Psychiatrie wil patienten weer onderbrengen in gezinnen; Eigen kamer, beertje op bed

De psychiatrie wil een oud instituut nieuw leven inblazen: de gezinsverpleging voor psychiatrische patienten. Ze leven in gastgezinnen helemaal op. Een onbenutte kans voor de zorgzame samenleving, vinden hulpverleners.

BEILEN- VENRAY, 27 APRIL. Zij heet Annie. Ze is 46 jaar. Haar jeugd was niet bijster gelukkig: weinig liefde en een instabiele situatie thuis. Ze liep daardoor geestelijke schade op en nu wordt ze gerekend tot de categorie psychiatrische patienten.

Dertig jaar geleden werd ze opgenomen in het algemeen psychiatrisch ziekenhuis Beileroord in het Drentse Beilen. “Ik voelde me heel ongelukkig. Ik werd gepest en er was nooit rust in de groep. Het ergste vond ik als ik onder het spanlaken moest of in de separeercel, maar dan heb ik het over 20 jaar geleden.” Als ze er aan terugdenkt, krijgt ze nog tranen in de ogen.

Sinds tweeeneenhalf jaar is ze opgenomen in het gezin S. in Beilen in het kader van wat wordt genoemd 'gezinsverpleging'. Haar pleegvader is een afgekeurde vrachtwagenchauffeur van 54 jaar, haar pleegmoeder is 52.

De aanleiding haar op te nemen was dat de drie kinderen het huis uit waren en ook geldgebrek; daar winden de man en de vrouw geen doekjes om. Per dag ontvangt het echtpaar een vergoeding van 21 gulden en nog een bedrag aan 'wasgeld'. Het inkomen is onbelast.

In de loop van de tijd is er tussen de pleegouders en hun 'pleegkind' een vertrouwensrelatie ontstaan, een 'gezonde interactie', zoals de maatschappelijk werker J. Westerhof van Beileroord het uitdrukt.

Annie heeft sinds kort haar eigen kamer: een beertje op bed, een stereotoren en een televisie. Ze is lid van de buurtvereniging geworden. Verder gaat ze vaak vissen en midgetgolfen. Sinds een jaar volgt ze reken- en taallessen.

Mevrouw S.: “We zouden haar niet meer kunnen missen. Het is gezellig om haar in huis te hebben.” Annie: “Het bevalt me hier prima. Als ze voor het donker niet binnen zijn, dan ben ik ongerust.” Westerhof: “Dat is heel essentieel. Dat mis je in ons ziekenhuis op de afdelingen. Daar hebben de mensen nauwelijks interesse in elkaar.”

Gezinsverpleging is een vorm van psychiatrische opvang die in Beileroord al sinds de oprichting, in het begin van deze eeuw, wordt toegepast. Van de 360 patienten van Beileroord zijn er 70 in gezinnen ondergebracht.

Pag. 2:

Opvang in gezin versterkt gevoel van eigenwaarde

Directeur drs. C. van de Geijn-Oliehoek van Beileroord: “Niet iedere patient komt voor gezinsverpleging in aanmerking. Voorwaarde is dat men het wil en dat men beschikt over de vaardigheid om sociale interacties aan te gaan. De mensen vinden in de gezinnen de natuurlijke structuur, die het gevoel van eigenwaarde versterkt. Ze komen terecht in de regelmaat. Dat is vooral voor psychotische mensen heel belangrijk, want die raken bij plotselinge veranderingen in paniek. Ook niet elk gezin is tot opneming in staat. Basiseisen zijn dat men flexibel is en gevoel heeft voor humor en voor relativeren.

Verstand van psychiatrie is niet nodig. Dat is soms zelfs een handicap. We hebben nuchtere mensen nodig, die met beide benen op de grond staan.'' Er komen mislukkingen voor, maar die zijn volgens Van de Geijn sporadisch.

Psychiater mevrouw S. Minderman, lid van het team dat vanuit Beileroord de gezinnen en de patienten begeleidt: “In de gezinnen is de sociale integratie veel groter dan op de afdelingen. Daar drijven de mensen te ver af van wat er in de samenleving speelt.” Als het een keertje mis dreigt te lopen, kan de familie S. altijd terugvallen op Beileroord. Soms gaat Annie daar voor een paar dagen terug “als we er helemaal niet meer uitkomen”, zoals ze zegt.

Het Belgische Geel is in West-Europa het schoolvoorbeeld van gezinsverpleging. Daar doet men er al sinds de zevende eeuw aan. Rond het graf van de Ierse koningsdochter Dymphna die in Geel door haar vader werd onthoofd, zoals de legende wil, ontstond toen een bedevaartsoord voor geesteszieken. Die bleven er vaak hangen en werden door gezinnen opgenomen. Zo ontstond een kolonie. Nu is er een centrale voorziening in de vorm van een psychiatrisch ziekenhuis.

Achthonderd patienten in Geel zijn ondergebracht bij 780 gezinnen. Het stadje is verdeeld in 15 wijken, die alle hun eigen begeleidingsteam hebben. Directeur dr. H. Matheussen van de instelling in Geel wil niet aan een publikatie meewerken. “Altijd wordt de focus op ons gericht.

Dat heeft vervelende bijwerkingen. Als er weer eens over ons is geschreven, komen de zondag erop de toeristen om naar de 'gekken' te kijken.''

In Nederland zijn vijf instellingen die gezinsverpleging aanbieden. Dat zijn, behalve Beileroord, het psychiatrisch centrum Wellen in Apeldoorn, het psycho-medisch streekcentrum Vijverdal in Maastricht, Dennenoord in Zuidlaren en het Psychiatrisch Centrum Venray (PCV). Van de naar schatting 180 psychiatrische patienten die in gezinnen zijn ondergebracht, nemen Beilen en Venray het leeuwedeel voor hun rekening. In Venray gaat het om 65 van de in totaal 1.200 mensen die het PCV telt.

In Venray wordt het instituut gezinsverpleging tegenwoordig ook gebruikt als een middel om patienten te laten terugkeren in de maatschappij: zogenoemde resocialisering. “Daar richten we ons”, zegt mevrouw Th. Martens, hoofd van de afdeling gezinsverpleging, “het laatste jaar steeds meer op.”

Hubert is 38 jaar. Van beroep is hij computerprogrammeur. Voordat hij in december werd opgenomen in een gezin werd hij vijf maanden verpleegd in het PCV. Zijn 'pleegouders' zijn beiden in de vijftig. De man was taxichauffeur, maar werd afgekeurd. Uit een onderzoek in Geel naar de typologie van de gezinnen blijkt dat het meestal gaat om gezinnen van arbeiders en 'bedienden', maar volgens Martens heeft men in Venray ook enkele adressen in de 'duurdere wijken'.

Het Venrayse echtpaar is kinderloos. De vrouw: “Je moet, vonden we, toch iets doen voor je medemens. Dat je er wat geld voor krijgt is mooi meegenomen, maar als je het alleen daar voor doet, dan kun je er maar beter niet aan beginnen.”

Hubert: “De psycoloog stelde het voor. Die vond het goed wegens de sociale contacten. Ik heb er een maand lang tegenop gezien, maar het klikte vanaf het begin. In het PVC zat ik in een groep van 22 mensen.

Hier zit je in je eentje. Je krijgt hier meer persoonlijke aandacht.” De vrouw: “Je hecht je aan elkaar. Als hij een weekeinde is weggeweest, zeggen we tegen elkaar: heerlijk, straks komt hij weer terug. Als hij hier vertrekt, gaan we er gewoon mee door, maar hij is gelukkig nog niet weg.” Na zijn opneming in het gezin is Hubert lid geworden van een aantal clubs.

De psychiatrie wil de gezinsverpleging nieuw leven inblazen. De indruk bestaat dat de animo bij de gezinnen afneemt. Als mogelijke oorzaken worden genoemd de individualisering van de samenleving en de bouw van kleinere huizen. In plaatsen als Beilen en Venray daarentegen, waar gezinsverpleging tot de traditie behoort, dienen zich nog steeds nieuwe gezinnen aan. In Venray is het aanbod zelfs groter dan de vraag. Martens: “Dat is positief, want dan kunnen we voor elke patient het meest geschikte gezin vinden. Dat noemen we maatwerk.”

Landelijk wil men meer gezinnen hebben. Men meent dat in een tijd waarin volop wordt gesproken over de 'zorgzame samenleving' en over 'zorg op maat' gezinsverpleging een voor de hand liggende vorm van zorg is. Men is op het ogenblik bezig met een wervingscampagne.

Daarvoor is een videofilm gemaakt, 'Het ongewone gewoon', waarin zowel gastgezinnen als patienten aan het woord komen. Zo zegt een meisje dat Bernadette heet: “Hier ben je een gewoon mens; daar ben je een patient.”

Twee maanden geleden bracht de geneeskundige inspectie voor de geestelijke volksgezondheid er een rapport over uit, getiteld 'Psychiatrisch begeleid wonen'. Het is een advies aan de regering. In het rapport wordt gebruik gemaakt van onderzoeken naar wat wordt genoemd de intrinsieke waarde van gezinsverpleging. “Daaruit blijkt”, aldus het rapport, “dat het merendeel van de patienten en van de pleeggezinnen de woon- en gezinssituatie positief waardeert. De tevredenheid van de mensen in de gezinsverpleging is in vergelijking met die van bewoners van de long-stay-afdelingen van de algemene psychiatrische ziekenhuizen en beschermde woonvormen zelfs groter.”

Het rapport komt tot de conclusie dat de psychiatrische gezinsverpleging een 'waardevolle hulpverstrekking is voor een specifieke (sub)doelgroep'. (Het gaat meestal om mensen, die chronisch geestelijk ziek zijn.) De vrouw is 80 jaar. Het is inmiddels 25 jaar geleden dat ze werd opgenomen in een gezin in Venray, dat zelf drie kinderen had. De man, die bij het Psychiatrisch centrum Venray werkte: “Ik kom uit Venlo.

Daar snapten ze er niks van. Ze zeiden: waar begin je in godsnaam aan. Maar hier, waar men er aan gewend is, is het de normaalste zaak van de wereld. Waar er vijf eten, kunnen er ook zes eten.” De 'pleegmoeder': “Oude mensen hebben me altijd aangetrokken. De centen speelden ook een beetje een rol.” Een paar maanden geleden moest de vrouw enige tijd worden opgenomen in het PCV omdat haar 'pleegmoeder' moest worden geopereerd. Even was er sprake van dat ze voorgoed uit huis zou worden geplaatst. De 'pleegmoeder': “Dat was een schrikbeeld voor me. Ik zei tegen mevrouw Martens: ik kan haar niet aan de kant zetten. Ze hoort er gewoon bij.” Na haar terugkomst in het gezin leefde de vrouw weer op en werd ook de incontinentie, waarvan ze in het psychiatrisch ziekenhuis meer last was gaan krijgen, minder.

“Wat me na twee jaar hier werken nog steeds verrast”, zegt de Beilense psychiater Minderman, “is dat gezinnen een heleboel kunnen verdragen en dat de patient tot verrassend veel in staat blijkt te zijn. Je ziet de mens er weer veel meer uit komen.”