EG-ministers bepleiten initiatieven om export van wapens te beperken

MONDORF-LES-BAINS, 29 APRIL. De ministers van buitenlandse zaken van de Europese Gemeenschap willen dat er initiatieven worden genomen om te komen tot beheersing van de wapenexport in de wereld.

“Er zijn nu al weer wapentransacties in het Midden-Oosten die je de rillingen over het lijf doen lopen”, zo lichtte minister Van den Broek gisteren na het informele beraad in het Luxemburgse Mondorf-les-Bains de wens van de Europese ministers toe. Voordat de EG “internationaal de boer op kan gaan” met voorstellen moeten de landen van de Gemeenschap volgens de minister echter onderling “heldere lijnen”

uitzetten wat betreft de beheersing van de wapenexport. Bij de Verenigde Naties zijn al in 1975 voorstellen ingediend om te komen tot een wereldwijde statistiek, een “register”

van de wapenhandel, terwijl in Geneve al jarenlang in VN-kader wordt onderhandeld over het tegengaan van proliferatie van chemische wapens.

In EG-verband moet worden gestreefd naar harmonisering van het wapenexportbeleid en tot communautarisering daarvan, zo meende de Nederlandse minister. Bij de criteria die daarvoor worden vastgesteld moet volgens hem het criterium van de 'selfsufficiency' worden toegevoegd, de definiering van de vraag of en hoe men kan vaststellen hoeveel wapens een land voor zijn eigen legitieme zelfverdediging nodig heeft.

De kwestie van de wapenexport noemde de minister een “zeer complexe materie”, waarover een werkgroep van de EG zich buigt en waarmee tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de raad van ministers van de EG, de tweede helft van 1991, voortgang moet worden geboekt. Frankrijk, de grootste wapenexporteur van de EG, stelt zich wat betreft de controle terughoudend op.

Het afgelopen weekeinde is ook de inpassing van het Europese buitenlandse en veiligheidsbeleid in de EG ter sprake gekomen.

In een “zinvolle discussie”, zo zei Van den Broek, was voortgang gemaakt op het punt dat Europese veiligheid en defensie niet kunnen worden verzekerd zonder handhaving van de 'transatlantische band'. Het moet voor de VS “voldoende aantrekkelijk” blijven om de bescherming van de Europese veiligheid voort te zetten. Op dat punt neemt Nederland, zo zei Van den Broek, “geen uitzonderingspositie” in.

Wat betreft het voorstel van Europees Commissaris Frans Andriessen om aspirant-leden van de EG een 'geaffilieerd lidmaatschap' aan te bieden meende Van den Broek dat elk positief signaal dat de Oosteuropese landen zicht geeft op politieke associatie met de EG welkom is. Over het plan van Andriessen is overigens niet plenair gesproken. De Commissaris is bezig “nadere gedachten” daarover uit te werken.