IDENTIFICATIE

Terrorism Drugs and Crime in Europe 1992 door Richard Clutterbuck 231 blz, Routledge 1990, f 44,75 ISBN O 415 05843 0.

De regering heeft een beperkte identificatieplicht in de maak. Deze is niet los te denken van 'Europa 1992'. De landsgrens is van oudsher een belangrijk controlepunt en wanneer die wegvalt... De titel van dit boek door de veelgevraagde Britse consulent Richard Clutterbuck zegt het al: sex and drugs and rock 'n roll.

Maar een beperkte legitimatieplicht? Kom nou: Het nieuwe Europa eist volgens de Britse expert een plastic kaart voor iedere ingezetene met verborgen electronische codes die met behulp van een terminal in zakformaat door iedere politiefunctionaris kan worden gecontroleerd bij centrale gegevensbestanden--desnoods over de grenzen heen. Als extra controle wordt met een electronische pen ook het aderpatroon bovenop de hand gelezen en gecheckt, want dat is even precies maar minder omslachtig als een vingerafdruk.

Welkom in het 'Brave New Europe' van dr. Clutterbuck. De drievoudige controles in luchthavens die hij ook in het vooruitzicht stelt (compleet met 'neuronensnuffelaar') zijn niks vergeleken met de totale 'data- surveillance' van de hele bevolking door Commissaris Computer die hij noodzakelijk acht. Inlichtingenwerk vormt de sleutel tot elke terrorismebestrijding, zo leerde de auteur reeds in de jungle van Maleisie waar hij in de jaren vijftig zijn veldwerk deed. De moderne informatietechnologie vormt volgens hem dan ook een uitkomst.

Dat maakt benieuwd naar de zwaarwegende motivering die toch wel vereist is om ieder mens de aderen te mogen lezen. Maar die valt tegen: de RAF heeft in Duitsland eens een Amerikaanse militair gedood om zijn ID-pasje te gebruiken bij een overval. Een voorbeeld vormt natuurlijk geen reden een hele bevolking lastig te vallen. Clutterbuck heeft daar maar eigenlijk twee dingen tegenover te stellen, allebei nogal zwak: --Wie niets te verbergen heeft heeft niets te vrezen. Maar ieder mens heeft wel iets dat hij niet aan de grote klok wenst te hangen, ook al is het op zichzelf niet strafbaar. Dat is dan ook helemaal niet het criterium van Clutterbuck; hij is geinteresseerd in 'unsusual movements'. Dat gaat wel erg ver en is tegelijk een mooie bron van misverstanden (waarvoor computersystemen toch al niet immuun zijn gebleken). Nog afgezien van het intimiderend effect op de vrije meningsuiting dat uitgaat van intensieve overheidscontroles.

--Een computer valt beter te bewaken dan een kaartenbak. De auteur wil precies bijhouden wie wat uit de centrale databestanden krijgt zodat eventueel misbruik of pesterijtjes direct zijn op te sporen. Dat verraadt op zijn zachtst gezegd een nogal naive opvatting van rechtsbescherming van de burger. Hij verwart beveiliging met privacybescherming. Over het tegengaan van niet-gewenst gebruik van computers (beveiliging) kunnen we het gauw eens zijn. De echte vraag is: waarvoor zijn die systemen wel bedoeld? Krijgen bijvoorbeeld werkgevers toegang tot de nieuwe politiecomputers? Wat is eigenlijk 'terrorisme?' Daaraan gaat Clutterbuck geheel voorbij. Wanneer die inhoudelijke vragen niet worden opgelost worden zijn extra beveiligde computernetwerken juist een electronische dwangbuis die de burgerlijke vrijheden verstikt.

Clutterbuck geeft een handzaam overzicht van de ervaringen die de diverse delen van de Europese Gemeenschap met politiek geweld en aanverwanten de laatste paar decennia hebben opgedaan. Zijn beeld van de techniek is echter nogal naief. En van de vrijheid die hij wordt geacht te verdedigen, begrijpt hij niets.

    • Frank Kuitenbrouwer