Koningin steeds ver voorin het peloton

DRESDEN, 27 APRIL. Het is in zo'n programmatisch overdadige marathon natuurlijk vaak veel meer “we hebben vreselijke haast, we moeten verder” dan “we zijn er”. Maar wie er ook over het tempo moge klagen, koningin Beatrix niet. Als er tijdens zo'n officieel bezoek tussen de vliegtuigen, helikopters, bussen en grote auto's door toch nog even gewandeld mag of moet worden, dan wil zij er nog wel eens stevig de pas inzetten.

Zo ook gisteren, op de tweede dag van het bezoek van het koninklijk paar aan de Bondsrepubliek. Wie in verband met de veiligheid over de hoofden van de vele veiligheidsmensen heen moet kijken, ziet haar markante hoed - gisteren was het een finke hoekige in cremekleur - bijna steeds ver voorin het voorname peloton. Ter hoogte van de voorste veiligheidsfunctionarissen dus.

Af en toe moeten prins Claus en de hofdames even lossen. Ook bondspresident Richard von Weizsacker gebaart soms dat het wat hem betreft wel iets langzamer kan. Bij gelegenheid enkele keer neemt hij de Nederlandse vorstin misschien ook wel daarom mee naar de dranghekken. Voor een kort gesprek met de groepjes Oostduitsers die daar staan opgesteld, zoals op het marktplein in het oude stadje Gustrow, in het noordelijke Mecklenburg.

Die gesprekjes duren kort, al was het maar omdat een leger fotografen en cameralieden zich binnen een halve minuut voor het publiek heeft opgesteld, maar zij geven de volgers gelegenheid om weer aan te haken.

Kortom: het tempo ligt hoog, de sfeer en het weer zijn goed, maar de opkomst van het Oostduitse publiek is opnieuw vrij mager. Dat zal later tijdens een wandeling door de Saksische hoofdstad Dresden ondanks de voorpubliciteit in de lokale ochtenbladen niet anders zijn.

Pag. 3:

Tafelrede van koningin in Berlijn slot 'erstklassig'

Dat gebrek aan belangstelling was jammer, temeer omdat de Duitse landelijke kranten ook vrijdag (nog?) niet zo veel aandacht aan het bezoek schonken en het grote aantal Duitse televisieploegen tot gisteravond omgekeerd evenredig bleek aan de voor het evenement uitgetrokken zendtijd. Zodoende kreeg de door haar gehoor bewonderde rede van de Koningin, donderdagavond aan het diner in het Berlijnse slot Bellevue, ook niet helemaal het “bemoedigende” publieke effect waarop was gehoopt.

Minister Genscher (buitenlandse zaken) vond, desgevraagd, die tafelrede bepaald erstklassig. Vooral de nadruk die de Nederlandse vorstin had gelegd op de grote waarde van de nieuwverworven vrijheid van de Oostduitsers en de “fijne wijze” waarop zij zich had verplaatst in hun gevoelens, had hij erg op prijs gesteld, zei hij donderdagavond. Maar - understatement of niet - van een Koningin die “mijn vriend Hans van den Broek als minister heeft” had hem dat ook niet verbaasd.

Terug naar vrijdag. Deze tweede dag van de reis van de koningin heeft meer dan donderdag het karakter van een werkbezoek. Gepland zijn tussen acht uur 's ochtends en zeven uur 's avonds behalve enkele korte wandelingen (Bellin, Gustrow en Dresden) orienterende gesprekken, op een landbouwcooperatie (Bellin) en bij een Duits-Nederlands bedrijf (Dresden). Twee gouden boeken zullen moeten worden getekend (Gustrow en Dresden). Bovendien zullen, voor en na een lunch met toespraakjes bij Sachsens minister-president Kurt Biedenkopf, een expositie van het werk van de vooroorlogse Mecklenburgse beeldhouwer Ernst Barlach en in Dresden de Zwinger en de imponerende schilderijencollectie in het museum Albertinum worden bezichtigd.

De tweede dag begint in Bellin, een plaatsje met een nieuwe landbouwcooperatie in het hart van het grote landbouwgebied van Mecklenburg. De gaten in de verweerde wegen tussen de helikopter-strip en de statige vergaderzaal van het Herrenhaus zijn, het is goed zichtbaar, pas kort geleden gedicht. Zoals in het vergadercentrum de binnenschilder juist langs geweest lijkt te zijn. De bijeenkomst van een uur, geleid door Mecklenburgs premier Alfred Gomolka, loopt goed.

“Dit land is ondenkbaar zonder boeren, zonder landbouw”, klinkt het van veel kanten.

Er leven hier grote zorgen: ondernemen op de vrije markt is na tientallen jaren staatseconomie nog moeilijk. Bittere woorden vallen over slimme Westduitse speculanten. Zonder hulp van het Berlijnse Treuhand-instituut en de financiele injecties van een grote Hamburgse reder, die lang geleden uit Oost-Duitsland is gevlucht en er vrede mee heeft dat hij zijn tussen '45 en '49 onteigende grondbezit niet meer terugkrijgt, zou de cooperatie niet kunnen bestaan. Het Nederlandse koninklijk paar heeft thuis de dossiers doorgenomen, zo blijkt uit vragen over de opzet van de cooperatie, en over de effecten van EG-regelingen aangaande het braakleggen van landbouwgrond.

's Middags, na het bezoek aan Gustrow, wacht in Dresden eerst de lunch bij de premier van de vrijstaat Sachsen, de CDU'er Kurt Biedenkopf, die met absolute meerderheid regeert. Deze oude cultuurstad Dresden (Elbflorenz), die in 1944 door een gruwelijk bombardement werd getroffen (wat Harry Mulisch inspireerde tot zijn Stenen Bruidsbed), past in een rij waarin ook Rotterdam en Coventry voorkomen. Dat, en de thema's cultuur, vrijheid en veiligheid in Europa, laat de koningin niet onbesproken in haar korte tafelrede.

Daarna volgt elders in de stad een gesprek in de Kosora-machinefabriek, die kort geleden is overgenomen door de Rijkaard-machinefabriek in Asperen. De bedoeling was eigenlijk dat de Koningin en prins Claus van de directie, leden van het personeel en de Nederlandse eigenaar Rijkaard een indruk zouden krijgen van de perspectieven van het Nederlands-Duitse bedrijf.

Maar dat pakt anders uit. Want premier Biedenkopf, een vaardige en ook redelijk zelfbewuste spreker die eerder hoogleraar economie en rechten in West-Duitsland was, grijpt de gelegenheid aan voor een breed college over de toestand en de toekomstkansen van de Oostduitse economie. De Nederlandse geldgever en de vertegenwoordigers van zijn Duitse bedrijf zitten er wat beteuterd bij. Maar de eindstreep van het bezoek is dan in zicht, en niemand kan of durft echt bezwaar te maken tegen een premier die in zijn eigen hoofdstad de hoofdrol speelt.

Bondspresident Von Weizsackers gezicht wordt iets roder tijdens Biedenkopfs college, en de oogleden van de hofdames worden wat zwaarder, maar dat zijn verhoudingsgewijs nu nog maar kleine ongemakken.

Wat Dresden, de oude Sachsische hoofdstad van August de Sterke, ondanks dat bombardement nog aan (soms ernstig verwaarloosde) cultuurschatten over heeft blijkt later bij een wandeling door de stad. Langs het enorme barokmonument dat de Zwinger is. En langs het Albertinum-museum, waar een tocht door grote zalen met Hollandse (Rembrandt, Rubens, Vermeer, Van Dijck), Franse (Renoir, Manet, Degas, Monet) en andere meesters (van Holbein de Oudere via Lucas Cranach en Jan van Eijk tot Max Liebermann) de afsluiting van het staatsbezoek brengt.

Is het bezoek nu geslaagd? Ja, voorzover Duitse politici en diplomaten dankbaar kunnen en moeten zijn voor de in twee dagen geleverde prestatie van het Nederlands koninklijk paar. Is het ook geslaagd voorzover het de bedoeling had om de gedeprimeerde Oostduitse bevolking te bemoedigen? Nee, moet dan het antwoord zijn, maar dat was bij de huidige situatie in de vroegere DDR ook iets te veel gevraagd van een Nederlands staatshoofd.