Boeken uit Hitlers prive-collectie in kerk; Videobeelden gestolen Nazi-kunst in Moskou

LONDEN, 29 APRIL. Een video-film, gemaakt door een amateur in de Sovjet-Unie, toont voor het eerst beelden van schilderijen die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog in Duitsland zijn buitgemaakt door de Russen.

Een deel van deze kunstwerken hangt in een staatssanatorium voor vooraanstaande Sovjet-wetenschappers in Uzkoye, aan de zuidkant van de Moskou. Andere stukken worden bewaard in regeringsgebouwen en -opslagplaatsen.

Dat heeft gisteren de Sovjet-corresponent Helen Womack van het Britse zondagsblad The Independent on Sunday gemeld. Zij beroept zich op de maker van de video-film, die 'reden heeft om te weten' dat de schilderijen in het sanatorium maar een fractie uitmaken van de enorme aantallen kunstwerken die de Sovjets op de Nazi's hebben buitgemaakt.

Volgens Womack, die de video-film zelf heeft gezien, is een schilderij gesigneerd door Gaspard Dughet, een zeventiende-eeuwse Franse meester die in de stijl van Nicolas Poussin werkte; twee landschappen lijken het werk van Antoine Pesne, destijds hofschilder van Frederik I van Pruisen, en een klassieke voorstelling moet afkomstig zijn uit de school van Rubens. Hoewel de schilderijen niet worden toegelicht, lijkt het erop dat een deel afkomstig is uit Sans Soucis, het 'Versailles' van Frederik de Grote in Potsdam. Zekerheid daarover ontbreekt.

Womack heeft inmiddels vergeefs geprobeerd toegang te krijgen tot het sanatorium in Uzkoye. Een woordvoerder wilde alleen maar met haar door het park wandelen en weigerde over de kunstwerken te praten.

Behalve van schilderijen maakt Womack ook melding van een omvangrijke collectie boeken, eveneens destijds in Duitsland geconfisqueerd. Sommige banden, daterend van de achttiende tot het begin van de twintigste eeuw, komen uit de prive-bibliotheek van Hitler. De collectie omvat vermoedelijk ook originele manuscripten van Wagner. Ze worden 'onder erbarmelijke omstandigheden' bewaard in de kerk van de heilige Anna, naast het sanatorium.

Womack baseert zich in dit geval op gegevens van Yevgeny Kuzmin, journalist van het weekblad Literaturnaya Gazeta, die de Duitse uitgaven zelf zou hebben gezien. Stalin zou deze collectie hebben ondergebracht in een andere, meer dan een miljoen Russische boekwerken omvattende verzameling. Volgens Kuzmin is er Duitse financiele hulp nodig om de boeken te catalogiseren en te restaureren. Ze liggen nu schots en scheef opgeslagen, overdekt met vogelpoep. Een deel zou door de ratten zijn aangevreten. Er is een ruimte zo groot als een voetbalveld nodig, aldus Kuzmin, om de boekwerken bij een inventarisatie te kunnen uitspreiden.

Schliemann Duitse diplomaten, die de video van de schilderijen eveneens hebben gezien, kunnen de werken niet identificeren omdat ze over onvolledige lijsten van de verdwenen kunstschatten beschikken. Op deze in Duitsland opgestelde lijsten komen behalve miljoenen boeken, ook de gouden schatten van Troje voor, destijds verzameld door archeoloog Schliemann. Daarop staan ook vermeld werken van Goya, Rembrandt en Van Gogh, handschriften van Goethe, en nader gepreciseerde doeken zoals een door Degas geschilderd portret van Graaf Lepique met zijn dochters en het doek 'Wasvrouw' van Daumier.

Enige tijd geleden heeft Alexei Rastorgev, werkzaam op de Universiteit van Moskou, al onthuld dat veel van de uit Duitsland gestolen kunst, waaronder werk dat de nazi's uit andere landen hadden gestolen, is ondergebracht in het Pushkin Museum en het Kremlin in Moskou en de Hermitage in Leningrad.

Een groot aantal stukken die de Duitsers op hun beurt in een vroeg stadium van de oorlog uit Rusland hebben gestolen, is allang verkocht. Bij een eventuele uitwisseling heeft Duitsland dus minder terug te geven dan de Sovjet-Unie. Dat zal het moeilijk maken om het verdrag van wederzijdse teruggave ten uitvoer te brengen dat Gorbatsjov en Kohl vorige week hebben geratificeerd in Bonn.

Vanwege de 'broederlijke' contacten die Oost-Duitsland en de Sovjet-Unie de afgelopen decennia hebben onderhouden, zullen voormalige Oostduitsers nu de Duitse regering kunnen adviseren bij een inventarisatie van verdwenen kunstwerken. Vooral uit voormalige Oostduitse steden hebben de Russen aan het eind van de oorlog grote collecties meegenomen om daarmee het eigen verlies aan kunstschatten te compenseren.