'Buiten de tram hebben we geen bevoegdheid'

AMSTERDAM, 27 APRIL. Zwartrijden mag een probleem zijn in de hoofdstad, maar wie wit meewil kan soms ook voor onoverkomelijke moeilijkheden komen te staan. Kaartjesautomaten nemen alleen muntgeld en bij veel metrostations zijn andere verkooppunten in de verste verte niet te bekennen.

Toch is Amsterdam de zwartrijders beu. Jaarlijks derft de stad naar schatting twintig miljoen gulden aan inkomsten doordat reizigers zich wel of niet opzettelijk gratis laten vervoeren. Een aantal initiatieven moet het zwartrijden nu terugdringen. Zo zal per 1 juni de kaartverkoop op de ondergrondse metrostations terugkeren. Die werd twee jaar geleden gestaakt, nadat het personeel bedreigd was en in verschillende kaartverkoopruimten werd ingebroken. Daarnaast worden in de toekomst de metrostations van Centraal Station en Nieuwmarkt 'afgesloten' en kunnen alleen nog mensen met een geldig plaatsbewijs de perrons bereiken.

Bovendien begon het Gemeentevervoersbedrijf (GVB) in Amsterdam begin dit jaar aan het eerheerstel van de ouderwets conducteur. Op lijn vier, tussen Centraal Station en Amsterdam RAI, zijn bij wijze van experiment vijfendertig kaartjesknippers ingezet om de zwartrijders voorgoed uit de tram bannen. De omvang van het succes frappeert iedereen. Aan de Utrechtsestraat laten wachtende reizigers regelmatig lijn vier met conducteur passeren, om vervolgens, zonder te stempelen, lijn negen te pakken. Ook richting CS, maar dan 'gratis'.

Hoe makkelijk is het om op dit moment zwart de hoofdstad te doorkruisen? Hoe groot is de pakkans? We beginnen bij diezelfde Utrechtsestraat, vastbesloten de OV-kaart vandaag ver weggestopt te houden. Maar tram negen verschijnt helemaal niet, lijn vier daarentegen wel. De overvolle tram schommelt over de baan en de bestuurder laat tot vier keer toe de passagiers op de halte staan. Vol is vol, gebaart hij. Toeristen zijn verbaasd, Amsterdammers benen kwaad weg.

Een paar uur later. Een keer een groepje controleurs gezien, maar die stapten net uit. Metrostation Nieuwmarkt. “D'r is er een niet goed geworden.” Een medewerker van het GVB klimt uit zijn hokje. Zolang het perron nog niet is afgesloten, houden extra controleurs station Nieuwmarkt in de gaten. Een vrouw hangt schuin op een bankje. De medewerker analyseert de zaak in een oogopslag: “Ramadam, ze is buiten bewustzijn geraakt omdat ze niet eet.” Handelingen die routine verraden volgen elkaar op. GVB-ers bellen de ambulance en wachten de ziekenbroeders buiten op. Daarna nog enkele uren kris-kras door de stad. Geen controle.

Het is niet toevallig dat de controleurs van het GVB zelf het meest enthousiast zijn over de nieuwe maatregelen. “Wat mij betreft mogen ze die conducteur op iedere tram invoeren”, aldus controleur Richard.

We brengen een middag met Richard en twee collega's door op op de lijnen een, vijf en zeven. De trucs om de controleurs te ontduiken blijken, evenals de smoezen, talrijk te zijn. Al tijdens de eerste rit rijdt een jongen aan de buitenkant van de tram mee. Schijnbaar uitdrukkingsloos controleren de GVB-ers de kaartjes, maar later blijkt dat ze de knaap wel degelijk hebben zien hangen. “Maar wat kan je er aan doen? Buiten de tram hebben we geen enkele bevoegdheid.”

Jonge mensen sprinten de deur uit, zodra ze de ploeg controleurs ontwaren. Waarop deze vervolgens twee haltes verder uitstappen en de volgende tram nemen, die nu volzit met de gevluchte zwartrijders.

“Bingo”, glundert Johan als we in een tram drie zwartrijders in de kraag vatten. En Richard verklaart: “Zwartrijden is een sport, een kat-en-muis spel. Ik vind het heerlijk om aan dat spel mee te doen.

Hoe beter de smoezen zijn, hoe meer ik geniet.” Arthur kan, volgens eigen zeggen, na een dienstverband van twintig jaar als controleur en trambestuurder de zwartrijders zonder enige moeite aanwijzen. “Je krijgt er een neus voor. Als ik een tram binnenstap zie ik ze zo zitten, en negen van de tien keer is het raak.

Alleen de laatste tijd grijp ik wel eens mis. Tovert zo'n jongen toch die groene OV-studentenkaart uit zijn zak.''

Om het succes van de conducteur op lijn vier te onderstrepen, strooit het GVB met cijfers. Het aantal zwartrijders is sinds januari met tien procent gedaald. Slechts twee a drie procent van het totaal aantal reizigers op de bewuste tram reist nog grijs. Ze stempelen te weinig strippen of gebruiken een verlopen abonnement. “Slechts een enkeling glipt op lijn vier nog door de mazen van het net”, weet men bij het GVB. Alleen de passagier die zich tijdens de spits ongemerkt op het achterbalkon wurmt maakt nog kans.

Maar ook die truc is zolangzamerhand bekend. “Die meneer met die witte haren, mag ik even uw kaartje zien!” klinkt het ongeduldig door de hele tram. De man op het achterbalkon blijft star voor zich uitkijken. In zijn linkerhand heeft hij een blindestok. De conductrice: “Of bent u soms Oostindisch doof?” De man: “Hebt u het tegen mij? Ik kan u niet zien..” De conductrice krijgt de stok in de gaten. “Ik zie dat u blind bent, maar waar is nu uw kaartje?” schalt het. De andere passagiers kijken uit het raam.

    • Yaël Vinckx