Tate houdt boeiend pleidooi voor Walton

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest. Dirigent: Jeffrey Tate. Solist: Bernd Glemser, piano. Programma: Van Otterloo: Intrada; Schumann: Pianoconcert; Walton: Eerste symfonie. Gehoord: 26-4 Grote Doelenzaal, Rotterdam. Herhaling: 27-4 in Vredenburg, Utrecht.

'De Beethoven van de twintigste eeuw' werd indertijd in deze krant de Engelse componist William Walton genoemd. Aanleiding tot deze vergelijking was de opname van Waltons beide symfonieen, met 25 jaar tussenruimte geschreven in respectievelijk 1935 en 1960 maar niettemin van een opmerkelijke consistentie in vormgeving en toonspraak. De emotionele lading die zovelen aanspreekt in Beethovens muziek is die van de worsteling. Wat Waltons klankstructuren te zeggen hebben, is van een zelfde heroische strijdvaardigheid en ook voor hem was het gevecht met de materie een wezenlijk bestanddeel van het compositieproces.

Zeker ten tijde van de Eerste symfonie verkeerde Walton in een turbulente levensfase waarvan de spanningen hun directe neerslag vonden in de felle, complexe ritmiek, de schrijnende samenklanken en de binnen traditionele tonaliteitsgrenzen onbestemde harmoniek. De dreigende ontwikkelingen in de wereldgeschiedenis van de vroege jaren '30 gingen evenmin aan Walton voorbij, getuige menige huiveringwekkende passage uit het Scherzo. Muziek vol vraagtekens schreef hij met deze symfonie. Twijfel aan de bestendigheid van menselijke relaties, twijfel aan een vreedzame samenleving, maar daartegenover een krachtig verzet en een onwankelbare hoop.

Het pleidooi dat Jeffrey Tate tijdens zijn eerste concert met het Rotterdams Philharmonisch Orkest na het afscheid van chef-dirigent James Conlon voor deze enerverende muziek hield, was volstrekt overtuigend en hield grote beloften in voor het boeiende seizoen dat dirigent en orkest voor het Doelenpubliek in petto hebben. Sympathiek was het ook te beginnen met een kort Nederlands werk van Willem van Otterloo, nog wel met de symbolische titel Intrada. Het werd door de koperblazers met sonore klank vertolkt.

In grote stijl maar met fijnzinnige lyriek en bewonderenswaardige beheersing van het metier zette de jonge Duitse pianist Bernd Glemser zich in voor Schumanns a-moll concert. Hij maakte daarmee zijn Nederlandse debuut dat zeker niet onopgemerkt zal blijven. Het is Glemsers fraaie pianistiek aan te zien dat hij zich heeft bekwaamd bij de grote Russische pedagoog Vitali Margulis. Het zal interessant zijn hem eens in een recital te horen om een duidelijker indruk te krijgen van zijn muzikale persoonlijkheid. Binnen de begrenzingen van Schumanns concert ontplooide hij een weldadige sensibiliteit.

    • Elly Salomé