Hoogte rente aanleiding voor stevig debat G-7

WASHINGTON, 27 APRIL. De wereldwijde schaarste aan geld, stagnatie van de economie en hoge rente in de industrielanden, ruim baan voor het particuliere bedrijfsleven en minder militaire uitgaven in ontwikkelingslanden vormen de komende dagen het menu voor de ministers van financien van de wereld.

Ze vliegen dit weekeinde naar Washington voor een serie bijeenkomsten die morgen begint met een ontmoeting van de Groep van zeven belangrijkste industrielanden, gevolgd door vergaderingen van het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank. Dit spektakel vindt plaats tegen de achtergrond van een sombere inschatting van de internationale economie in 1991. Het IMF heeft zijn verwachtingen voor 1991 drastisch naar beneden bijgesteld. Voor dit jaar wordt slechts een groei van 1,3 procent verwacht, met de VS, Canada en Groot-Brittannie in recessie en afnemende groei in Duitsland en Japan.

De bijeenkomst van de Groep van zeven belangrijkste industrielanden (Verenigde Staten, Japan, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannie, Italie en Canada) zal naar het zich laat aanzien een vinnig debat over de hoogte van de rente en de internationale schaarste aan kapitaal opleveren. De Verenigde Staten hebben deze week hun wensen kenbaar gemaakt: president Bush pleitte zelfs op de Amerikaanse televisie “voor een beetje lagere rente, ook bij ons zelf”, want dat is goed voor de wereldeconomie.

David Mulford, onderminister van financien, zei dat de overige G-7 landen zich onvoldoende bewust zijn van de economische samentrekking in de wereld. Vooral in Europa moet de rente verder naar beneden, aldus Mulford. “De G-7 moet zich op herstel van de groei richten”, zei hij.

Maar de bewaker van de Europese rente, Bundesbankpresident Karl Otto Pohl, waarschuwde op voorhand dat Duitsland zich niets van de Amerikaanse druk om lagere rente zal aantrekken. Ook Michel Camdessus, de directeur van het Internationale Monetaire Fonds, wees op het risico van overhaaste renteverlagingen. Het gevaar van inflatie ligt nog altijd op de loer, aldus de Fransman.

Lagere rente levert een bijdrage aan vermindering van de zogenoemde credit crunch, het tekort aan geld voor investeringen in de wereld, waarover vooral in de VS grote opwinding bestaat. Die wordt mede gevoed door de drastische inkrimping van de kredietverlening in de VS zelf als gevolg van de crisis in het Amerikaanse bankwezen.

Maar Pohl was gistermiddag tijdens een lunchtoespraak pertinent in zijn afwijzing van verruiming van de liquiditeit in de wereld. “Als er sprake is van een tekort aan kapitaal omdat sommige overschotlanden - lees: Duitsland - niet langer een overschot hebben, dan is het antwoord om de besparingen in de wereld te vergroten. We zullen voor een relatief lange tijd hoge rente moeten accepteren. We kunnen dit probleem niet oplossen door eenvoudig meer geld te drukken.”

Met de ineenstorting van de planeconomie in Oost-Europa oefenen de Verenigde Staten druk uit op de Wereldbank om minder sterk te leunen op overheden en overheidsinstellingen en om meer nadruk te leggen op versterking van de markteconomie in ontwikkelingslanden. Barber Conable, de president van de Wereldbank, ging gisteren uitvoerig in op de rol van het particuliere bedrijfsleven in ontwikkelingslanden en zei dat de Wereldbank meer aandacht aan de markteconomie zal besteden.

“Wij helpen overheden om een aantrekkelijk klimaat te creeren voor de particuliere sector. We helpen de concurrentie te vergroten”, zei Conable.

Hij wees een Amerikaans voorstel af om de Wereldbank direct aan de particuliere sector te laten lenen. Dit zou een wijziging van de statuten van de Wereldbank vereisen en daarvoor is volgens Conable geen meerderheid te vinden. Bovendien zou, als de Wereldbank direct geld aan particuliere bedrijven uitleent, de overheidsgarantie op terugbetaling van de leningen wegvallen en zou de kredietwaardigheid van de Wereldbank in gevaar komen. De Wereldbank heeft nu een zogenoemde AAA waardering, de hoogste status van kredietwaardigheid, waardoor de bank tegen de goedkoopste tarieven geld kan lenen op de kapitaalmarkt en kan uitlenen aan ontwikkelingslanden.

Binnen de Wereldbank-groep houdt de International Finance Corporation (IFC) zich uitsluitend bezig met financiering van particuliere ondernemers in de Derde Wereld. De IFC, die jaarlijks ruim een miljard dollar investeert in bedrijven in ontwikkelingslanden, heeft dringend behoefte aan nieuw kapitaal en heeft verzocht om een kapitaalsverhoging met 1,3 miljard dollar.

Als mechanisme om druk uit te oefenen op de Wereldbank om zelf meer aandacht aan de particuliere sector te besteden, verzetten de VS zich tegen een kapitaalsverhoging voor de IFC. Niettemin zei Conable gisteren dat de IFC “dicht bij een akkoord” is en dat de lidstaten volgende week de kapitaalsverhoging vermoedelijk zullen goedkeuren.

De bijeenkomsten van komende week vormen voor Barber Conable het begin van zijn afscheid als president van de Wereldbank. Deze zomer maakt Conable plaats voor Lewis Preston, een bankier afkomstig van Morgan Guarantee in New York.

    • Roel Janssen