Notities VAN PROF. DR. P. KORTEWEG; Gevarieerd beleggen

Beleggingsfondsen worden niet altijd goed begrepen. In deze krant werd onlangs gesteld dat het opmerkelijk is dat het ene fonds van de Robeco-groep in theorie aandelen kan verkopen, die een ander fonds van de Robeco-groep net aanschaft.

Wie wil begrijpen hoe die - overigens theoretische - situatie kan ontstaan, moet eerst even terug in de historie van de Robeco-groep.

Dat is er een van produkt-ontwikkeling. Ruim zestig jaar geleden Robeco, vijfentwintig jaar geleden Rolinco, zeventien jaar geleden Rorento, twaalf jaar geleden Rodamco, negen jaar geleden Roparco, vijf jaar geleden Ro-totaal, twee jaar geleden de Strategische Portefeuilles, vorig jaar het fiscaal vriendelijke Florente Fund en Divirente Fund en binnenkort een drietal regio-portefeuilles.

Dat is groei via produkt-ontwikkeling, produktprofilering en de keuze van distributiekanalen. Die zijn een zaak van ondernemingsbeleid. Al Robeco's bestaande en toekomstige produkten voorzien in verschillende beleggingsbehoeften. Daarbij gaan fiscale aspecten een steeds belangrijker rol spelen. Veelal kopen verschillende klantengroepen verschillende produkten. Het ondernemingsbeleid is het herkennen van de behoefte aan deze specifieke produkten en het besluiten ze te voeren.

Het feitelijk maken van deze produkten - zodanig dat ze voldoen aan vooraf gekozen specificaties - is een zaak van beleggingsbeleid. Per fonds of produkt kan het beleggingsbeleid uiteenlopen. Daarvoor zijn twee gronden. Bij het maken van de beleggingsprodukten moet de hand gehouden worden aan de produktspecificatie. Al onze produkten hebben een van elkaar verschillend rendements-risicoprofiel. Dat hangt samen met de verschillende beleggingsbehoeften die we denken te kunnen onderscheiden. Een ander profiel betekent ook een andere manier van beleggen.

Een tweede grond voor verschil in beleggingsbeleid kan liggen in het verschil in opvatting tussen de produktmanagers over wat er naar hun mening gaat gebeuren met de economie, de rente, de beurzen, de valuta's en de ondernemingen waarin ze beleggen. In de Robeco Groep ligt de keuze in welke landen men belegt, welke valuta-exposure men wenst te lopen en in welke mate men kas houdt en niet belegt, binnen bepaalde grenzen geheel bij de produktmanager. Daarna komen de landenmanagers die op hun beurt weer beslissen in welke aandelen of obligaties in een bepaald land wordt belegd. We nemen op dat punt geen centrale beslissingen, want als dat zo zou zijn, zou je ook een centrale, het hele bedrijf treffende keuze maken. Een foute keuze treft dan het hele bedrijf.

Die beleggingsbeslissingen worden daar genomen waar de druk van de concurrentie het scherpst wordt gevoeld, en dat is bij de produktmanager.

Vanuit beide gronden - het maken van het beleggingsprodukt en de keuze van de manager - kan het beleggingsbeleid van de verschillende beleggingsfondsen uiteenlopen.

Robeco bij voorbeeld wil een behoorlijk dividend uitkeren en Rolinco wil juist onbelaste waardestijging genereren. Robeco belegt dus meer in Europa en Rolinco meer in het Verre Oosten. Robeco wil minder beleggingsrisico lopen dan Rolinco dat met het nemen van meer risico een hoger rendement wil halen. Dat kan betekenen dat het valutabeleid van Robeco voorzichtiger is dan dat van Rolinco. En dat Robeco bij voorbeeld haar dollarrisico al helemaal heeft afgedekt, terwijl Rolinco al helemaal open is op de dollar. Zo kan het ook voorkomen dat het ene fonds in een bepaald land of bepaalde regio aandelen of obligaties verkoopt omdat het meent er teveel van te hebben, terwijl het andere fonds het omgekeerde meent en ze juist aanschaft. Dat is niet raar, dat is niet omslachtig. Het heeft een hele duidelijke reden: we willen het belang van de klanten van elk van onze produkten zo goed mogelijk dienen. Rondom de fusie van Nationale Nederlanden en NMB-Postbank heeft de rol van institutionele beleggers veel aandacht gekregen. Met Robeco voorop hebben ze de verbetering van de omwisselingsverhouding weten door te drukken. Daarna is weinig meer van hen vernomen.

Sommige kringen koesteren de verwachting dat in de toekomst in dergelijke gevallen instituten steeds meer van zich zullen doen spreken. Ik deel die verwachting niet. Institutionele belegers hebben vaak een beperkte staf die een vaak omvangrijk pakket van individuele fondsen beheert. De mogelijkheden ontbreken eenvoudig om zich anders dan marginaal met het beleid van de achterliggende bedrijven te bemoeien. Dus stemt men met zijn voeten.

Als dan bovendien nog zowel de ene als de andere fusiepartner in de portefeuille zit, wordt de zin tot actie nog beperkter.

Wetenschappelijk beleggen komt neer op het gedisciplineerd omgaan met beleggingsrisico's, zodanig dat men het beleggingsresultaat dat men wil, met een zo laag mogelijk risico haalt.

Wetenschappelijk beleggen impliceert dan ook een zekere trouweloosheid ten aanzien van de bedrijven waarin belegd is. Ik geef geen oordeel, ik constateer slechts. En dat is de trend waarop de meeste beleggers meer en meer gaan zitten. Sommigen, waaronder de allergrootsten, gaan zelfs zover van een actief beleggingsbeleid niet veel extra's te verwachten. Die gaan dan over tot het zogenaamde index-beleggen. Dat is geen passieve vorm van beleggen in de zin dat de vermogensbeheerder zelf niets meer hoeft te doen, maar wel in die zin dat men zich amper meer aan bedrijven gebonden acht, laat staan aan het actief beinvloeden van het beleid van die bedrijven.

De institutionele beleggers zijn allemaal bezig met het behartigen van de belangen waarvoor zij staan. Pensioenfondsen moeten zo goed mogelijk beleggen voor hun - vaak zeer homogene - groepen van pensioengerechtigden. Verzekeraars moeten zo goed mogelijk beleggen voor hun - vaak zeer diverse - polishouders. Beleggingsmaatschappijen zoals die van de Robeco-groep, stellen de uiteenlopende belangen van hun aandeelhouders en rekeninghouders voorop. Daarvoor maken we dan ook uiteenlopende produkten. En daarbij zijn er meer manieren om die belangen het beste te dienen.