Weekoverzicht

De traditioneel harde D-mark is deze week een stuk zachter geworden. De Duitse munt zakte, vooral tegenover de dollar, een flink stuk in waarde. Vooral de forse nederlaag van het CDU van kanselier Helmut Kohl bij verkiezingen in Rijnland Palts - nota bene in Kohls eigen deelstaat boekte de oppositionele SPD een spectaculaire zege - speelde de D-mark parten.

Een belangrijke reden voor het verval van de D-mark is evenwel de tegenvallende economische ontwikkeling in de voormalige DDR die veel meer geld gaat kosten dan was voorzien. De Duitse belastingen gaan omhoog, ondanks Kohls ferme verkiezingsbeloften vorig jaar. Analisten verwachten dat Duitsland de komende zomermaanden zelfs zijn toevlucht zou kunnen nemen tot een renteverhoging, enerzijds om de grote hoeveelheden kapitaal te kunnen aantrekken die nodig zijn voor het oppeppen van de vroegere DDR, anderzijds om de koers van de D-mark - waarover Bonn zich in het verleden niet erg bezorgd maakte - niet al te veel te laten inzakken.

President Karl Otto Pohl van de Bundesbank kondigde woensdag in een interview met de Financial Times aan dat hij zich komende weekeinde in Washington op de G-7, de ontmoeting van de zeven belangrijkste industrielanden, fel zal verzetten tegen een renteverlaging als instruments om het economisch herstel in de wereld te stimuleren.

De Duitse centrale bankier verkeerde met die mening in goed gezelschap want ook staf-economen van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) waarschuwden deze week tegen het gebruik van het rente-instrument. Het IMF vreest dat een lagere rente vooral de inflatie zal aanblazen. In zijn halfjaarlijkse Economic Outlook voorspelt het fonds voor dit jaar - mede door de gevolgen van de Golfoorlog - nog een flink lagere economische groei maar voor volgend jaar zal de wereldeconomie zich flink herstellen.

Intussen bereikte de dollar deze week zijn hoogste stand in zestien maanden. De Amerikaanse munt naderde even de twee gulden, maar moest later weer enig terrein prijsgeven. Steun ontleende de dollar aan vertrouwen in een verwachte opleving van de Amerikaanse economie maar ook aan interventies van centrale banken, waaronder de Duitse. De economie van de VS heeft het overigens in het eerste kwartaal van 1991 nog iets slechter gedaan dan was verwacht: er was sprake van een krimp van 2,8 procent.

Op het gebied van de beoogde Europese monetaire eenwording deed EG-voorzitter Luxemburg deze week een poging de standpunten van Frankrijk en andere landen te verzoenen met dat van detegenstribbelende Duitsers. Luxemburg stelde voor de Eurofed, de Europese centrale bank, pas in 1996 op te richten. De Fransen wil al in '94 beginnen, de Duitsers pas veel later wanneer er echt een Europese munt is.

Niet bekend

Aan de chaotische politieke en economische situatie in de Sovjet-Unie kwam deze week nog geen einde. Premier Pavlov maakte begin van de week het programma bekend waarmee Moskou de toenemende crisis denkt te bestrijden. Het plan omvat onder andere een stakingsverbod, noodmaatregelen voor betere distributie van essentiele levensmiddelen en meer controle op de uitgevan van de afzonderlijke republieken.

President Gorbatsjov wist zijn positie als partijleider te redden via een slimme truk: hij bood zijn ontslag aan en prompt schaarde het Centraal Comite zich bijna unaniem achter hem. Op het econoimisch front had Gorbatsjov minder succes. Een dringende oproep in de Pravda aan de stakende mijnwerkers in Siberie om hun acties te beeindigen - mede-ondertekend door onder andere rivaal Boris Jeltsin - leverde niet het beoogde resultaat op. De staking gaat onverdroten door en de industrie zit praktisch zonder steenkool.