Militaire missie ruimteveer zonder geheimzinnigheden; Experimenten met waarnemen raketten op grens van dampkring

CAPE CANAVERAL, 27 APRIL. Voor het eerst staan de Verenigde Staten op het punt een bemande ruimtevlucht met militaire oogmerken te ondernemen, waarbij nu eens niet de strikte geheimhouding van eerdere militaire ruimtemissies gold.

De missie van de zevenkoppige bemanning van het ruimteveer Discovery - die vanwege het overladen programma in twee-ploegendienst zal werken - staat vrijwel volledig in het teken van het Amerikaanse SDI-project, dat de ontwikkeling beoogt van een anti-rakettenschild in de ruimte. De komende ruimtevlucht - die donderdag door een slecht werkende zuurstofpomp in een van de hoofdmotoren moest worden uitgesteld tot morgen (13.01 uur Nederlandse tijd) - heeft volgens functionarissen van het Amerikaanse ministerie vooral een 'open karakter' uit overwegingen van geldbesparing. Er kunnen nu allerlei geheimhoudingsmaatregelen achterwege worden gelaten, die met elkaar op jaarbasis zo'n 160 miljoen gulden extra zouden kosten.

Bij eerdere militaire ruimtevluchten werd bijvoorbeeld slechts enkele minuten voor de start het exacte lanceringstijdstip vrijgegeven. Dat gebeurde onder meer om de Sovjet-spionageschepen die nog altijd in de buurt van Cape Canaveral positie kiezen als er een dergelijke lancering op komst is, het zo moeilijk mogelijk te maken de naar de ruimte klimmende combinatie meteen op de radar te krijgen en daarna te volgen totdat ze haar 'lading' overboord zet in een baan om de aarde.

Het Pentagon heeft overigens nooit duidelijk weten te maken waarom dat allemaal zo belangrijk zou zijn, en het feit dat men er nu van afziet, lijkt er op te wijzen dat het ministerie zelf ook twijfels heeft over het nut van de geheimzinnigheid. Wie echt geinteresseerd is in het hoe, wat en waarom, hoeft alleen maar de Amerikaanse vakliteratuur te lezen om de aard van zo'n militaire missie te leren kennen; meestal blijkt het dan te gaan om geavanceerde afluister- en observatiesatellieten van bijvoorbeeld het type Key Hole, Lacrosse, Magnum of White Cloud en om militaire verbindingssatellieten.

Er spelen overigens ongetwijfeld nog andere factoren om juist deze SDI-operatie in alle openheid uit te voeren. Militaire ruimtevaartdeskundigen zeggen het weliswaar niet hardop, maar vermoedelijk houdt de opheffing van de geheimhoudingsmaatregelen nauw verband met het zeer moeilijke karakter van de SDI-experimenten die nu voor de deur staan.

Vluchtleider Ronald D. Dittemore sprak zelfs van “verreweg de meest ingewikkelde ruimteveermissie tot dusverre”. Dat kon trouwens al worden opgemaakt uit het feit dat de bemanning van de Discovery voor deze missie zo'n 600 uur heeft getraind en dat is bijna het dubbele van de normale trainingsduur.

De geheimhoudingstoestanden zouden het toch al complexe karakter van de operatie alleen nog maar verder bemoeilijken en de kans op volledig succes kunnen verkleinen.

De Discovery - die alleen al gedurende de eerste anderhalve dag van zijn verblijf in de ruimte tien baanwijzigingen moet uitvoeren en maar liefst vijftig keer de raketjes van het zogeheten standregelingssysteem moet afvuren - heeft voor zo'n 350 miljoen gulden aan zeer ingenieuze apparatuur in het vrachtruim, waarmee de bemanning ruim acht dagen in de weer zal zijn.

De meeste tijd wordt besteed aan het verzamelen van gegevens voor het SDI, waarbij onder meer een op afstand bedienbaar platform, de in Duitsland ontwikkelde SPAS II, die sinds juni 1983 al tweemaal eerder in de ruimte is geweest, overboord wordt gezet en drie dagen zelfstandig om de aarde cirkelt voordat hij door de Discovery weer aan boord wordt genomen. Op de 1,8 ton wegende SPAS II zijn voor deze vlucht instrumenten geinstalleerd (onder meer een Duitse infrarood-spectrometer) waarmee onderzoek gedaan wordt naar de mogelijkheid om ook onder de meest ongunstige omstandigheden - bij voorbeeld tegen de achtergrond van de aardse horizon - de optische eigenschappen van verbrandingsgassen uit de motoren van opstijgende raketten te registreren. Die verbrandingsgassen worden dan geproduceerd met de manoeuvreerraketten van de Discovery, die zich tot maximaal twintig kilometer van de SPAS II zal verwijderen.

Daarnaast zal de Discovery ook nog drie afzonderlijke subsatellietjes (elk ongeveer 80 kg) 'lanceren' die vloeibare raketbrandstof (stikstoftetroxide en twee verschillende soorten hydrazine) zullen uitstoten, welke eveneens door het SPAS II-instrumentarium moeten worden gemeten op een afstand die kan varieren van 50 tot 200 kilometer. Dergelijke brandstoffen zouden vrijkomen bij de lancering van intercontinentale raketten.

Ook worden metingen verricht aan sterren, terwijl daarnaast studie zal worden gemaakt van de bovende lagen van de dampkring en het poollicht.

Die informatie is vooral nodig voor de ontwikkeling van sensoren die onderscheid kunnen maken tussen atmosferische verschijnselen, en een raket die door of vlak boven de dampkring vliegt.

Discovery-gezagvoerder Michael L. Coats, die al twee missies achter de rug heeft, zegt: “Instrumenten van de soort die wij met de Discovery in de ruimte gaan uitproberen, hebben ook belangrijke toepassingsmogelijkheden bij eventuele toekomstige conflicten, zoals de Golfoorlog met Irak.”