Nationale discussiedag

Toen de boomlange Hans Weitenberg, thans directeur bij de christelijke werkgevers, in 1965 als jong econoom bij het Centraal Planbureau begon, moest hij het 'verzadigingsniveau' van de nieuwe Wet op de Arbeidsongeschiktheid berekenen.

Hij kwam uit op 180.000; Gerard Veldkamp, de KVP-minister die de wet indiende, vond dat aan de hoge kant. Nu, een kwart eeuw later, zijn er vijf maal zoveel uitkeringsgerechtigden op grond van de WAO en hun aantal stijgt gestaag. Weitenberg wijt dat vooral aan de Nederlandse 'cultuur', waarin ''uitvoering en controle vriendelijk en tolerant zijn'' terwijl ''het klimaat van het medisch circuit en de stijl van rechtspraak meer dan elders sterk uitgaan van het belang der clienten''.

De toon van de discussie is inmiddels apocalyptisch geworden. Weitenberg spreekt dreigend van het schip en de wal en zegt dat de ''toestand sociaal, financieel en economisch onaanvaardbaar'' is. De parlementaire CDA-chef lost met nat kruit daverende schoten voor de boeg en de premier, die volgens Weitenberg ''kennelijk iets met dat getal heeft'', verbindt zijn politieke lot aan het bereiken van een miljoen WAO'ers. ''Ik heb uitgerekend dat die er in '94 zijn'', zei de Maastrichtse medische hoogleraar Ko Greep op de 'nationale discussiedag' over het onderwerp, ''maar dan is Lubbers allang in Europa Delors opgevolgd, dus dat is geregeld''.

Nationale discussiedag! Voor het geestesoog ontrolt zich het beeld van heftig gesticulerende burgers met verhitte koppen rond alle dorpspompen samengestroomd in oplopen waaruit af en toe opgewonden kreten klinken: ''Nederland is ziek!'' Maar de term blijkt deel uit te maken van de humbug waarin het congreswezen floreert en het evenement vond gewoon plaats in zaal 417 van het Jaarbeurs-congrescentrum, brandpunt van het vaderlandse vergadercircuit. De discussiedag bestond uit de onvermijdelijke, thuis opgeschreven inleidingen - elk uit een ander, belanghebbend standpunt - met de niet te voorkomen overhead-projectie en van discussie was geen sprake. De enige aanwezige WAO'er kreeg op zijn vraag niet eens antwoord. Hij wilde na ''al die financieel-economische pleidooien'' voor beperking van de WAO de ''sociaal-maatschappelijke gevolgen'' aan de orde stellen. ''Tijd voor het aperitief'' sprak de voorzitter.

In een soort geblindeerd examenlokaal zat een tachtigtal insiders en betrokkenen bijeen. Misschien is dat wel symbolisch voor de toestand waarin het complex der sociale verzekeringen zich bevindt. Het is geboren uit solidariteit, maar aan de mensen ontstegen in een wereld van onbegrijpelijke afkortingen, duistere berekeningen en ondoordringbaar jargon. Wie voelt zich erbij betrokken? De kosten, ermee gemoeid, zijn enorm en werden naar gelang de inleider begroot op 40 tot 60 miljard. Maar wie lijdt daar schade van? Ze worden uit premies opgebracht en vloeien via de bestedingen der uitkeringsgerechtigden terug in de economie. Collectief zijn we de Chinezen van Europa, maar niemand eet er een boterham minder om. ''Het draagvlak ontbreekt om 17 miljard uit hoofde van de Ziektewet en 25 miljard uit hoofde van de WAO te blijven overdragen'', poneerde Weitenberg, maar waar blijkt dat uit?

Weliswaar staan tegenover elke uitkeringsgerechtigde, de bejaarden niet eens meegerekend, slechts 2,9 'actieven' en was die verhouding twintig jaar geleden nog 1:10, maar is ooit gebleken van een volksopstand tegen deze grootscheepse herverdeling van inkomens?

Natuurlijk niet, omdat ze plaatsvindt via het bruto inkomen dat voor niemand realiteitswaarde heeft. De solidariteit krijgt gestalte in de anonimiteit van de 'collectieve lastendruk' en de politieke elite die deze in het leven heeft geroepen verkondigt thans dat ze ondraaglijk zwaar is geworden. ''De waarheid is hier weer een grote leugen'', verklaarde Greep populistisch, ''Lubbers wil alleen die twaalf procent op uw loonstrookje omlaag hebben, zodat hij de belastingen kan verhogen.''

We leven in een rare natie. De Nederlander is niet ziek, maar hij meldt zich buitensporig vaak ziek. De Nederlander is volgens Greep ex aequo met de Fin de gezondste Europeaan: zijn levensverwachting is nu 74, die van haar zelfs 80 jaar, en deze stijgt nog. Maar zijn ziekteverzuim is meer dan twee keer zo hoog als dat van de Belg en de helft hoger dan dat van de Duitser, en ook dit stijgt nog: in de laatste vijf jaar nam het ziekteverzuim in Nederland met 50 procent toe. Via de 'glijbaan' van de ziektewet belandt de zieke werknemer in de WAO en bij de diagnose valt het hoge aandeel van 'psychische klachten' op: 31 procent, bij ambtenaren maar liefst 47 procent. ''Is er zoveel meer stress bij de overheid?'' vroeg Weitenberg retorisch.

De nieuwe lichtingen WAO'ers bestaan in onthutsende mate uit jongeren met psychische klachten. Zijn wij zo ongelukkig? Of hebben wij een stelsel geschapen dat elk geestelijk en lichamelijk onbehagen door medische en financiele erkenning legitimeert? En wie heeft daar belang bij?

Drs. Josten van de Gemeenschappelijke Medische Dienst lanceerde een originele definitie van het begrip arbeidsongeschiktheid: ''Het probleem van iemand die na een jaar ziekte zijn werk niet kan hervatten is dat vooralsnog zijn of haar arbeid een te geringe toegevoegde waarde heeft.'' Daar zit veel waars in. Solidariteit en winststreven zijn in dezen comfortabel samengegaan.

Arbeidsongeschikten scoren slecht op factoren als scholing en leeftijd. Hun bijdrage aan het arbeidsproces wordt economisch het minst gemist. Op kosten van het collectief zijn de ondeugdelijkste arbeidskrachten uitgeschakeld en Nederland heeft nu niet alleen het hoogste ziekteverzuim maar ook de hoogste arbeidsproduktiviteit van Europa. Bij de 'krappe arbeidsmarkt' die hier inmiddels is ontstaan, wordt dit mechanisme echter van oplossing tot probleem. Van de mannen boven 55 jaar werkt in Nederland maar 40 procent, meldde professor Allegro, in Amerika 67 procent, in Zweden 75 procent, en bij vrouwen is de verhouding nog veel ongunstiger, zodat we ons bezondigen aan een verspilling van human capital van jewelste. Daar moet dus een eind aan komen.

Weitenberg herinnerde eraan dat de Sociaal-Economische Raad al in 1976, nog geen tien jaar na invoering van de WAO, ''de noodklok luidde''. Er waren toen al 350.000 arbeidsongeschikten en de wet dreigde aan haar eigen succes te gronde te gaan. Maar de zaakwaarnemers van werkgevers en werknemers die de uitvoering en controle van de wet beheersen hadden er allebei een, zij het uiteenlopend, groot belang bij en de overheid had weer groot belang bij een goede verstandhouding met de 'sociale partners', zodat er niks gebeurde. En het chirurgijnsgilde verleende gretig zijn profijtelijke hand- en spandiensten. ''De gezondheidszorg wordt gebruikt en laat zich gebruiken'', erkende Greep. De hele regeling was een monument van het neo-corporatisme. En zo'n nationale discussiedag - zonder discussie - ook.