NIKITA CHROESJTSJOV; Een staatsman op zoek naar een alibi

De Glasnost Tapes door Nikita Chroesjtsjov 240 blz., geill., Strengholt 1991, f 34,50 voorwoord Strobe Talbott, bewerkt door Jerrold L. Schecter en Vjatsjslav V. Loetsjkov ISBN 90 6010 738 1

Nikita Sergejevitsj Chroesjtsjov was een teleurgestelde oude man toen hij de ene band na de andere volpraatte met zijn memoires. ''Ik wil sterven. Het is zo saai... Het leven in mijn huidige situatie is zo saai en vervelend,'' verzucht hij in het onlangs verschenen derde deel.

Nee, dat was anders geweest toen Stalin hem tijdens nachtelijke slemppartijen in het Kremlin messen en vorken naar het hoofd gooide.

Of toen de van elke strategische of tactische kennis gespeende politiek commissaris Chroesjtsjov tijdens de Grote Vaderlandse Oorlog aan het zuidwestelijke front en aan het front bij Stalingrad over de inzet van miljoenen soldaten meebesliste. En natuurlijk helemaal toen hij na de machtsstrijd die volgde op Stalins dood, de opperheerschappij over het partij- en staatsapparaat verwierf en als slimme autodidact tien jaar lang een hoofdrol op het wereldtoneel speelde.

In 1964 leidden Brezjnev en Soeslov een paleisrevolutie van de hoogste partijbureaucratie tegen de eigenzinnige en wispelturige Chroesjtsjov.

In de openbaarheid in de Sovjet-Unie speelde hij vervolgens geen enkele rol meer. Bij zijn dood in 1971 volstond de Sovjet-pers met een paar regels om de 'bijzondere gepensioneerde', zoals hij werd aangeduid, uit te luiden. Intussen had zijn omgeving echter kans gezien voldoende materiaal naar het Westen te smokkelen om twee dikke delen memoires te publiceren, die in 1970 en 1974 verschenen onder de titels Khrushchev remembers en The last Testament.

De authenticiteit van de memoires werd heftig betwist door de Sovjet-autoriteiten, maar na een diepgaand onderzoek waren de deskundigen in het Westen unaniem tot de conclusie gekomen dat wel degelijk Chroesjtsjov zelf op de geluidsbanden aan het woord was.

Vorig jaar heeft diens zoon Sergej de echtheid van de herinneringen bevestigd, en in een eigen boek uitvoerig het ontstaan van de memoires geschilderd.

ZELFBEKLAG

Goed, het leven van de gepensioneerde was saai, de verdreven staatsman was depressief, zijn herinneringen bevatten naast veel zelfbeklag en zelfverheerlijking een schat aan voor de geschiedschrijving belangwekkende details. Maar waarom moest de publikatie van het derde, aanvullende deel, dat deze week in Nederlandse vertaling verschijnt als De Glasnost Tapes, tot 1991 wachten? Ook zijn verhalen in de twee eerdere, veel omvangrijkere afleveringen waren voor de machthebbers in het Kremlin niet altijd aangenaam en het vergde heel wat riskante inspanningen om de wereld van Chroesjtsjovs herinneringen en apologie op de hoogte te brengen. Toch waren er kennelijk redenenen om hele stukken achter te houden. Het 'laatste testament' was het laatste niet. Pas met de 'glasnost' werd het mogelijk de volledige gesproken tekst van Chroesjtsjov naar buiten te brengen. Aldus zoon Sergej, aldus de bezorger van memoires in de VS, Strobe Talbott en aldus de vertalers - redacteuren, Jerold L. Schecter en Vyacheslav V. Luchkov.

In 1989 kwamen de ontbrekende banden boven water: nog eens driehonderd uur opnamen. Dat is de basis van de huidige publikatie. Riepen de eerste twee delen de vraag op naar de authenticiteit, de meest voor de hand liggende vraag die bij dit nagekomen derde deel kan worden gesteld, luidt: wat is er aan deze nieuwe verhalen zo onthullend, zo explosief of gevaarlijk dat zij in 1970 en 1974 verborgen moesten blijven, alle streven van Chroesjtsjov om schoon schip te maken ten spijt?

Ook na lezing van dit derde deel blijft dit raadsel bestaan. Het is bijzonder aardig, maar toch ook weer niet wereldschokkend, te lezen hoe de oude Chroesjtsjov zich het hoofd brak over de vraag, waarom de achterstand op het Westen almaar niet kon worden ingelopen. Had hij niet per Congresbesluit van de Partij laten vaststellen dat het socialisme superieur was, en de Sovjet-Unie daarom in het begin van de jaren tachtig op alle gebieden de Verenigde Staten zou hebben gepasseerd? ''Wij in de Sovjet-Unie hebben een of ander organisatorisch mankement dat aan het licht gebracht en verwijderd moet worden,'' tobde de bijzondere gepensioneerde. Hij sloot echter uit dat dit 'organisatorische mankement' het socialisme zelf of de partijdictatuur zou kunnen zijn. ''Het socialisme is een democratischer systeem dat de mensen meer mogelijkheden biedt. Het socialisme maakt beter gebruik van de menselijke mogelijkheden en biedt een betere verdeling van de rijkdom onder de mensen,'' bleef hij zijn geloof belijden. Maar het was desalniettemin om wanhopig te worden: ''Het paradijs is een plaats waar de mensen graag terecht willen komen, niet een plaats die ze willen ontvluchten! Toch zijn in dit land de deuren gesloten en vergrendeld. Wat voor soort socialisme is dat?''

PIKANT

Zowel voor historici als psychologen, maar ook voor de belangstellende leek, is het aardig dat dit soort overdenkingen van de man die ooit als 'bouwer van het communisme' de geschiedenis in wilde gaan, alsnog in druk zijn verschenen. Maar het is niet duidelijk waarom zoiets in de eerder verschenen delen achterwege moest worden gelaten. Bij sommige 'pikante' historische details in dit deel, kan dezelfde opmerking worden gemaakt. Zo geeft Chroesjtsjov in De Glasnost Tapes tussen neus en lippen door toe, dat het Amerikaanse echtpaar Rosenberg, dat in de Verenigde Staten ter dood is gebracht wegens atoomspionage voor de Sovjet-Unie, 'een zeer aanzienlijke bijdrage'

heeft geleverd aan de ontwikkeling van een Sovjet-atoombom. In de jaren vijftig had Moskou nog een wereldwijde campagne georganiseerd over de onschuld van de Rosenbergs.

Van enkele saillante passages is makkelijker te begrijpen, waarom zij met toestemming van Chroesjtsjov zelf waren gewist van de eerdere banden die het Westen bereikten. Talbott schrijft in zijn inleiding, dat de kring rond Chroesjtsjov het niet aandurfde toe te staan ''dat in de memoires zaken werden onthuld die als staatsgeheim over Sovjet-betrekkingen met nog in functie zijnde buitenlandse regeringsleiders kon worden beschouwd''. Dit heeft kennelijk in de eerste plaats betrekking op de toevoegingen aan wat Chroesjtsjov al eerder te zeggen had over de Cubaanse rakettencrisis van 1962, toen de wereld op de rand van een Sovjet-Amerikaanse atoomoorlog heeft gebalanceerd. De toenmalige Sovjet-premier onthult namelijk, dat Fidel Castro hem indertijd heeft aangespoord een aanval op de VS te lanceren. Fidel was, zo merkt Chroesjtsjov op, 'een heethoofdige figuur', die de 'kennelijke consequenties' niet had begrepen ''van een voorstel dat de hele planeet aan de rand van de uitroeiing zou brengen''.

Eenzelfde aan het staatsraison van de Sovjet-Unie ontleende overweging kan ten grondslag hebben gelegen aan de weglating uit de eerdere delen van Chroesjtsjovs bespiegelingen over het Molotov-Ribbentrop-pact, het niet-aanvalsverdrag tussen Hitler en Stalin van 1939. De oud-premier bevestigt wat in 1970 nog gold als een van de grootste staatsgeheimen: de met Hitler gemaakte afspraak dat de Sovjet-Unie zich behalve van oostelijk Polen meester mocht maken van Estland, Letland, Litouwen, Bessarabie en Finland. Dit had Chroesjtsjov uit de mond van Stalin vernomen - en het is dit type getuigenissen dat een actuele lading geeft aan gedeelten van de huidige publikatie.

LEGER EN PARTIJ

Mogelijk geldt dit ook voor de passages uit De Glasnost Tapes die betrekking hebben op de verhouding tussen de top van de Communistische Partij en de top van het Rode Leger. De ondergeschiktheid van het leger aan de partij en de absolute loyaliteit van de generaals aan de politieke leiding behoren tot de standaard-mythen van de Sovjet-politiek. In dit boek komt die verhouding ter sprake als Chroesjtsjov nogmaals zijn versie geeft van de nederlaag die het Rode Leger in 1942 bij Charkov heeft geleden.

Al tijdens de geheime rede die Chroesjtsjov in 1956 hield op het twintigste partijcongres van de CPSU, waarmee hij de de-stalinisatie heeft ingeluid en die hem ondanks al zijn medeplichtigheid aan Stalins misdaden als blijvende verdienste moet worden toegerekend, stond hij uitvoerig stil bij het militaire debacle bij Charkov. Als gevolg van strategische blunders van het Sovjet-commando werden daar twee complete legers en een legercorps van de Russen omsingeld en vernietigd, mogelijk de grootste nederlaag van het Rode Leger tijdens de gehele Tweede Wereldoorlog. In 1956 verklaarde Chroesjtsjov dat de ramp bij Charkov het gevolg was van een persoonlijke misslag van Stalin.

Maar na de verwijdering van Chroesjtsjov publiceerde maarschalk Zjoekov zijn memoires, waarin niemand anders dan Chroesjtsjov zelf medeverantwoordelijk wordt gesteld voor de nederlaag. Hij zou als de hoogste partijchef aan het zuidwestelijk front Stalin geruststellende en volkomen onjuiste informatie hebben gegeven. In De Glasnost Tapes blijkt nu dat Chroesjtsjov de memoires van Zjoekov als een vervalsing beschouwt. ''Ik betwijfel of Zjoekov tot zo'n leugen in staat is en daarom neem ik aan, dat het niet Zjoekov was die dit geschreven heeft.'' Vervolgens zegt hij dat niet Zjoekov, maar 'een andere macht'

er belang bij heeft de toedracht van de zaak-Charkov in een verkeerd daglicht te plaatsen. ''Wie zijn deze bewerkers?'' vroeg Chroesjtsjov zich af op de band, maar hoewel hij het antwoord schuldig blijft, was deze vraag kennelijk zo explosief dat zij in 1970 zelfs in het buitenland niet mocht worden vernomen.

In 1989 verscheen in de Sovjet-Unie de eerste op geheime archieven gebaseerde Stalin-biografie, van de hand van de gepensioneerde generaal Dmitri Volkogonov. Deze schrijft dat maarschalk Zjoekov het bij het rechte eind had en dat Chroesjtsjov in zijn rede op het twintigste partijcongres een poging heeft gedaan ''om zich voor de geschiedenis een alibi te verschaffen'' voor ''een van de verschrikkelijkste catastrofes van de Grote Vaderlandse Oorlog''.

VETE

Dus in 1989 duurde de vete over de toedracht van 'Charkov' nog volop voort, hoewel zowel Zjoekov als Chroesjtsjov dood was. Dit soort 'historische' kwesties blijkt soms politiek dynamiet. In een voetnoot bij het hoofdstuk over 'Charkov' wordt veelbetekenend verwezen naar de door Chroesjtsjov geuite beschuldiging dat maarschalk Zjoekov in 1957 als minister van defensie een staatsgreep wilde plegen, daartoe aangespoord door de commandant van het militaire district Moskou, maarschalk Moskalenko. Het behoeft geen betoog dat de positie van de legerleiding in het politieke krachtenveld en haar eventuele bereidheid om een zelfstandige rol voor zichzelf op te eisen, juist in de tijd van verschijnen van dit derde deel een actuele lading hebben gekregen.

Als Volkogonov gelijk heeft, is de nu verschenen aanvulling mede een poging om Chroesjtsjovs 'alibi' te versterken. Deze constatering kan vanzelfsprekend makkelijk worden ver-algemeend: als een van de trouwste en naaste medewerkers van Stalin heeft Chroesjtsjov voor veel meer dan alleen voor de nederlaag bij Charkov een alibi nodig. En juist dat blijft in De Glasnost Tapes, evenals in de eerder verschenen delen, een buitengewoon intrigerend thema. Als een van de ergste medeplichtigen aan de uitroeiing van miljoenen Sovjet-burgers, is Chroesjtjov ook degene die de moed heeft gehad als eerste een bres te slaan in het stalinistische systeem, zonder zich echt te verantwoorden voor zijn eigen rol en zonder het systeem als zodanig te willen aantasten. Tot zijn laatste dag is Chroesjtsjov zich blijven afvragen, wat nu eigenlijk het 'organisatorisch mankement' van de Sovjet-maatschappij is geweest.