Afsplitsing tijdens congres in Neumunster; Duitse Groenen blijven onderling sterk verdeeld

BONN, 29 APRIL. Op een tumultueus driedaags partijcongres is de Duitse Groene partij er niet in geslaagd om de jarenlange interne groepenstrijd te beeindigen. Het lukte het congres in Neumunster afgelopen weekeinde ook niet om de agenda af te werken. Daardoor kon evenmin een nieuwe voorzitter als een nieuwe politieke secretaris worden gekozen, het bleef voorshands bij de - hevig omstreden - verkiezing van twee woordvoerders van het partijbestuur.

Bovendien wist het verdeelde congres nauwelijks besluiten te nemen over een programmatische en politieke herorientatie. Wel lukte het “een politieke verklaring” aan te nemen waarin de Groenen zichzelf “als humanistische milieupartij” een “opening naar de samenleving” opdragen, zij het dan dat dat “noch als volkspartij noch als linkse partij” mag gebeuren.

Bijna vijf maanden na de dramatische klap bij de Bondsdag-verkiezingen (toen de partij de kiesdrempel van vijf procent net niet haalde) liep het congres uit op een bijna permanente heksenketel, waarbij het voor de vele televisiecamera's zelfs tot kleine handtastelijkheden kwam.

Soms waren die min of meer ludiek, er werd bijvoorbeeld met bier gegooid en met waterpistooltjes geschoten, soms ook bitter-vijandig. Omdat de Groenen in de deelstaat Rijnland-Palts juist nu pogen om een coalitie te vormen met de SPD, wier leider Scharping eigenlijk liever met de liberale FDP gaat regeren, zou het verloop van het congres direct al politieke gevolgen kunnen krijgen.

In feite leden alle fracties binnen de partij nederlagen. Dat gold zowel voor de milieu-fundamentalistische Fundi's rondom Jutta Ditfurth, de “rechtse” Realo's rondom de Hessische milieu-minister Joseph “Joschka” Fischer als de min of meer pragmatische vleugel (de Normalo's) rondom de predikante Antje Vollmer (tot 2 december Bondsdaglid). Dat Antje Vollmer, die veel vertrouwen geniet bij de Groenen en de burgerbewegingen uit de vroegere DDR (Bundnis '90), niet in het nieuwe partijbestuur werd gekozen, illustreerde tevens de koele relatie tussen Oost- en Westduitse Groenen. Voor Vera Wollenberger, Oostduits Bondsdaglid voor Bundnis '90, was het reden genoeg om haar kandidatuur voor het partijbestuur in te trekken.

De “Oer-Groene” Jutta Ditfurth, wier stroming circa een derde van de leden zou omvatten, kondigde woedend haar vertrek aan nadat de 41-jarige Oostduitse arts Christine Weiske en de 39-jarige Ludwig Volmer van het “Linke Forum”, een vertegenwoordiger van de linkervleugel en vroeger Bondsdaglid, als woordvoerders van het nieuwe partijbestuur waren gekozen.

Ditfurth verweet de meerderheid van het congres “op crimineel-onzorgvuldige wijze” de kern van de Groene boodschap (“de basiscultuur”) te hebben afgewezen en teveel te denken “aan politieke baantjes” en samenwerking met de “rechtse” SPD. “De Groenen zijn niet meer onze partij”, zei zij en kondigde aan in mei een eigen politieke beweging op te zullen richten.

Ondanks wijzigingsvoorstellen van de rechtervleugel bleven het zogenoemde “rotatie-principe” (dat de persoonlijke vervulling van politieke functies in tijd beperkt) en de onverenigbaarheid van partijbanen en parlementaire functies (in de Bondsdag of de deelstaten en gemeenten) gehandhaafd.

Juist over deze kwesties, en over voorstellen om het partijbestuur te verkleinen, ontstonden de scherpste meningsverschillen. Geen enkele groep bleek hier over de statutair vereiste meerderheid van zestig procent te beschikken.