Domela Nieuwenhuis?

Het is niet waar dat er niets over Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919) is geschreven. Integendeel. G. Nabrink becijfert dat er zo'n tweeduizend publikaties aan de charismatische socialist en anarchist zijn gewijd. En Nabrink kan het weten. Hij besteedde ruim tien jaar van zijn leven aan het samenstellen van de in 1985 bij Brill verschenen Bibliografie van, over en in verband met Ferdinand Domela Nieuwenhuis, een kolossaal naslagwerk van 917 pagina's.

Oorspronkelijk wilde Nabrink, bekend als mede-oprichter van de NVSH, als publicist en in kleinere kring als antiquaar, een biografie van Domela Nieuwenhuis schrijven. Maar toen hij ontdekte dat het voorwerk daartoe ontbrak, stelde hij een bibliografie samen, waarin hij alleen al zo'n 4500 publikaties van Domela Nieuwenhuis van korte beschrijvingen voorzag. De subsidie van ZWO dekte slechts de helft van de produktiekosten en Nabrink betaalde uit eigen zak 'een bedenkelijke som' om de uitgave alsnog te verwezenlijken. Maar de oplage was zo klein - driehonderd exemplaren - dat het boek 318 gulden kost, reden waarom uitgeverij Brill weinig brood ziet in het supplement dat de nu zevenentachtigjarige Nabrink nog dit jaar hoopt te voltooien.

Hoewel door Nabrinks aanvullingen het totaal aantal bekende publikaties over Domela Nieuwenhuis de tweeduizend zal overstijgen, zijn alle deskundigen het erover eens: de definitieve, wetenschappelijk verantwoorde biografie van Domela Nieuwenhuis ontbreekt nog steeds.

Pogingen om die biografie samen te stellen, gaan ver terug. De eerste poging was van de leraar R. J. Zoethout, een leerling van Jan Romein.

Omdat Zoethout al kort na de Tweede Wereldoorlog met zijn onderzoek begon, kon hij nog allerlei mensen spreken die Domela Nieuwenhuis persoonlijk hadden gekend. Het ontbrak Zouthout echter aan een systematische aanpak, en hoewel hij zo'n vijftien jaar onderzoek deed, kwam er nooit iets uit. Aantekeningen maakte hij bijna niet; de paar kaartjes die het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) van hem bewaart, hebben niet veel waarde, aldus Rudolf de Jong (58), vakreferent anarchisme van het IISG, het instituut waar het Domela Nieuwenhuis-archief inmiddels is ondergebracht.

De Jong is al jaren met Domela Nieuwenhuis bezig. Die belangstelling werd hem in zekere zin met de paplepel ingegoten want in 1966 publiceerde zijn vader, Albert de Jong, het boek Domela Nieuwenhuis.

Het grondigste, aardigste boekje tot nu toe, vindt De Jong junior, maar toch zeker niet de complete, wetenschappelijke biografie. Dat gold evenmin voor het boek dat twee jaar later verscheen, in 1968, van Evert Zandstra: Vrijheid. Het leven van F. Domela Nieuwenhuis. Een uitstekend gedocumenteerd werk, maar geromantiseerd en te hagiografisch.

De Jong heeft verscheidene publikaties over Domela Nieuwenhuis op zijn naam staan. ''Misschien ben ik wel de aangewezen persoon om die biografie te schrijven, maar ik zie het er niet van komen,'' zegt hij.

''Ik heb er de tijd niet voor. Domela Nieuwenhuis was op talloze terreinen actief, en hij heeft ongelooflijk veel gepubliceerd. Dat slaat toch een beetje dood, vrees ik.''

Dat het tot nu toe nog niemand is gelukt de 'definitieve' biografie van Domela Nieuwenhuis te schrijven, heeft volgens Bert Altena (40), docent aan de Erasmus Universiteit en secretaris van het in Amsterdam gevestigde Domela Nieuwenhuis-museum, nog andere redenen. ''Domela heeft een autobiografie geschreven, Van Christen tot Anarchist, en zoiets vormt altijd een obstakel. Een andere reden is dat de anarchistische beweging altijd zeer anti-intellectualistisch is geweest. Bovendien is het niet eenvoudig Domela Nieuwenhuis psychologisch onder controle te krijgen; hij was een gesloten mens.''

Dat Altena afziet van het plan een biografie van Domela Nieuwenhuis te schrijven, heeft echter een andere reden. Sinds een jaar is dit karwei namelijk in handen van de gepensioneerde leraar geschiedenis J. Meyers (55) uit Den Helder, die in 1984 een boek schreef over Mussert en in 1989 een studie over de jeugdjaren van Van Gogh, beide verschenen bij de Arbeiderspers. Op uitnodiging van deze uitgeverij heeft Meyers zich nu op Domela Nieuwenhuis gestort.

Het was voor Meyers een schok te horen dat die biografie nog steeds ontbreekt, vertelt hij, en het afgelopen jaar reisde hij tweemaal per week naar Amsterdam voor archiefonderzoek. Inmiddels zit hij elke dag vanaf half acht 's morgens achter zijn bureau om te schrijven aan wat als werktitel heeft: Domela, een hemel op aarde. 's Avonds leest hij, en als het meezit, is de biografie eind 1992 voltooid. Stuit Meyers op dezelfde moeilijkheden als De Jong en Altena? ''Voor mij ligt dat anders. Mijn doel is: een voor een breed publiek toegankelijke biografie te schrijven. Betekent dit dat al de gedachten van Domela en alle publikaties uitputtend aan bod komen? Nee, zeker niet. En dit klinkt blasfemisch: het gros kun je ook missen. Al die deelstudies zijn vooral interessant voor de wetenschap. Een boek moet volgens mij niet veel dikker zijn dan driehonderd bladzijden om leesbaar te blijven.''

Maar wordt dit dan wel de definitieve, langverwachte, wetenschappelijke biografie? ''Wetenschappelijk zeker, van a tot z verantwoord. En definitief, ach, het heeft zo lang geduurd voordat er iemand zo dwaas was eraan te beginnen, dat zie ik niet snel nog een ander doen.''