Grote landen niet eens over lagere rente

WASHINGTON, 29 APRIL. De Groep van zeven belangrijke industrielanden is er dit weekeinde in Washington niet in geslaagd afspraken te maken over een mondiale verlaging van de rente.

De rente in de grote industrielanden zal daarom voorlopig niet verder dalen. Wel zijn landen vrij een rentebeleid te voeren dat overeenstemt met de stand van hun economie en met de omvang van hun begrotingsproblemen.

In reactie op de bijeenkomst in Washington brak de koers van de Amerikaanse dollar vanmorgen kortstondig door de barriere van twee gulden. De laatste keer dat de Amerikaanse munt boven de twee gulden noteerde, was op 8 december 1989. Later zakte de koers weer iets terug. Uit het feit dat op de bijeenkomt van de G-7 geen zorgelijke opmerkingen werden gemaakt over de kracht van de dollar maakten handelaren op dat de industrielanden blijkbaar vrede hebben met een sterke dollar.

De ministers van financien en de centrale-bankpresidenten van de G-7 constateerden dat de economische situatie in de industrielanden te veel uiteenloopt om een gemeenschappelijk rentebeleid te voeren.

De Groep van zeven, die bestaat uit de ministers van financien en centrale-bankpresidenten van de VS, Japan, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannie, Italie en Canada, vergaderde aan de vooravond van de halfjaarlijkse bijeenkomsten van het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank.

In zorgvuldig gekozen bewoordingen laat de Groep van zeven de mogelijkheid open van een rentedaling op termijn als de omvang van de begrotingstekorten en de inflatie van landen dit toelaten. De G-7 zegt te streven naar een evenwicht tussen bevordering van de economische groei en voorkoming van een opleving van de inflatie. Lagere rente stimuleert de economie, maar vergroot het risico van hogere prijzen.

Vorige week dreigde een openlijk conflict tussen de VS en Duitsland over het te voeren rentebeleid. De VS, geconfronteerd met een groeiende recessie in eigen land, drongen aan op lagere Duitse rente ter verlichting van hun eigen problemen. Duitsland hield vol dat de hoge kosten van de Duitse eenwording en de sterke groei van de Duitse economie een renteverlaging uitsluiten.

“Deze tegenstelling heeft nauwelijks een rol gespeeld”, zei Karl Otto Pohl, de president van de Duitse Bundesbank, gisteren na afloop van de bijeenkomst. “Wij zijn er in geslaagd de VS ervan te overtuigen dat de (economische) uitgangspositie in de Bondsrepubliek heel anders is dan die in de VS en dat coordinatie van beleid niet betekent dat we allemaal tegelijk hetzelfde moeten doen.”

Pag. 12:

Pohl is 'zeer tevreden' over resultaat van G-7

De Amerikaanse minister van financien Nick Brady zei gisteravond dat op termijn sprake kan zijn van lagere rente, maar hij erkende dat geen specifiek tijdschema voor renteverlaging was afgesproken. Brady's Japanse collega Ryutaro Hashimoto beklemtoonde dat op het ogenblik in Japan geen sprake kan zijn van lagere rente. Duitsland, aldus Pohl, maakt een periode van zeer krachtige economische groei door en moet daarop reageren met hoge rente. “Dat hebben de VS nu beter begrepen. We zijn zeer tevreden met het resultaat van deze bijeenkomst.”

Een Britse woordvoerder zei dat Groot-Brittannie de Duitse bezorgdheid over inflatie begrijpt en dat het monetaire beleid van ieder land aan dat land zelf moet worden overgelaten.

De Duitsers hebben de Amerikanen uitgelegd dat het begrotingstekort in de Bondsrepubliek door de uitzonderlijke omstandigheid van de Duitse eenwording wordt veroorzaakt.

Duitsland heeft - in tegen stelling tot de VS - geen structureel begrotingstekort en is bovendien hard bezig het tekort met belastingverhogingen terug te dringen. “Wij betalen zelf de kosten van de eenwording en trekken geen cent kapitaal uit andere landen weg”, zei minister van financien Waigel. Hij voegde er aan toe dat Duitsland geen enkel bezwaar heeft als andere landen de beschikbare ruimte gebruiken om hun rente te verlagen.

Zowel Pohl als Waigel maakten duidelijk dat naar hun mening de D-mark op het ogenblik is ondergewaardeerd. De fundamentele kracht van de Duitse economie wordt niet volledig weerspiegeld in de huidige koers van de D-mark. “De D-mark is te veel gezakt. We hebben problemen in de voormalige DDR, dat weet iedereen. Maar het is niet allemaal 'gloom and doom' in Duitsland”, zei Pohl.

Minister Kok (financien) beklemtoonde gisteren dat de discussie over de hoogte van de rente een afgeleide is van het probleem van gebrek aan besparingen in de wereld. “Ik zou graag een lagere rente in Duitsland zien”, zei Kok, “dat is ook een Nederlands belang.” Maar hij vervolgde dat lagere rente slechts bereikt kan worden als Duitsland eerst zijn begrotingstekort terugdringt. Hij voegde er aan toe bezorgd te zijn over de Amerikaanse druk om de rente te verlagen met het oog op een snelle beeindiging van de recessie in de VS. “De VS moeten zich niet uitsluitend richten op lagere rente, want dat brengt grote risico's voor inflatie met zich mee”, aldus Kok.

De ministers stelden vast dat er vooruitzichten zijn van economisch herstel en lagere inflatie in landen die zich in een recessie bevinden. Ze stelden ook vast dat de hoge reele rente voortduurt en dat de economische activiteit begint af te nemen in landen die tot voor kort een sterke economische expansie doormaakten.

De Groep van zeven sprak gisteren uitvoerig over de situatie in Oost-Europa en de Sovjet-Unie. Er bestond grote bezorgdheid over de kritieke situatie in de Sovjet-Unie en over de negatieve gevolgen die een eventuele politieke of economische ineenstorting van de Sovjet-Unie op de overige landen van Midden- en Oost-Europa zal hebben. Concrete maatregelen ter ondersteuning van de hervormingen zullen evenwel niet worden ondernomen zolang de hervormingen en democratisering in de Sovjet-Unie stagneren. Het thema zal opnieuw aan de orde komen op de economische top van de zeven belangrijkste industrielanden, deze zomer in Londen.

De verregaande schuldkwijtschelding aan Polen en Egypte waartoe de industrielanden onlangs besloten, zal vooralsnog niet worden uitgebreid tot andere ontwikkelingslanden, maakte de Groep van zeven gisteren duidelijk. De ontwikkelingslanden hebben om uitbreiding van de schuldkwijtschelding gevraagd.

Gisteren kwamen de ministers van financien van de ontwikkelingslanden, verenigd in de zogenoemde Groep van 24, bijeen. Ze spraken hun bezorgdheid uit over het gebrek aan wereldwijde besparingen en de hoge rente. Verder wezen ze erop dat het verlies aan inkomsten van de ontwikkelingslanden als gevolg van protectionistische maatregelen in de industrielanden twee keer zo groot is als het bedrag dat ze jaarlijks aan rente over hun schulden moeten betalen en twee keer zoveel als de totale buitenlandse hulp die ze van de rijke landen ontvangen.

    • Roel Janssen