McNamara pleit voor koppeling hulp en defensie

WASHINGTON, 26 APRIL. De financiele hulp aan ontwikkelingslanden moet afhankelijk worden gemaakt van de omvang van de militaire uitgaven in een land. Als ontwikkelingslanden bereid zijn om hun defensiebudget te verlagen, moeten ze worden gesteund met extra hulp.

Dit betoogde deze week oud-president Robert McNamara van de Wereldbank op eenconferentie over economische ontwikkeling in Washington.

McNamara wil dat de Wereldbank landen helpt hun economische en sociale ontwikkeling te versnellen indien de betreffende landen zich verplichten hun militaire uitgaven binnen tien jaar te halveren.

“De internationale gemeenschap moet onderzoeken hoe het landen kan belonen die hun militaire uitgaven verminderen en op die manier aangeven dat de prioriteiten worden gelegd bij een grotere nadruk op ontwikkeling”, zei hij. McNamara was president van de Wereldbank van 1968 tot 1981. Daarvoor was hij president-directeur van Ford en minister van defensie onder de presidenten Kennedy en Johnson.

McNamara zei dat bij de beslissingen over de toekenning van buitenlandse hulp speciale aandacht moet worden gegeven aan landen die minder dan twee procent van hun bruto nationale produkt besteden aan militaire en daaraan gerelateerde uitgaven. Andere ontwikkelingslanden moeten worden aangemoedigd om hun militaire uitgaven tot twee procent te verlagen. De militaire uitgaven van alle ontwikkelingslanden bedragen op het ogenblik 170 miljard dollar per jaar, hetgeen neerkomt op 4,3 procent van hun totale bruto nationale produkt.

Barber Conable, de huidige president van de Wereldbank, zei gisteren in een reactie dat de Wereldbank meer aandacht moet besteden aan de militaire uitgaven van ontwikkelingslanden. “We moeten daar rekening mee houden”, erkende Conable, maar hij voegde er aan toe dat het moeilijk is vast te stellen wat een 'toelaatbaar niveau' van militaire uitgaven voor een land is.

“Het is slecht economisch beleid voor de donorlanden en de internationale financiele instellingen om net te doen alsof de financiering van aanpassings- en ontwikkelingsprogramma's gescheiden kan worden van de financiering van de militaire uitgaven in een land”, zei McNamara. Halvering van de militaire uitgaven in ontwikkelingslanden zal in tien jaar tijd een besparing opleveren die overeen komt met de helft van de uitgaven aan gezondheidszorg en onderwijs, en twee keer zoveel als het jaarlijkse bedrag aan ontwikkelingshulp dat ze ontvangen.

Tussen 1978 en 1988 hebben de landen van de Derde Wereld wapens ter waarde van 450 miljard dollar (in dollars van 1988) geimporteerd. Dit is meer dan drie kwart van alle internationale wapenhandel in die periode. McNamara riep de exporterende landen op om minder wapens te verkopen aan hun clienten in de Derde Wereld en om minder geld ter financiering van wapenimporten beschikbaar te stellen. Tot de grootste wapenimporteurs behoren overigens olie-exporterende landen, die over voldoende eigen middelen beschikken om wapenimporten te financieren.

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog hebben zich in de Derde Wereld 125 oorlogen en gewapende conflicten voorgedaan, waarbij meer dan 40 miljoen doden zijn gevallen. Volgens McNamara zijn de landen in de Derde Wereld in staat hun militaire uitgaven drastisch te verminderen nu de Koude Oorlog en het Oost-West conflict voorbij zijn.

De noodzaak voor de twee supermachten om bevriende naties in de Derde Wereld militair tegen elkaar op te zetten, is weggevallen. McNamara zei dat de Supermachten en de Veiligheidsraad een grotere rol moeten spelen in een systeem van collectieve veiligheid voor de Derde Wereld, waarin de territoriale integriteit van de landen gegarandeerd wordt.