Het Offer

De duisternis is weer bezig zich boven onze hoofden te sluiten; de peer heeft zijn bloesem als sneeuw over de hele tuin verspreid en staat al in blad; de kastanjes zijn in een week veranderd van knoestige en verwijtende silhouetten achterin de tuin in een dichte haag die de huizen er achter aan het gezicht onttrekt.

Die blijven nu verborgen tot de herfst. Merkwaardig: wanneer de bladeren beginnen te vallen vervult het vooruitzicht om de buren te zien en door hen gezien te worden je met een soort weerzin, terwijl maar weinige maanden later de gedachte om achter die haag te verdwijnen je ook weer van streek maakt. Zulke drastische veranderingen in je onmiddellijke omgeving, hoewel geheel voorspelbaar en volgens de regels, veroorzaken toch telkens weer aanpassingsproblemen; hoeveel moeilijker moet het zijn voor iemand die is opgegroeid in een tropisch klimaat en nooit seizoenen heeft gekend.

Het zijn de bladeren van de beuk, die voor de meest aangrijpende verandering zorgen. Het licht waaraan we gewend zijn geraakt verandert dan totaal van karakter, van een onbedekte hemel tot een gevlekte.

Glory be to God for dappled things: het is mooi wanneer het er eenmaal is, maar het proces van verandering geeft een gevoel van vergeefsheid.

De jonge beukebladeren zijn klein en koperkleurig, ze verschijnen het eerst aan de onderste takken en werken zich dan in plukken naar boven, beginnend als een pointillistisch schilderij en sterk afstekend tegen het lichte groen van de andere bomen. Maar die koperen wolkjes, bovenin de boom roder dan onderaan, zo teer bewegend in de wind, zijn ook maar tijdelijk, een kortstondig ogenblik van genade, voor de beuk ons met zijn onbarmhartige bladerdak voor de hemel verbergt. Deze verandering is zo ingrijpend dat zij onherroepelijk lijkt, maar nee: diezelfde bladeren, groter, valer, opgebruikt, zullen over een paar maanden weer zijn verdwenen.

Het gescharrel er onder met die paar vaste planten heeft iets van nutteloos verzet, iets als een bergwandeling maken en alleen maar naar je schoenen kijken. Kleine voldoeningen - zoals het zien van de planten die vorig voorjaar zijn geplant, die een redelijke prestatie hadden geleverd om daarna voor de duur van de winter te verdwijnen, en nu twee keer zo groot terugkomen met de belofte van ook twee keer zoveel bloemen - schijnen als je naar boven kijkt een verspilling van tijd: The years to come seemed waste of breath, - A waste of breath the years behind, - In balance with this life, this death. Zelfs de opwinding van expedities naar Boskoop om planten te kopen, de uitstapjes naar het plaatselijke tuincentrum, de droombeelden van geurige zomers met oude rozen, de hele winter lang gekoesterd, vanaf het moment dat ze werden geplant - het lijken nu onbetekenende, vergeefse bezigheden.

Het ziet ernaar uit dat het karakter van een tuin van invloed is op het wereldbeeld van de bewoners. Gaat dat ook op voor een tuin die je zelf hebt opgekweekt uit een lap brakke grond? Ook dat vermoedelijk, op den duur. Vaste planten en heesters kun je nog onder de duim houden, je kunt ze snoeien of desnoods rooien, maar bomen, dat is een ander probleem. Iemand heeft met de meest edele bedoelingen een jonge boom geplant, met geestdrift zijn ontwikkeling gevolgd, treurend dat hij er niet meer zal zijn wanneer de boom zijn volle wasdom heeft bereikt ('boompje groot, mannetje dood'). Het probleem van een tuin met een oude boom die eigenlijk te groot is geworden is een erfenis voor de volgende generatie eigenaars; die worstelen er een paar jaar mee, zien in dat er geen oplossing is en de boom moet weg; niet veel mensen zullen een boom omkappen die ze zelf in hun tuin hebben geplant.

(Er zijn natuurlijk uitzonderingen. In Normandie bestond vroeger de gewoonte een wilde kers (merisier) te planten bij de geboorte van een dochter; wanneer zij trouwde werd de boom omgehakt en gebruikt om een linnenkast van te maken, waar dan de uitzet van de bruid in ging. Wat dacht zo'n meisje wanneer ze naar haar boom keek? Daar heb ik mij vaak in verdiept.) Maar voor ons is kappen ondenkbaar, zelfs als het mocht: onze beuk is beschermd, een levend monument, zoals sommige Japanse Kabuki-spelers.

Het is ook werkelijk een schitterende boom, weergaloos, zo midden in de stad. De tuin is ook om de boom heen aangelegd, gepland rond die boom in het midden, met min of meer symmetrische perken en bloembedden aan de randen, over de uiteinden van zijn wortels. Ik heb het wel vaker gehad over de moeilijkheid passende planten te vinden voor deze borders, die niet alleen worden drooggelegd door de wortels er onder, maar ook overschaduwd door de bladeren er boven; op sommige plekken komt (langs de natuurlijke weg) van nu tot de herfst geen vocht meer.

Er heeft vroeger een rode beuk gestaan bij de ingang van de Hortus in Leiden, ouder en groter dan de onze. Ik bezit een affiche met een foto van deze boom, gezien door de gewelfde ingang: een enorme knoestige en bultige stam zoals Yggdrasil, de oerboom, met takken als de balken van een schip of de omhoogreikende beuken van een gothische kathedraal.

Maar de beuk van de Hortus heb ik nooit gekend; hij was aangetast en moest een paar jaar geleden worden omgekapt. Mensen die hem gekend hebben spreken er nog over, je merkt dat zijn beeld nog in hun geest aanwezig is, zijn verschijning is nog steeds het symbool van de Leidse Hortus. Een doorsnede van zijn stam is te zien in het Rijksherbarium, met ieder detail van zijn leven gemarkeerd bij de ringen; er zijn zelfs mensen die er stukken van in huis hebben, weggegeven (of misschien verkocht) toen hij werd omgehakt.

Toen ik een paar dagen geleden met onze buurvrouw sprak over de appelbloesem die zij over haar muur kan zien voelde ik de krankzinnige opwelling mij te verontschuildigen voor het feit dat ook zij binnenkort in duisternis zal worden gedompeld door de beukebladeren.

Maar ik ben dan ook eigenlijk de hoeder van onze beuk, hij is aan ons toevertrouwd, deel geworden van de familie. En het is zoals wanneer je je verontschuldigt bij de buren wanneer de kinderen te hard hebben geschreeuwd in de tuin: het ligt in de aard der dingen dat het opnieuw zal gebeuren.