grond van de overeenkomst die de Iraakse president Saddam Hussein vorige week bereikte met Koerdische leiders over autonomie voor de Koerden.

Uit de Iraanse plaats Oshnoviyeh, ongeveer zestig kilometer van de grensovergang bij de plaats Piranshahr, zijn zaterdag en zondag zeker vijfduizend Iraakse Koerden vertrokken.

Gistermiddag wachtte een lange, bonte stoet even buiten Oshnoviyeh op doortocht naar Irak. Volgepakte personenauto's, sommige met kogelgaten, overvolle vrachtauto's en zelfs tractoren vormen een lange file. Geduldig liggen velen naast hun voertuigen in het gras te wachten tot zij het signaal van Iraanse militairen krijgen om verder te gaan. Tegen het einde van de middag kunnen zij allen vertrekken.

De meeste Koerden maken een opgewekte indruk, al zeiden sommigen er niet zeker van te zijn of de toestand in het noorden van Irak veilig is. “Ik weet niet of het veilig zal zijn”, zegt de 45-jarige leraar Engels Ismail Ahmed Ramazan.

“Maar hier heb ik niets. Geen eten, niets.” Een andere man in een grote, oranje vrachtauto zegt: “Ja, ik ben heel bang. Waarom hebben jullie Saddam Hussein ook niet uit de weg geruimd? Dat zou veel beter zijn geweest”. Terwijl hij de laatste woorden uitspreekt, zet de stoet zich in beweging, op weg naar een onzekere toekomst. Ook in de plaats Oshnoviyeh zelf treffen velen koortsachtig voorbereidingen om Iran te verlaten. Bussen en vrachtauto's worden volgeladen met alle schaarse bezittingen die de vluchtelingen bij hun overhaaste vertrek kunnen meenemen.

Pag. 4:

Iraniers onthouden de Koerden medische hulp

De toestand in de Koerdische vluchtelingenkampen in Iran, hoewel niet zo ermbarmelijk als in Turkije, is zo slecht dat elke dag vele tientallen families besluiten hun biezen te pakken en naar Irak terug te keren. Anderen blijven. “De situatie is nog te onzeker. Het is beter te wachten tot het resultaat van de besprekingen met Saddam duidelijk is”, zegt ingenieur Dashti, die in de comfortabele positie verkeert dat hij een betaalde baan heeft gekregen als opzichter bij de bouw van nieuwe tenten in het kamp bij Oshnoviyeh. Niet iedereen is zo gelukkig: “Elke dag komen er heel wat mensen naar mij toe die vragen of ik niet ook een baantje voor ze heb. 'Ik heb geen geld meer. Als dat niet verandert, moet ik terug naar Irak' zeggen ze”, aldus Dashti.

De hulpverlening aan de Koerden in Iran verloopt uiterst moeizaam. Weliswaar zijn de meeste kampen gelegen in meer toegankelijke oorden dan in Turkije, maar de logge Iraanse bureaucratie zorgt steeds voor aanzienlijke vertraging. Een kleine veertig Belgische militairen die namens de Europese Gemeenschap een veldhospitaal hebben aangelegd bij de plaats Ziveh, beklagen zich erover dat zij nog geen vluchteling hebben gezien terwijl zij al vier dagen klaar zijn voor behandeling van Koerden uit de twee naburige kampen, waar zo'n zeventigduizend mensen verblijven. De Iraanse autoriteiten vinden de tijd voor hulp nog niet aangebroken; soldaten rondom het Belgische hospitaal houden de vluchtelingen verre van de medische zorg. “Vanmorgen slaagden een paar Koerden erin stiekem het hospitaal te bereiken”, vertelt kapitein Maas.

“We hebben een heel gevecht moeten voeren met de militairen om die mensen inderdaad te kunnen behandelen.”

Sommige hulpverleners wensen niet met de pers te spreken uit angst voor nog meer trainering door de Iraniers. “Het grootste probleem is dat we met zoveel verschillende autoriteiten hebben te maken. Dat zorgt soms voor ernstige vertraging”, aldus kapitein Maas.

De meeste vluchtelingen ontvangen voldoende voedsel en water om niet van honger en dorst om te komen. Het dieet is echter zeer eenzijdig en bestaat vooral uit aardappelen en brood, een enkele keer aangevuld met wat ingeblikte vis die meestal de uiterste verkoopdatum allang is gepasseerd. Het brood is vaak al keihard geworden door de droogte. “Met dit stukje brood zou ik je je keel kunnen afsnijden”, grapt een van de vluchtelingen in het kleine kamp Gol Cheshme bij Oshnoviyeh onder luid gelach van de omstanders. Gevechten om voedsel zoals die zich in Turkije hebben voorgedaan doen zich in de Iraanse kampen evenwel niet voor.

De watervoorziening laat in veel kampen te wensen over. “Het water dat we hier uit een bron krijgen is heel vies”, zegt een man die uit een ander kamp naar Gol Chesme is gekomen om te kijken of hij zijn vierjarige dochtertje kan terugvinden dat hij tijdens de chaotische vlucht uit Irak is kwijtgeraakt.

Vooral kinderen worden snel ziek door het vuile water. “Vanmorgen is hier nog een kind begraven”, zegt de man. Een Iraanse functionaris die kantoor houdt in een metalen container met medicijnen, belooft dat de watervoorziening volgende week verbeterd zal zijn.

De Iraanse militairen die de orde handhaven in de kampen gedragen zich beduidend minder gewelddadig tegenover de vluchtelingen dan hun Turkse collega's. De Koerden zeggen weliswaar dat zij af en toe worden geslagen, maar geschoten is er nog nooit. Wel hebben de militairen de neiging zelf een greep te doen uit de hulpgoederen. “De soldaten hebben laatst alle mooie schoenen uit een lading hulpgoederen gepakt en wij kregen plastic schoenen”, zegt een vluchteling in Gol Chesme.

Ook wordt er in een winkeltje onder militair toezicht tegen hoge prijzen aanvullend voedsel verkocht aan vluchtelingen. In de meeste kampen is er inmiddels een zwarte markt ontstaan voor levensmiddelen.

Veel vluchtelingen beginnen door hun financiele reserves heen te raken of hebben dat stadium al bereikt. Naarmate zij meer afhankelijk zijn van het minimale dieet en zelf niet meer extra dingen kunnen kopen, wordt de neiging om terug te keren groter.

Veel inheemsen in de Iraanse provincie West-Azerbajdzjan zien de Koerdische gasten liever gaan dan komen. In totaal zitten er ruim vierhonderdduizend vluchtelingen in kampen in hun provincie (en nog eens een miljoen elders in Iran). Vooral in de grensplaatsen zijn de winkels overvol en stijgen de prijzen van levensmiddelen. Veel Koerden proberen goederen als televisietoestellen en videoinstallaties, die zij uit Irak hebben kunnen meenemen, in Iran te slijten in ruil voor voedsel. De Azerische bevolking beschouwt de komst van de Koerden ook vooral als een last. “Ze kunnen de Koerden het beste gewoon over de grens zetten”, meent een kelner in de plaats Urumiyeh, die snel is uitgegroeid tot een centrum voor de hulpverlening aan de Koerdische vluchtelingen.