Dompeling leeft naar Spelen toe

AMSTERDAM, 25 APRIL. Na zijn twee overwinningen van deze week - de wereldbeker in Italie en de Grand Prix in Lopik - is kleiduivenschutter Hennie Dompeling zo goed als zeker van deelname aan de Olympische Spelen. Het Nederlands Olympisch Comite zal zich binnen twee weken buigen over de afvaardiging van de beste Nederlandse skeetschutter van dit moment.

Dompeling is met zijn 25 jaar de jongste kleiduivenschutter in de internationale en nationale hoofdklasse. Sinds zijn winst bij de wereldbeker van Los Angeles, vorig jaar, kan hij tot de beste tien schutters van de wereld gerekend worden. De kans op een medaille in Barcelona schat hij hoog in. “Als ik deze vorm behoud, ga ik voor een gouden plak. In Italie was de hele wereldtop aanwezig. Als je daar wint, kan het op de spelen ook”, aldus Dompeling.

De successen van het afgelopen jaar heeft de schietbaanhouder vooral te danken aan het beter in bedwang kunnen houden van de zenuwen.

Dompeling: “Hoe ouder ik word, des te gemakkelijker gaat het schieten mij af. Mentaal word ik steeds sterker. Met kleiduivenschieten is het nu eenmaal zo dat degene die de spanning de baas kan, met de prijzen naar huis gaat.”

Dat ouder worden niet altijd een voordeel is, blijkt uit de verminderde successen van Erik Swinkels. Twintig jaar lang was hij toonaangevend in de Nederlandse kleiduivensport en in 1976 nog goed voor een Olympische zilveren medaille. Sinds een jaar of twee wordt hij echter voorbijgestreefd door zijn zeventien jaar jongere kernploegcollega. “Ik denk dat het heel gezond is om na zo veel jaar een opvolger te krijgen”, zegt Swinkels. “Die jongen schiet gewoon verschrikkelijk goed. Het zou zonde zijn als er na mij niemand meer zou komen”. Of de schutter uit Best het groene licht krijgt voor de zomerspelen van '92 is nog onzeker. De Olympische norm die gehanteerd wordt door het NOC is 'een redelijke kans bij de eerste acht te eindigen'. Dit wordt ingeschat naar aanleiding van de diverse internationale wedstrijden. Aangezien Swinkels, in tegenstelling tot Dompeling, nog geen startbewijs heeft ontvangen van de internationale schuttersbond is het Europees kampioenschap zijn laatste kans. Dit toernooi wordt van 22 tot 28 juli in het Italiaanse Bologna gehouden.

“Als ik daar goed schiet, kan het NOC besluiten twee Nederlanders af te vaardigen. Zo niet, dan gaat Hennie ongetwijfeld naar Barcelona”, aldus de inmiddels 42-jarige Swinkels.

Dompeling zegt al elke dag met zijn gedachten in Barcelona te zijn. “Je leeft enorm naar zo'n wedstrijd toe, vooral als je kans hebt om hoog te eindigen.” Toch verandert hij zijn trainingsmethode niet. Nog steeds schiet hij vier maal per week, drie uur per dag. Aan conditietraining, goed voor het concentratie, - en reactievermogen - doet Dompeling niet. Hij werkt elke dag op zijn eigen schietbaan en is dus elke dag met de sport (“het is beslist geen vaardigheid.”) bezig. Deze goed lopende schietbaan runt de Amsterdammer al vanaf zijn achttiende. De maandelijke bijdrage van het NOC zal voor Dompeling dan ook niet van levensbelang zijn. Hij wees zelfs de gesponsorde Audi van het NOC af, aangezien de schutter net een nieuwe auto had aangeschaft.

Hoewel Nederland slechts zo'n dertigduizend kleiduivenschutters telt, tegen bijvoorbeeld een miljoen in Italie, heeft de nationale kernploeg al twee jaar het teamwereldrecord in handen. Erik Swinkels, Kiek van Ieperen en Hennie Dompeling staan internationaal hoog aangeschreven.

Dompeling: “Momenteel hebben we een ijzersterk team. Helaas ziet het er voor de toekomst minder rooskleurig uit. Erik zal naar alle waarschijnlijkheid binnen nu en vijf jaar stoppen en ik zou niet weten wie hem zou moeten vervangen. Er is weinig jong talent. John Pierik was destijds een goede plaatsvervanger maar die stopte er opeens mee”. Dompeling is zelf nog lang niet van plan te stoppen. “Zolang ik in de internationale top kan meedraaien, blijf ik schieten”.

Een kleiduif is niet van klei en is ook geen duif meer. Tegenwoordig is het een platte ronde schijf met een diameter van elf centimeter en een kleine drie centimeter dik. Ze vliegen over de wereld met miljoenen per jaar, uit machines, die de schutter proberen te verrassen. Wie om zijn duif “roept” en met zijn geweer klaar staat om te schieten moet ongeveer drie seconden wachten voordat de ronde schijf vanuit een onbekende hoek als een mikpunt door de lucht vliegt.

De kleiduif is ontstaan bij het gebrek aan echte duiven en de toeneming van het aantal schutters, dat jagen op echt wild te kostbaar of te moeilijk vindt. Daarom werd eerst het hart opgehaald aan een schijf van klei, die uitsluitend met de hand gemaakt werd. De huidige exemplaren zijn van een soort asfalt vermengd met zand. Bij duizenden tegelijk worden ze machinaal vervaardigd in landen als Italie en Belgie. Een kleiduivenschutter moet een zo hoog mogelijk percentage schieten. Een wedstrijd duurt drie dagen, waarin tweehonderd schoten gelost worden. Degenen die de minste missers maakt (bij de toppers ligt dit rond de vijf a zes schoten) wint de wedstrijd. Hennie Dompeling raakt tegenwoordig 195 of meer van de tweehonderd schoten.

Een hoog moyenne.