PRESIDENTEN

De Gaulle-Mitterrand. La marque et la trace door Alain Duhamel 233 blz., Flammarion 1991, f 36,35 ISBN2 08 0664158

Charles de Gaulle een bergtop, Francois Mitterrand een rivier. De een torent als visio nair hoog uit boven een halve eeuw Franse geschiedenis. De ander vindt als begaafde politicus zijn weg als een rivier door een geaccidenteerde landschap. De politicoloog Alain Duhamel bedient zich in zijn De Gaulle-Mitterrand graag van gewaagde metaforen in de portretten die hij van de twee belangrijkste presidenten van de Vijfde Republiek heeft geschreven. De 'verlichte despoot' en de 'republikeinse monarch', de 'ongelukkige profeet' en de 'berouwvolle ideoloog', ze worden geschetst, gemeten en vergeleken.

De twee andere presidenten van de Vijfde Republiek, Georges Pompidou en Valery Giscard d'Estaing, komen in het verhaal niet voor. Zij zijn minder invloedrijk geweest, beslist Duhamel. Men kan ook stellen, dat die twee niet passen in de opzet van symmetrie, die aan Duhamels boek ten grondslag ligt.

De Gaulle en Mitterrand, beiden uitgerust met dezelfde - zeer uitgebreide - bevoegdheden, hebben allebei zo'n tien jaar als president geregeerd. De eerste van 1959 tot 1969, de tweede van 1981 tot 1991 (diens ambtstermijn loopt nog tot 1995). Duhamels uitgangspunt is dat het aan de Gaulle en Mitterrand is te danken dat het in 1940 zo vernederde Frankrijk weer een zeer respectabele natie is geworden.

Charles de Gaulle is de schepper van stabiele staatsinstellingen. Hij introduceerde het dogma van de nationale onafhankelijkheid als kompas van de Franse buitenlandse politiek. Hij is ook de man van het herstelde staatsgezag, en hij heeft de Fransen weer een gevoel van collectieve trots verschaft. Maar ook Francois Mitterrand heeft in het afgelopen decennium sporen in de Franse samenleving getrokken. Minder spectaculair, maar daarom nog niet minder duurzaam, aldus Duhamel. Zo was zijn buitenlandse politiek niet zo theatraal als die van le Connetable, de opperbevelhebber, maar vaak doeltreffender, vooral in Europa.

Duhamel beklemtoont dat De Gaulle en Mitterrand ondanks hun verschillen in karakter en maatschappijvisie veel gemeenschappelijke kenmerken hebben. Beiden waren in het begin van hun carriere non-conformistische rebellen, en hielden er later toch een monarchale opvatting van het presidentschap op na. Beiden zijn afkomstig uit de provinciale katholieke bourgeoisie, waar cultuur in hoger aanzien stond dan geld. Zij zijn intellectuelen, die boeken op hun naam hebben staan (De Gaulle is onmiskenbaar de betere schrijver). Zowel de generaal als de socialist had een ernstige crisis in het land nodig om aan de macht te kunnen komen. Charles de Gaulle profiteerde van het onvermogen van de Vierde Republiek om het dekolonisatieproces tot een goed einde te brengen. Francois Mitterrand vond in de zware economische en sociale crisis een vruchtbare bodem voor zijn verkiezingsoverwinning van 1981.

De twee politici hadden een godsgruwelijke hekel aan elkaar. Mitterrand schreef in zijn Le Coup d'Etat permanent: ''Ik noem het gaullistisch regime een dictatuur omdat, alles bijeen, dat regime daar het meest op lijkt.'' De Gaulle is de vader van de huidige Franse constitutie, maar paradoxaal is dat Francois Mitterrand, die de gaullistische grondwet tot aan zijn verkiezing scherp heeft bestreden, haar uiteindelijk beter heeft gerespecteerd dan de stichter van de Vijfde Republiek. Daarentegen heeft Mitterrand nagelaten de constitutie te democratiseren zoals hij had beloofd.

Duhamel valt te verwijten dat hij een enkele maal dit soort inconsequenties in Mitterrands loopbaan met de mantel der liefde te bedekken (toch schetst hij een evenwichtiger beeld dan Franz-Olivier Giesbert in diens bestseller Le President). De Gaulle-Mitterand is evenwel uitstekend gedocumenteerd en de stijl is doorgaans helder en elegant. Via de deugden en ondeugden van Le He-ros en La Politique is het Alain Duhamel gelukt een boeiende geschiedenis van de Vijfde Republiek te schrijven.

    • Eric Boogerman