Sociale vernieuwing volgens Jan Schaefer; 'Kunnen we effe een beeld krijgen?'

Aan het hoofd van de naar hem vernoemde Bende van Schaefer trekt de voormalig staatssecretaris voor volkshuisvesting door het land om de sociale vernieuwing gestalte te geven. De projectgroep reist van Kapelle naar Nijmegen en van Amsterdam naar Middelburg om te zoeken naar overbodige regels en overbodige ambtenaren. De kapsones van Den Haag, de verkoop van de grote lijnen en de haast van Jan Schaefer: 'Dit is een van de laatste kansen voor de politiek om weer geloofwaardig te worden in de ogen van de stemgerechtigden.'

Het driekoppige college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kapelle zwijgt verbouwereerd. Bij hen aan tafel in het propere raadszaaltje van de Zeeuwse gemeente hebben Jan Schaefer en de leden van zijn interbestuurlijke projectgroep plaatsgenomen. Schaefer heeft opgeruimd gevraagd of de gemeentebestuurders ideeen hebben hoe ''de mensen in de sociale vernieuwing weer grip kunnen krijgen op grote collectieve voorzieningen''. ''Dat kun je vanuit Den Haag niet regelen. Die kapsones hebben ze daar al jaren maar het lukt ze niet.''

Wethouder A. C. van Overbeeke (PvdA), met een paarse neus en plat over zijn ronde schedel geplakt haar, kamt zijn baard met zijn vingers. Hij herinnert zich een experiment in de bejaardenzorg. ''Maar dat ging helemaal buiten ons om. De gemeente had niets te zeggen omdat de geldstroom voornamelijk via het Rijk en de Provincie loopt.'' ''Je zal maar oud worden!'' roept Schaefer en het gezelschap schiet in de lach.

Met een speciale bus vertrok vorige week een afvaardiging van de Interbestuurlijke projectgroep sociale vernieuwing, ook wel de Bende van Schaefer genoemd, op werkbezoek naar de Zeeuwse eilanden om hoogstpersoonlijk in verschillende gemeenten vast te stellen ''waar de mensen tegenaan lopen''. De werkbezoeken overal in het land zijn gedurende het eenjarig bestaan van de projectgroep een standaard onderdeel van het werk geworden.

Vorig jaar werd sociale vernieuwing het politieke prestigeproject van de regeringscoalitie en daarbinnen vooral van de PvdA. Jan Schaefer, oud-staatssecretaris volkshuisvesting (1973-1977), oud-wethouder in Amsterdam (1978-1986), die in 1989 zijn Kamerlidmaatschap voor de PvdA wegens ziekte moest staken, maakte zijn come-back als voorzitter van de projectgroep die het nieuwe beleid moest uitvoeren. Sommigen noemen hem nu minister van sociale vernieuwing, omdat hij meevergadert met de aparte ministeriele commissie over dit onderwerp. Anderen houden het erop dat hij slechts de ambassadeur is van het nieuwe beleid. Feit is dat Schaefer sinds het aanvankelijke krakeel in de Tweede Kamer over de definiering van het begrip sociale vernieuwing is weggeebd, met grote zendingsdrang rond gaat in het land en het Woord verspreidt.

SPERVUUR

De nota sociale vernieuwing van coordinerend minister Dales richt zich op de verbetering van de positie van mensen ''die een maatschappelijke achterstand hebben opgelopen''. Een breed pakket van beleidsinstrumenten moet die verbetering bewerkstelligen: samenwerking, decentralisatie, maatwerk, deregulering, ontbureaucratisering en ontkokering. Stuk voor stuk bekende abstracties die nu - en dat is nieuw - in een spervuur op bestuurders en burgers worden afgeschoten.

In zijn rol van vertolker van het beleid vertelt Jan Schaefer zijn gehoor in het land de parabel van de familie Jansma. Eerder deze maand bijvoorbeeld voor het stedelijk netwerk Nijmegen, een nadrukkelijk informeel en besloten praatclubje van plaatselijke notabelen: hoogleraren, captains of industry en PvdA-wethouders. ''Mensen met belangrijke functies in Nijmegen die wat met de stad willen'', zo licht wethouder en initiatiefnemer drs. W. G. Hompe toe. Terwijl door het open raam van het lommerrijk gelegen Chalet Brakkenstein de plofgeluiden van de tennisbanen naar binnen dringen, buigt het gezelschap zich boven een goed glas cognac over de problematiek van de sociaal zwakkeren.

De familie Jansma, zo houdt Schaefer het gezelschap voor, bestaat uit vader Jansma, die vijf jaar geleden werkloos werd, drie jaar geleden aan de drank raakte en inmiddels ook verslingerd is aan de gokkast.

Moeder Jansma heeft nooit een opleiding kunnen volgen en houdt zich bezig met het huishouden. Hun zoon van veertien, de oudste van drie kinderen, spijbelt veel en zijn schoolprestaties hollen achteruit. In de oude buurt waar het gezin woont, wordt veel ingebroken. De politie heeft onvoldoende personeel om de criminaliteit in de wijk te beteugelen. De kruidenier op de hoek kijkt al uit naar een betere wijk. ''De moed is vader Jansma in de schoenen gezonken. De bedrijven en de arbeidsbureaus vinden hem te oud,'' vertelt Schaefer, ''Toch is de situatie van het gezin niet uitzichtloos. Want de wil om het zelf aan te pakken is er wel. De benadering van de instanties is wel hopeloos, bureaucratisch, verkokerd en ontoegankelijk.'' Dit licht hij toe met de gelijkenis van de bejaarde vrouw die 's nachts hulp krijgt van de vriendelijke buurvrouw. ''Aan de verpleegkundige die langskomt, heeft zij geen behoefte. Wat ze wel nodig heeft, is kinderopvang voor die buurvrouw die overdag moet bijslapen. Maar dat kan niet, want de kruiswerkster gaat niet over kinderopvang.'' De plannen die 'mensen in de buurten' zelf hebben om hun omstandigheden te verbeteren passen niet ''bij de regels die we met zijn allen democratisch hebben vastgesteld'', resumeert hij.

Aan het eind van zijn betoog over het afschaffen van regelingen, het naar huis sturen van ambtenaren, en het aanspreken van mensen op hun rechten en plichten, keren de Jansma's terug. Sociale vernieuwing heeft ervoor gezorgd dat vader Jansma door verbeterde zorgvoorzieningen van zijn alcohol- en gokverslaving af is en zijn zelfrespect terugkrijgt door het werk in een banenpool. Zijn eerste sollicitatiebrief naar een reguliere baan is de deur uit. Moeder kan door kinderopvang een opleiding volgen tot bejaardenverzorgster. Zoon Jansma wil in 'de metaal' en hoeft nog maar een dag in de week naar school dankzij een leer-werkopleiding. De buurt is iets schoner en veiliger. De winkelier is blijven zitten. En in de verkiezingstijd gaat het gezin Jansma samen met de Turkse buren naar de stembus.

Het is een idealistisch toekomstbeeld geeft Schaefer toe, als onder het gehoor besmuikt wordt gegrinnikt. ''Maar ik ben het oneens met de opvatting dat de samenleving niet maakbaar is'', zegt hij. ''Een politicus moet geloven in een stuurbare samenleving. Anders betekent het dat je de toekomst zonder verbeteringen over je heen laat komen.''

HANDEN EN VOETEN

Het begrip sociale vernieuwing was aanvankelijk even veelomvattend als vaag. Toen premier Lubbers in de regeringsverklaring stelde dat sociale vernieuwing ''vleugels had gekregen'', merkte oppositieleider Van Mierlo prompt op: ''Dat is mooi meegenomen, nu de handen en voeten nog''.

Om de sceptici te overtuigen van de haalbaarheid van het project werd besloten de sociale vernieuwing 'een vliegende start' te geven.

Wetgeving werd niet afgewacht, maar op basis van - juridisch twijfelachtige - convenanten tussen Rijk en gemeenten werd direct een begin gemaakt met het nieuwe beleid. Doel was dat de deelnemende gemeenten effectiever konden werken: meer doen met hetzelfde geld door minder belemmerende regels. Het geld dat via verschillende subsidiestromen op het terrein van wonen, werken en scholing naar gemeenten gaat, komt terecht in een 'brede doeluitkering'' die naar eigen inzicht mag worden uitgegeven. ''We hebben al 26 regelingen afgeschaft'', luidt telkens de opbeurende vertaling van Schaefer.

In de bus tussen Kapelle en Middelburg nuanceert de vice-voorzitter van de projectgroep drs. L. van Vliet, ambtenaar van Binnenlandse Zaken, die uitspraken. ''Jan is een echte bestuurder. Hij verkoopt de grote lijnen en heeft maar half door waar wij hier allemaal mee bezig zijn.''

Het modelconvenant dat de gemeenten wordt voorgelegd, betreft voorlopig slechts 13 regelingen. ''En regels worden natuurlijk niet afgeschaft'', zegt Van Vliet, ''Elke deregulering gaat gepaard met regelgeving. Aan de regelingen worden extra regels toegevoegd om die regelingen buiten werking te stellen.'' En terwijl Jan Schaefer spreekt over het ''naar huis sturen van ambtenaren'' (''Laten die iets leukers gaan doen''), houdt zich bij Binnenlandse Zaken inmiddels een kleine schare van ambtenaren bezig met het opstellen en begeleiden van de convenanten.

Dat de convenantenfabriek succesvol draait, staat buiten kijf. In een half jaar hebben 350 gemeenten een convenant afgesloten. In die gemeenten wonen 11,6 miljoen mensen, ofwel driekwart van de bevolking.

De geldstroom die in potentie naar die gemeenten stroomt, beloopt zo'n 1,7 miljard gulden.

Het werk van de projectgroep is vorige maand wegens succes geprolongeerd: zonder veel ruchtbaarheid heeft het kabinet besloten deze 'doe-club' (Dales) een half jaar langer te laten doorwerken.

HAMBURGER-COLLEGE

Vanochtend is Schaefer door zijn blauwe Ford-Scorpio met chauffeur afgeleverd bij het Hamburger-college van Macdonalds in Amsterdam Zuid-Oost. In deze bedrijfsschool van de fast-food multinational heeft hij samen met projectgroepslid Klaas de Vries (ex-wethouder van Delft) een afspraak met de directie om te praten over de obstakels die het bedrijf ondervindt met zijn banenplan. Macdonalds verwacht de komende vijf jaar vierduizend nieuwe medewerkers nodig te hebben in 50 nieuwe vestigingen. De medewerkers moeten komen uit de groepen waar ook de sociale vernieuwing zich voor inspant: allochtonen, langdurig werklozen, herintredende vrouwen, en (gedeeltelijk) gehandicapten. Dat is geen charitatieve operatie maar een noodzaak, zegt Macdonalds hoofddirecteur Jan Sybesma. ''Als we niet onder die groepen gaan werven komen we in de grootste moeilijkheden.'' In het afgelopen half jaar heeft Macdonalds 274 nieuwe medewerkers uit achterstandsgroepen (meestal etnische minderheden) aangenomen. ''Maar je wordt op je vingers getikt,'' zegt directeur personeelszaken Rob de Vries. Mensen met een WAO-uitkering die part-time gaan werken, lopen bij vrijwillig ontslag (als blijkt dat ze het werk toch niet aankunnen) de kans hun uitkering te verspelen.

''Dat is voor ons interessant'', reageert Schaefer, ''Kunnen we effe een beeld krijgen? Heb je contact gehad met de Gemeenschappelijke Medische Diensten?'' De directeur personeelszaken rapporteert dat de medewerking van de GMD's nogal verschilt. In Vlaardingen is men actief aan de slag gegaan om mensen te werven, van de Amsterdamse dienst is nooit een reactie gekomen.

''Nou horen we wel eens dat arbeidsbureaus mensen in bakken douwen waar verder niet meer naar omgekeken wordt. Wat is jullie ervaring'', vraagt Schaefer. Sybesma bevestigt het beeld. Arbeidsbureaus kijken meestal alleen in de bak 'horeca'. ''Maar wij willen gewoon mensen hebben, die willen werken.'' Complicerend is daarbij dat arbeidsbureaus en gemeenten volgens Macdonalds soms vooroordelen tegen het bedrijf hebben. ''Ze vinden ons geen goede werkgever. Of te commercieel en vertikken het werkzoekenden naar ons toe te sturen.''

Voor de duidelijkheid benadrukt Schaefer de beperkte invloed die hij kan uitoefenen: ''Ik wil niet zeggen dat wij effe gaan zeggen hoe het allemaal moet maar we nemen het mee.'' En tot projectgroepslid De Vries: ''Klaas heb jij het genoteerd?''

VOEGEN NAREKENEN

De bureaucratie op alle niveaus is de natuurlijke vijand van de sociale vernieuwing. Jan Schaefer is daarvan doordrongen: ''Er zijn veels te veel regels en er wordt veels te veel centraal bepaald. Dat moet worden aangepakt. Maar daarbij hoort een waarschuwing. Dat zal niet voor alle instanties pijnloos zijn. Iedere regel of voorziening schept zijn eigen gevestigde belangen, en heeft zijn eigen beschermers die tegen zullen zijn.''

Tegelijkertijd wordt die tegenstelling hem overal waar hij komt voor de voeten geworpen. In Nijmegen zei Philips-directeur drs. J. Mansveld het zo: ''Je moet van de regelgevers af. Anders los je niets op. Je moet consequent alles weghalen waar je last van hebt. En dan gaat het niet om tien procent van de rijksambtenaren maar om meer dan de helft.''

In de gemeente Kapelle wordt de projectgroep indirect geconfronteerd met tegenspartelende rijksambtenaren. De 'bloeiende scoutinggroep' in het dorp (burgemeester J. van Bommel) heeft nu al jaren een nieuw clubhuis nodig. Maar nu hebben de ambtenaren van de subsidieregeling 'Jongeren bouwen voor jongeren' een brief gestuurd dat deze regeling in het kader van de sociale vernieuwing is stopgezet. Hoe zit dat?

Schaefer lacht smalend. Het geld is er nog steeds, het wordt alleen niet meer door die ambtenaren verdeeld. ''Die club doet erg veel dubbel werk. Ze zitten daar in Den Haag alle voegen nog eens na te rekenen. Het gevolg is dat ze een overhead hebben zo groot als het budget van de dienst Openbare Werken in Amsterdam. En dat lijkt me niet goed.'' Vice-voorzitter van de projectgroep Van Vliet preciseert dat het bureau Jongeren bouwen voor jongeren, ondergebracht bij WVC, een budget heeft van twaalf miljoen gulden met een overhead van een miljoen. ''Daar kunnen dus tien proje moeten spelen in de komende bureaucratische revolutie. ''Het kan niet bij oude recepten blijven.''

Onder aanroeping van Georgy Konrad (''De stad is sterker dan de staat'') kiest hij voor de indirecte weg: als alle gemeenten zich en masse aansluiten bij de sociale vernieuwing (''Het moet een beweging worden.'') zal dat automatisch tot gevolg hebben dat taken en dus banen aan de top van de hierachie, bij de departementen, verdwijnen.

Schaefer verwacht dat dit proces eenmaal in gang gezet, zich autonoom zal voortzetten. ''Als je op een glijbaan zit gaat het steeds sneller.''

Als voorbeeld haalt hij de suggestie aan in een onlangs gepresenteerd werkvoorstel om twee 'regelvrije regio's' in te stellen. Twee regionale besturen voor de arbeidsvoorziening (RBA's) zouden moeten uitproberen of zij met een minimum aan regels en een maximum aan beleidsvrijheid betere resultaten kunnen boeken in de strijd tegen de (langdurige) werkloosheid. Het glijbaan-effect van Schaefer manifesteert zich overal in het land, waar wethouders hem op samenzweerderige toon aanklampen met de vraag: ''Zeg, zouden wij niet in aanmerking kunnen komen om regelvrije regio te worden?'' Schaefer verwijst alle verzoeken consequent en met zeker genoegen door naar het ministerie van sociale zaken.

Lokale bestuurders willen regelvrij kunnen opereren, maar ze hebben daarbij vooral de rijksregels op het oog. De belangenstrijd tussen instanties en kleine machthebbers wordt in de gemeenten net zo enthousiast gevoerd als in Den Haag. Schaefer: ''De overheid heeft geen alleenvertoningsrecht op bureaucratie. Bij gemeenten, maatschappelijke instellingen en het bedrijfsleven kunnen ze er ook wat van. Ik ben al gemeente-ambtenaren tegengekomen die keurig bezig waren met het opstellen van reglementen voor de sociale vernieuwing.

Die heb ik dus in de her- om- en bijscholing gestuurd.'' Want de grote motor achter de hele operatie moeten volgens Schaefer de burgers zelf zijn, die met initiatieven komen omdat zij zelf de beste oplossing weten voor hun problemen. En prof. Albeda citerend stelt hij: ''De grondgedachte van onze democatrie is dat de mensen niet gek zijn.''

Het wakend oog van 'de mensen in de wijken' zal de kleine bureaucratie ondermijnen. ''Als een gemeente met een buurt afspraken maakt om bepaalde zaken aan te pakken, heb je daarvoor geen accountantsdienst nodig. In die wijk zitten vanaf dat moment 15.000 accountants die scherp in de gaten houden dat gebeurt wat is afgesproken.''

GELOOFWAARDIG

Schaefer heeft haast. In zijn optiek is het achterliggende doel van de sociale vernieuwing niet minder dan ''herstel van de democratie''.

Gemeenten mogen het vernieuwigsproces daarom niet ''op een halfzachte manier oppakken''. ''Er zijn verwachtingen gewekt, en er moeten snel concrete resultaten komen, anders verspelen we het krediet bij de burger. En dit is een van de laatste kansen voor de politiek om weer geloofwaardig te worden in de ogen van de stemgerechtigden.''

In het zaaltje van wijkcentrum 'Het Zuiderbaken' in de Middelburgse probleembuurt Magistraatwijk, blijkt dat Schaefer wat dit laatste betreft de tijdgeest goed gepeild heeft. Kees Rozemond, de 68-jarige voorzitter van de wijkvereniging spreekt zijn bezorgdheid uit: ''Er wonen hier veel WAO-ers en werklozen. Er zitten er heus tussen die misbruik maken, maar de meesten zijn doodgewoon uitgerangeerd. We moeten solidair zijn met deze mensen. En dat moet snel gebeuren, want de politiek zorgt eerst voor zichzelf. Dan voor de partij. Vervolgens komt er een hele tijd niets en tenslotte komt pas het maatschappelijk belang. Zo denken de mensen hier. We moeten ze godverdikkeme banen geven.''

En K. van de Beek, de wijkagent met de snor en de laconieke ogen, wijst erop dat goede bedoelingen averechts kunnen uitwerken. ''Er zijn een heleboel bejaarden over de rooie'', zegt hij. De leden van de projectgroep spitsen de oren. ''Dat komt omdat ze hier in deze zaal op dit moment hun wekelijkse soos zouden hebben. En nou gaat dat niet door omdat er een stelletje dikke nekken uit Den Haag - zo noemen ze dat - moeten komen ouwehoeren.'' De geadresseerden zijn pijnlijk getroffen. Als de wijkagent vervolgens een niet geheel juiste interpretatie geeft van de regelingen omtrent de banenpools slaat Jan Schaefer terug: ''We moeten niet te veel ouwehoeren maar zeker niet slap lullen.'' Maar het ongenoegen van de bejaarden heeft hem wel geraakt. Deze week liet Schaefer veertig moorkoppen bezorgen in Middelburg.