Jos Frenken

Ooit werd prof. Frenken zelf behoorlijk gedesavoueerd in verband met zijn onderzoek in de Maurikse seks-zaak, en wel door de psychologen Vroon en Wagenaar.

Kennelijk zit betrokkene dit nog steeds zeer dwars en grijpt hij in het interview van Frits Abrahams in het Zaterdags Bijvoegsel van 16 maart jl. zijn kans om duchtig om zich heen te slaan in de richting van in zijn ogen falende collega's, terloops de stammenstrijd tussen psychologen en psychiaters stimulerend. Liever zou ik mij niet mengen in deze ongemotiveerde en onvruchtbare diskwalificaties van en onder collega's. Echter nu ook mijn onderzoek van kinderen betrokken bij de seksaffaire in Oude Pekela wordt teruggebracht tot het niet onderkennen van massahysterie moet ik wel iets van mij laten horen.

Frenken beweert in bedoeld interview dat hij het fijne over de Oude Pekela-zaak heeft gehoord van een betrouwbare bron 'dicht bij de top van het onderzoek', en dat dit 'fijne' betekent dat er nauwelijks iets gebeurd is. Nu weet ik niet welke top hij bedoelt, misschien de top van het gedragskundig onderzoek?

Dat zou mijzelf dan moeten betreffen, want ik had in dat kader toen geen superieuren, maar ik was en ben een totaal andere mening toegedaan dan de heer Frenken weergeeft. Bovendien heeft collega Frenken mij niet benaderd, sterker: betrokkene is mij volstrekt onbekend. Mogelijk dat hij Justitie als top van het gedragskundig onderzoek percipieert? Mocht dat zo zijn dan is hier iets heel merkwaardigs aan de hand: de regionale recherche en ik waren op een lijn tijdens en na het onderzoek en Justitie stelde zich achter mijn rapportage op. Het zou prettig zijn en het geheel een meer exact coloriet geven als prof. Frenken zijn bron met name had genoemd. Dan zou blijken of en in welke mate Justitie in zichzelf verdeeld was of is. Maar rectificatie van dit verzuim is voor collega Frenken een kleine moeite. Belangstellend zie ik daarnaar uit!

Tot verdere geruststelling van prof. Frenken kan ik hem meedelen dat de criteria voorkomend in de 'statement validity assessment' (naast andere) de mijne waren tijdens het onderzoek en dat vrijwel alle onderzochte kinderen overtuigend hoog op deze criteria scoorden.

Jammer dat ik hem nu pas kan geruststellen. Een telefoontje zou overigens voldoende zijn geweest om deze onzekerheden over mijn onderzoek weg te nemen.