Iran sluit oliecontracten met twee maatschappijen uit VS

ROTTERDAM, 29 APRIL. De Iraanse staatsoliemaatschappij heeft twee contracten gesloten voor levering van ruwe olie aan Amerikaanse maatschappijen in een poging weer tot de Amerikaanse markt door te dringen. Voorlopig wordt de olie naar raffinaderijen buiten de Verenigde Staten verkocht: Aruba en het Verre Oosten.

Na de gijzeling van 52 Amerikanen in de ambassade in Teheran, in 1979, verbrak Washington de diplomatieke betrekkingen met Iran. Ook werden vergaande handelsrestricties ingevoerd, waardoor ook de import van Iraanse olie werd getroffen. In januari stond de Amerikaanse regering een aantal oliemaatschappijen toe om weer een beperkte hoeveelheid olie te importeren, op voorwaarde dat een deel van de prijs in een speciaal fonds zou worden gestort, waaruit Amerikaanse claims op Iran kunnen worden betaald. Deze regeling houdt in feite in dat Iran met een lagere prijs genoegen moet nemen. Het Internationaal Hof van Justitie in Den Haag is nog bezig met de behandeling van de Amerikaanse claims op Iran uit de gijzelingsperiode die 444 dagen duurde.

Volgens het vakblad Middle East Economic Survey (MEES) hebben de Iraniers nu contracten gesloten voor de levering van 110.000 vaten olie aan de raffinaderij van Coastal op Aruba en 20.000 vaten per dag aan enkele raffinaderijen van Mobil in het Verre Oosten. Daarmee worden extra betalingen omzeild.

Coastal heeft onlangs een deel van de oude Lago-raffinaderij van Exxon op Aruba heropend, na een ingrijpende modernisering van installaties.

Volgens MEES probeert Irak zijn olie-export weer op gang te brengen, door via de pijpleiding door Turkije 600.000 vaten olie per dag te transporteren. Turkije en de speciale commissie van de Verenigde Naties die toeziet op de naleving van het handelsembargo, moeten daarvoor eerst toestemming verlenen.