Geladen ballet van Canadese 'body-artist' over Indianen

Voorstelling 1. Le sacre du printemps. Choreografie: Hans Tuerlings; muziek: Igor Stravinsky, bewerkt door Maarten Bon en uitgevoerd door Yoko Abe, Maarten Bon, Gerard Bouwhuis en Sepp Grotenhuis; toneelbeeld: Hans Tuerlings-Jan van Velden; kostuums: Jacqueline Mayen. Embargo. Choreografie en toneelbeeld: Piet Rogie; muziekcompositie en uitvoering: Ruud van der Pluym. Gezien 28 april Academie Theater, Utrecht. Le sacre is nog te zien 4 en 5 juni in Eindhoven, 6 juni Groningen, 12 juni Tilburg. Voorstelling 2. Gezelschap: Compagnie Marie Chouinard. Produktie: Gaten in de lucht. Choreografie en stemmen: Marie Choinard; kostuums en toneelbeeld: Zed Poinpoin en Marie Chouinard; licht: Alain Lortie. Gezien 28 april De Blauwe Zaal, Utrecht. Daar nog te zien 29 april.

Het Spring Dance Festival dat in Utrecht is begonnen, had drie nieuwe werken te bieden, waarvan twee van Nederlandse bodem die in een programma waren samengebracht. Le sacre du printemps (het lenteoffer) is een samenwerkingsproject van het in Groningen gevestigde gezelschap Reflex en Raz, die nieuwe dansvoorziening van het zuiden in Tilburg. Dat lijkt geen voor de hand liggende combinatie, maar de verbintenis tussen beide groepen is hecht. Artistiek leider van Ras, Hans Tuerlings, maakt immers zeer regelmatig balletten voor Reflex waaraan zijn ex-echtgenote Patrizia Tuerlings als artistiek leidster en danseres verbonden is.

Zij vertolkt samen met Norio Mamyia het duet dat Hans Tuerlings op Stravinsky's befaamde compositie creeerde. Hij koos daarvoor niet de orkestuitvoering, maar de uiterst verrassende en indrukwekkende transcriptie die Maarten Bon er voor vier vleugels voor maakte. Tuerlings volgt ook niet het verhaal dat aan Stravinsky's Sacre ten grondslag ligt: een uitverkoren maagd die zich dood dient te dansen als offer aan de lente. Hij liet zich inspireren door een verhaal uit het boek Het apolleinische uurwerk van Louis Andriessen en Elmer Schonberger. Het is gesitueerd in het Petersburg van 1909 en beschrijft de activiteiten van een virtuoos illusionist die zo snel is dat “hij wellicht er ooit in zal slagen zijn muze van haar maagdelijkheid te beroven zonder dat ze dat zelf in de gaten heeft”.

Het toneelbeeld - twee grote luchters met brandende kaarsen, een kleine kaptafel, een pluche stoel en in ieder van de vier hoeken een grote vleugel - roept inderdaad de sfeer op van een Petersburgse salon rond de eeuwwisseling. Ook de illusionist (Norio Mamayia) met zijn vuurrode jas, goudgelen vest, zijn lakschoenen, witte handschoenen en hoge hoed, past daar precies in. Zijn muze (Patrizia Tuerlings) in het simpele korte zwarte jurkje, de zwarte dunne kousen en hooggehakte schoenen en wilde krullenbos, is een wat ongewonere verschijning.

De overweldigende kracht van de muziek, de complexiteit en rijkdom in klankkleur en ritmische structuur, krijgt nauwelijks een equivalent in de choreografie die slechts bij valgen verrassend en expressief is. De ingehouden kleine bewegingen van de illusionist roepen door de uiterst geconcentreerde, scherp getimede en gestileerde uitvoering door Norio Mamyia, nog het meest de zinderende spanning op die uit de muziek naar voren komt. En Patrizia Tuerlings is en blijft een prachtige danseres. Maar als totaal heeft Hans Tuerlings het toch moeten afleggen tegen Stravinsky en Maarten Bon en de zijnen.

Teleurstellend vond ik ook Embargo, het werk dat Piet Rogie in opdracht van het Spring Dance Festival maakte en samen met Genevieve Cremer en componist Ruud van der Pluym uitvoerde. De entourage suggereert iets van een oerwoud. Een leeuw op het achterdoek, een welpje naast een bos stro, de kaki-bermuda's en de stevige gympen van de vertolkers. Van het 'programma'

dat je in de zaal wordt uitgereikt, word je ook niet veel wijzer: een grauw-bruin zakje met wat stro erin, bedrukt met Embargo en drie namen.

De componist - musicus bedient de bandrecorder, rookt een sigaretje, bespeelt een piepklein xylofoontje en neuriet een liedje. Rogie vult het toneel met zijn bekende katachtige, grillige bewegingen, hij springt vanuit diepgebogen houdingen als een raket omhoog en trekt zich niet al te veel aan van zijn partner, die aan Rogies eigenzinnige bewegingstaal een soepele, ongeforceerde kwaliteit geeft. Pas aan het slot is er een confrontatie die beslissend lijkt. Embargo mist de structuur en opbouw die het spannend zou kunnen maken.

Voor de derde wereldpremiere tekende de Canadese Marie Chouinard. Deze onconventionele en provocerende body-artist, baarde in het Holland Festival van 1985 opzien met haar in alle opzichten prikkelende solo-voorstellingen. Nu heeft zij voor het eerst een groepswerk gemaakt, Gaten in de lucht, gebaseerd op een oude legende van de Canadese Inuit-indianen.

Een wonderlijk en volstrekt eigen werk. De vier vrouwen en drie mannen zijn gelijk gekleed in vormeloze korte hemd-pakjes met in het kruis een klein wollen bolletje. Hun blote armen hebben rode strepen, de voeten zijn omwikkeld met loshangende sokken die met touwtjes op hun plaats worden gehouden, de ogen zijn fel roodomrand, de tanden met glinsterende folie bekleed en grote bossen haar hangen uit de oksels. Ze maken allerlei geluiden die door kleine microfoons door de warrige hoofden versterkt worden. Ze vormen een gemeenschap van oerwezens die zich overgeven aan, en gedreven worden door, rituelen waar een ieder God, demon of dier kan zijn. Met ruwe, dikwijls groteske bewegingen, vullen ze de ruimte. Meestal als hechte groep, soms als individuen. Hun grimassen en schokkende lijven veroorzaken soms een (wellicht onbedoeld) komisch effect. Maar wat ze ook doen het heeft altijd een gecontroleerde kracht, structuur en geladenheid. Al is er na een uur weinig variatie meer, ik vond het een bijzonder ongewone en daardoor intrigerende voorstelling.