Effect proefboringen in Friese Front zijn niet te voorspellen

ROTTERDAM, 27 APRIL. Op grond van de beschikbare kennis is het niet mogelijk de milieugevolgen van proefboringen in het Friese Front te beoordelen.

Dit blijkt uit een rapport dat onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) gisteren presenteerden. Het werd geschreven in opdracht van de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM), die een vergunning heeft gekregen om er proefboringen te doen.

Behalve de NAM heeft ook Mobil Producing Netherlands een vergunning gekregen proefboringen te doen in het Friese Front, een biologisch zeer rijk gebied in de Noordzee. Voordat de maatschappijen daaraan beginnen willen ze inzicht hebben in de invloed die die boringen op het milieu hebben en in de maatregelen die mogelijke schade zoveel moegelijk kunnen beperken. Daarom kreeg het NIOZ op Texel opdracht de beschikbare ecologische kennis over dit gebied in een rapport samen te vatten.

Het Friese Front is een gebied van ongeveer vijftien bij honderd kilometer, dat ruim veertig kilometer ten noorden van Vlieland ligt.

Hier neemt de diepte van de Noordzee toe van 25 tot circa 50 meter. Tegelijk vormt deze zone de overgang tussen het goed doormengde water in het ondiepe deel en het gelaagde water in het diepe deel. Bij grotere diepte zijn stroming en wind niet meer in staat om de hele waterkolom van bodem tot oppervlak te mengen, zodat er een warme bovenlaag rust op een koude onderlaag.

Kenmerkend voor dit gebied is de grote mate van slibafzetting. Dat komt doordat de stroomsnelheid er gering is, zodat het slib de gelegenheid heeft te bezinken. Veel slib dat afkalft van de Britse kust bij Norfolk komt hier terecht. Dat slib is rijk aan organisch materiaal, dus aan voedsel, dus aan leven. In dit gebied leven veel meer dieren op en in de bodem dan in de omringende gebieden. Qua bodemleven komt dit gebied in rijkdom overeen met sommige delen van de Waddenzee, concluderen de onderzoekers.

Het water boven en rond het Friese Front is veel rijker aan algen en plankton dan de aangrenzende zeegebieden. Dat betekent dat er voor andere dieren, zoals vissen en vogels, ook veel voedsel te halen is.

In het rapport van het NIOZ zijn negen artikelen gebundeld. Het Friese Front heeft echter nog lang niet al zijn geheimen prijsgegeven, menen de onderzoekers. Uiteindelijk willen ze een simulatiemodel opstellen van het gebied, waarmee ze kunnen uitrekenen wat er op langere termijn voor veranderingen optreden in bodemstructuur en soortensamenstellingen.